Onverklaarde lichamelijke klachten: een omvangrijk probleem, maar nog weinig zichtbaar in opleiding en richtlijnen

Perspectief
Abstract
R.C. van der Mast
Leestijd
22 minuten
Citeren

Artikel

Zie ook de artikelen op bl. 657 en 671.

Overal in de gezondheidszorg ontmoeten artsen patiënten met lichamelijke klachten die met de huidige diagnostische mogelijkheden niet verklaard kunnen worden. Deze patiënten voelen allerlei lichamelijke veranderingen, zoals moeheid en pijn, terwijl artsen voor deze subjectieve ervaringen geen objectieve lichamelijke afwijkingen…

Auteursinformatie

Leids Universitair Medisch Centrum, afd. Psychiatrie, Postbus 9600, 2300 RC Leiden.

Contact Mw.dr.R.C.van der Mast, psychiater (r.c.van_der_mast@lumc.nl)

Reacties
R.C.
van der Mast

Leiden, april 2006,

Collega Handels heeft gelijk als hij stelt dat mogelijk veel patiënten in het specialistische circuit (nog) niet op een wenselijke manier benaderd worden. Artsen hebben het vaak moeilijk met patiënten met (chronische) onverklaarde lichamelijke klachten. Daarom ook was er onder meer deze conferentie. De uitlating dat ‘de medisch specialist meer tijd heeft...’ was van een academisch werkzaam internist met belangstelling voor mensen met somatisch onverklaarde lichamelijke klachten. Dat maakt misschien tijd. De aanbevelingen voor (a) een richtlijn en (b) (meer) aandacht voor deze belangrijke problematiek in het medisch onderwijs en de medisch-specialistische opleidingen hebben juist als doel studenten en artsen te leren deze patiënten minder instrumenteel en meer gericht te leren benaderen.

Er was inderdaad een bedrijfsarts voor deze conferentie uitgenodigd, die echter niet lang daarvóór verhinderd bleek. Dat was jammer, omdat bedrijfsartsen een zeer belangrijke rol (kunnen) spelen bij het voorkómen en in goede banen leiden van de negatieve persoonlijke en maatschappelijke gevolgen van onverklaarde lichamelijke klachten.

Dat blijkt ook uit de reactie van de collega-bedrijfsartsen Van der Beek en Hoedeman die erop wijzen dat een eerste stap op weg naar een richtlijn al gezet is met de publicatie en de implementatie van de werkwijzer ‘Somatisatie’. Deze is een belangrijke aanvulling en hopelijk volgen de door de auteurs gesuggereerde initiatieven voor verdere richtlijnen op korte termijn.

Collega Van Dixhoorn brengt adem- en ontspanningstherapie volgens een procesmodel onder de aandacht als mogelijke behandelstrategie voor patiënten met onverklaarde lichamelijke klachten. Ik dank hem daarvoor en ondersteun vooral ook zijn gedachte dat wetenschappelijk onderzoek nodig is om na te gaan of en bij wie deze behandeling effectief is.

Zoals Olde Hartman et al. waren ook de deelnemers aan de conferentie ervan overtuigd dat het uiterst belangrijk is dat patiënten zich gehoord en begrepen voelen. Dit geldt overigens niet alleen, maar misschien wel meer voor patiënten met onverklaarde lichamelijke klachten. Mijns inziens wordt dat in het artikel niet onderbelicht gelaten (zie ‘Waarom accepteert de patiënt met onverklaarde lichamelijke klachten niet dat er geen somatische ziekte is?’, bl. 689). Zoals in het artikel vermeld, is onderzocht voor welke van de geschetste benaderingsmodellen patiënten met onverklaarde lichamelijke klachten het meest toegankelijk zijn; een behandelaanbod op basis van het gevolgenmodel blijkt door 80% van de patiënten te worden geaccepteerd. Volgens de deelnemers aan de conferentie is het ondanks een, overigens relatief, gebrek aan bewijs voor de effectiviteit van verschillende benaderings- en behandelingswijzen wel degelijk zinvol een richtlijn te maken, juist ook om daarmee verder wetenschappelijk onderzoek te stimuleren. Een voordeel van het proces van richtlijnontwikkeling is ook dat kennis en ervaring op het gebied van diagnostiek en behandeling van patiënten met onverklaarde lichamelijke klachten, en op het gebied van onderwijs en opleiding worden gedeeld.

Collega Severijnen breekt een lans voor de mind-bodygeneeskunde en vraagt zich af waarom de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek van Speckens et al. niet geleid hebben tot een algemeen geaccepteerde behandelingsvorm voor patiënten met onverklaarde lichamelijke klachten. Dat de resultaten van dit wetenschappelijk onderzoek slechts lokaal en niet algemeen zijn geïmplementeerd, kan vele redenen hebben. Eén ervan is dat ‘onverklaarde lichamelijke klachten’ geen geaccepteerde ‘ziektediagnose’ is, waardoor er ook onvoldoende aandacht is voor (onderzoek naar) een geëigende benadering en behandeling, zoals cognitieve therapie. Ook een gebrek aan goed opgeleide cognitieve gedragstherapeuten zou een reden kunnen zijn. Overigens is een richtlijn niet zozeer bedoeld om de angst te beteugelen iets over het hoofd te zien, maar dient deze als handvat voor dokters om bij de betreffende patiënten op een adequate manier de diagnose te stellen, hen te behandelen en hen zo nodig gericht te verwijzen.

R.C. van der Mast

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026