Richtlijn 'Liesbreuk' van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde

Klinische praktijk
Abstract
M.P. Simons
D. de Lange
G.L. Beets
D. van Geldere
H.A. Heij
P.M.N.Y.H. Go
Leestijd
19 minuten
Citeren

Artikel

In dit artikel beschrijven wij de richtlijn ‘Liesbreuk’, de eerste richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH; www.heelkunde.nl), die werd gemaakt met een subsidie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Orde van Medisch Specialisten.1 In het kader van de Meerjarenafspraken Curatieve Somatische Zorg werd…

Auteursinformatie

Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, afd. Heelkunde, Postbus 95.500, 1090 HM Amsterdam.

Academisch Ziekenhuis, afd. Heelkunde, Maastricht.

Dr.G.L.Beets, chirurg.

Isala Klinieken, locatie Weezenlanden, afd. Heelkunde, Zwolle.

Dr.D.van Geldere, chirurg.

Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, afd. Kinderchirurgie, Amsterdam.

Prof.dr.H.A.Heij, kinderchirurg (tevens: VU Medisch Centrum, afd. Kinderchirurgie, Amsterdam).

St. Antonius Ziekenhuis, afd. Heelkunde, Nieuwegein.

Dr.P.M.N.Y.H.Go, chirurg.

Contact Dr.M.P.Simons, chirurg; D.de Lange, assistent-geneeskundige (mpsimons@worldonline.nl)

Verantwoording

Namens de commissie Richtlijn Liesbreuk, waarvan de leden achteraan dit artikel staan vermeld.

Reacties
A.M.
Oudesluys-Murphy

Rotterdam, november 2003,

De door collega's Simons et al. besproken adviezen in de richtlijn betreffende de behandeling van kinderen met een liesbreuk (2003:2111-7) willen wij graag nuanceren waar het een te vroeg geboren meisje betreft. De auteurs stellen dat de behandeling van een kind met een liesbreuk ‘altijd operatief is’ en dat hoe jonger het kind is, des te groter de kans is op inklemming en des te sneller dus de operatie moet plaatsvinden. Volgens de auteurs is er geen plaats voor een expectatief beleid. Juist bij prematuur geboren kinderen adviseren zij ook een contralaterale exploratie.

Wij hebben een prospectieve observationele studie verricht naar liesbreuken bij te vroeg geboren meisjes nadat wij een keer geobserveerd hadden dat een duidelijk vastgestelde liesbreuk bij een te vroeg geboren meisje spontaan verdween.1 De ouders hadden een operatie geweigerd en onttrokken het kind aan de medische zorg. Onze studie betrof opeenvolgende te vroeg geboren meisjes met liesbreuken. Die werden vastgesteld door een kinderarts en chirurg, en, om er zeker van te zijn dat het niet een lymfklier of andere structuur betrof, werd ook een echografisch onderzoek verricht van de zwelling. Een totaal van 8 liesbreuken werd geobserveerd bij 7 meisjes. Het gemiddelde geboortegewicht was 1670 g (uitersten: 860-2640) en de gemiddelde zwangerschapsduur was 35 2/7 week (uitersten: 31 6/7-37 1/7). De leeftijd bij presentatie van de liesbreuk lag tussen 1 en 2 maanden na de geboorte. Echografisch onderzoek werd verricht op het moment dat een zwelling palpabel was in de lies. In 7 gevallen werden slechts darmlissen gevonden in de breukzak en in 1 geval een ovarium. Gezien de vroeggeboorte werd met operatie gewacht totdat de risico's van operatie en narcose afgenomen waren met het toenemen van de leeftijd. Er werd duidelijke uitleg aan de ouders gegeven over het belang van direct contact met het ziekenhuis indien zij problemen vermoedden ten gevolge van de liesbreuk. Tijdens de wachtperiode werden de kinderen regelmatig gecontroleerd door de kinderarts en de chirurg. Tussen de leeftijd van 2 en 6 maanden na de geboorte verdwenen spontaan alle 7 liesbreuken met alleen darmlissen als inhoud. Follow-up van deze kinderen na 2 tot 6 jaar liet zien dat er geen recidief van de liesbreuk opgetreden was. De liesbreuk met het ovarium bleef. Operatieve correctie hiervan vond plaats en de diagnose werd bevestigd.

Een liesbreukoperatie is voor de chirurg een kleine ingreep. Helaas is het niet altijd zonder complicaties voor kleine, te vroeg geboren zuigelingen.2 Uit ons onderzoek lijkt het verantwoord om een expectatief beleid te voeren bij te vroeg geboren meisjes met alleen darmlissen in de herniazak. Als deze bevindingen gevalideerd worden in grotere studies, kunnen mogelijk de adviezen in de richtlijn ‘Liesbreuk’ aangepast worden.

A.M. Oudesluys-Murphy
H. Boxma
H.T. Teng
Literatuur
  1. Oudesluys-Murphy AM, Teng HT, Boxma H. Spontaneous regression of clinical inguinal hernias in preterm female infants. J Pediatr Surg 2000;35:1220-1.

  2. Skinner MA, Grosfeld JL. Inguinal and umbilical hernia repair in infants and children. Surg Clin North Am 1993;73:439-49.

Amsterdam, november 2003,

De publicatie van de collega's Oudesluys-Murphy et al. was mij bekend. Ik kan mij geheel vinden in de laatste zin van hun brief, namelijk dat als deze bevindingen gevalideerd worden in grotere studies, de adviezen in de richtlijn ‘Liesbreuk’ mogelijk aangepast kunnen worden. Op dit moment zie ik geen aanleiding om de richtlijn te veranderen.

H.A. Heij

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 4 2026
NTVG nummer 5 2026
NTVG nummer 6 2026