Over welke bijwerkingen informeer ik de patiënt?

Klinische praktijk
Michael O. Reumerman
Eugène P. van Puijenbroek
Josine M. Janson
Michiel A. van Agtmael
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2020;164:D4113
Abstract

Beschouwing

Een lastige afweging

Een dilemma zoals wij hierboven beschreven, doet zich zowel in de eerste als tweede lijn meerdere keren per dag voor. Over welke bijwerkingen informeren wij de patiënt bij het voorschrijven, verstrekken en toedienen van een nieuw geneesmiddel? Sommige zorgverleners informeren de patiënt uitgebreid en sommige laten dit over aan de apotheker. Een ander bespreekt bepaalde bijwerkingen juist niet om de kans op het nocebo-effect te verkleinen.

Wanneer de voorschrijvers in samenspraak met de patiënt besluiten een geneesmiddel voor te schrijven, moet er altijd een afweging gemaakt worden of de positieve effecten van het geneesmiddel opwegen tegen de bijwerkingen. Wordt de balans als goed ingeschat bij deze patiënt en is het behandelende team samen met de patiënt overtuigd van het nut van de behandeling, dan zal deze een grotere kans van slagen hebben. Slaat die balans echter door naar de bijwerkingen, dan kan de therapietrouw in gevaar…

Auteursinformatie

Amsterdam UMC, locatie VUmc, afd. Interne Geneeskunde: drs. M.O. Reumerman, klinisch farmacoloog en prof.dr. M.A. van Agtmael, internist-infectioloog en klinisch farmacoloog (beiden tevens Research and Expertise Center In Pharmacotherapy Education (RECIPE)). Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Farmacie: prof.dr. E.P. van Puijenbroek, arts en klinisch farmacoloog (tevens Nederlands bijwerkingencentrum Lareb, ’s-Hertogenbosch). Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), Utrecht: mr. Josine M. Janson, jurist.

Contact M.O. Reumerman

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Michael O. Reumerman ICMJE-formulier
Eugène P. van Puijenbroek ICMJE-formulier
Josine M. Janson ICMJE-formulier
Michiel A. van Agtmael ICMJE-formulier
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Farmacotherapie

Reacties

Jan
Swinkels

6 augustus 2020 - 12:29

Het kan verstandig zijn bijwerkingen te scheiden in mogelijk gevaarlijk (bv. bloeddrukdaling) of lastige (bv. droge mond). Uiteraard moet dit in de arts-patient relatie geindividualiseerd worden. Een droge mond is voor een advocaat mogelijk niet te toleren ook al werkt het middel uitstekend terwijl het voor een boekhouder mogelijk minder bezwaarlijk is. Het niet schaden is een belangrijk geneeskundig principe.

Jan Swinkels