De prognose van somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten

Klinische praktijk
Denise J.C. Hanssen
Hans Knoop
Judith G.M. Rosmalen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:D1680
Abstract
Download PDF

Toets voor nascholing (verlopen)

Aan dit leerartikel was een toets gekoppeld waarmee je nascholingspunten kon verdienen.

Bekijk de toets

Samenvatting

  • Wanneer iemand meerdere weken achter elkaar lichamelijke klachten heeft waarvoor geen of geen duidelijke somatische oorzaak gevonden wordt, spreekt men van somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK).
  • In dit overzichtsartikel beschrijven we de recentste inzichten in het beloop van SOLK.
  • Aanvullend onderzoek bij patiënten bij wie een arts SOLK heeft vastgesteld, levert vaak geen somatische diagnose op.
  • Bij ongeveer de helft van de patiënten gaan SOLK binnen 1 jaar vanzelf over.
  • Klachtkenmerken, zoals het hebben van meerdere lichamelijke klachten tegelijkertijd, en psychische kenmerken, zoals niet-helpende gedachtes, voorspellen een ongunstig beloop van SOLK.
  • Door patiënten met SOLK goed te monitoren kan op tijd geïntervenieerd worden en kan een ongunstig beloop voorkomen worden. De bestaande richtlijnen kunnen uitkomst bieden bij de keuze voor de behandeling, afgestemd op de individuele patiënt.
Leerdoelen
  • Ongeveer de helft van de patiënten met somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) herstelt binnen 1 jaar.
  • Meer lichamelijk onderzoek bij patiënten met SOLK leidt vaak niet tot een somatische diagnose of tot geruststelling van de patiënt.
  • Klachtkenmerken en bepaalde psychische kenmerken voorspellen een ongunstig beloop van SOLK.
  • Begeleiding en monitoring van de klachten is in het bijzonder gewenst wanneer er een risico is op een chronisch beloop van SOLK.

Een 19-jarige studente psychologie heeft 3 jaar geleden de ziekte van Pfeiffer gehad. Sindsdien heeft zij persisterende griepverschijnselen, waarvoor zij het afgelopen half jaar enkele keren de huisarts bezocht heeft. De huisarts gaf uitleg en advies, maar de klachten hielden aan. Patiënte heeft nog steeds veel last van vermoeidheid, concentratieproblemen en pijn in haar hoofd, nek en rug. Ze slaapt meer dan voorheen en doet soms overdag een dutje omdat zij niet de hele dag wakker kan blijven. Ze maakt zich zorgen omdat zij door haar klachten nauwelijks kan studeren. Ook heeft zij al een half jaar niet meer gehandbald. Ze piekert veel over haar klachten: ze blijft zich afvragen waarom de klachten niet minder worden. De huisarts vraagt zich af wat de prognose van de klachten is en op welke factoren zij moet letten om een inschatting van die prognose te maken.

Bij ongeveer de helft van alle consulten bij de huisarts en bij zelfs twee derde van alle consulten bij de medisch specialist wordt geen duidelijke somatische oorzaak gevonden voor de lichamelijke klachten van een patiënt.1,2 Als dergelijke lichamelijke klachten een aantal weken blijven bestaan, spreekt men van somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK). Deze klachten brengen voor de patiënt vaak een hoge lijdensdruk met zich mee.

Kennis over het beloop van SOLK en over de determinanten van het beloop kan de clinicus handvatten geven bij het geven van educatie en het vinden van passende interventies voor patiënten met persisterende SOLK. Voor patiënten betekent dit niet alleen dat zij toegang kunnen krijgen tot zorg op maat om een ongunstig beloop te voorkomen, maar ook dat zij zelf beter weten wat zij kunnen verwachten voor de toekomst.

In dit artikel beschrijven wij de recentste inzichten in het beloop van SOLK. Ook beschrijven wij welke factoren samenhangen met een ongunstig beloop van SOLK.

Zoekstrategie

Voor het schrijven van dit overzicht zijn we uitgegaan van het overzichtsartikel over de prognose van SOLK van Olde Hartman et al. (2009). We gingen na welke auteurs sinds 2009 verwezen hebben naar het werk van Olde Hartman. Onder de gevonden 103 artikelen waren 7 artikelen die informatie gaven over de prognose van SOLK in een algemene populatie of eerstelijnspopulatie. Wij vulden deze aan met literatuur die bekend was bij de auteurs.

Wat zijn SOLK?

De multidisciplinaire richtlijn spreekt van SOLK bij ‘lichamelijke klachten die langer dan enkele weken duren en waarbij bij adequaat medisch onderzoek geen somatische aandoening wordt gevonden die de klacht voldoende verklaart’. Veelgehoorde SOLK in de dagelijkse praktijk van artsen zijn onvoldoende verklaarde buikklachten, pijnlijke spieren en gewrichten, vermoeidheid en hoofdpijn. Soms voldoen patiënten met SOLK aan de criteria van een of meerdere functionele syndromen, zoals het prikkelbaredarmsyndroom, fibromyalgie of het chronische-vermoeidheidssyndroom. Dit kan de indruk wekken dat patiënten met een functioneel syndroom last hebben van één, al dan niet onvoldoende verklaarde, lichamelijke klacht, bijvoorbeeld gewrichtsklachten bij fibromyalgie, maar deze syndromen vertonen op symptoomniveau veel overlap. Patiënten met functionele syndromen hebben dus vaak meerdere SOLK tegelijkertijd.3

SOLK komen voor bij alle leeftijden en vaker bij vrouwen dan bij mannen. Wanneer SOLK langere tijd bestaan en leiden tot beperkingen in het dagelijks leven, wordt soms voldaan aan de criteria van een classificatie volgens de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM), het internationaal meest gebruikte classificatiesysteem in de psychiatrie. In de vierde editie van de DSM konden SOLK ondergebracht worden onder de ‘somatoforme stoornissen’, waarbij de nadruk werd gelegd op de afwezigheid van een medische verklaring voor de lichamelijke klachten. Het gevolg hiervan was dat patiënten zonder psychische problematiek toch in aanmerking konden komen voor een psychiatrische classificatie.

In de nieuwe, vijfde editie van dit handboek is de categorie van somatoforme stoornissen verwijderd, ten gunste van de nieuwe categorie ‘somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen’. Conform de nieuwste wetenschappelijke inzichten ligt bij deze classificatie de nadruk op de aanwezigheid van excessieve gedachtes, gevoelens of gedragingen die gerelateerd zijn aan de lichamelijke klachten. Voorbeelden hiervan zijn catastroferende gedachtes, persisterende hoge mate van angst en vermijdingsgedrag. Dit betekent dat ook patiënten met een vastgestelde somatische diagnose de classificatie ‘somatisch-symptoomstoornis’ kunnen krijgen wanneer hun symptomen gepaard gaan met niet-helpende gedachtes, overmatige emotionele reacties of niet-helpend gedrag. De nieuwe classificatie is daarmee beter in staat patiënten te identificeren die baat kunnen hebben bij psychische hulp bij het hanteren van lichamelijke klachten.

SOLK gaan gepaard met een lagere kwaliteit van leven. De relatie met kwaliteit van leven lijkt zelfs sterker voor SOLK dan voor lichamelijke klachten waarvan de somatische oorzaak bekend is.4 Het verlies van kwaliteit van leven bij SOLK is minimaal even groot als bij soortgelijke lichamelijke klachten waaraan een bekende somatische oorzaak ten grondslag ligt.5

Huidige inzichten in prognose

De huidige inzichten in de langetermijnprognose van SOLK zijn te verdelen in 3 punten.

Meer somatisch onderzoek geeft meestal geen somatische diagnose

Wanneer er geen duidelijke oorzaak voor de lichamelijke klachten gevonden wordt, zijn artsen soms geneigd om meer somatisch onderzoek in te zetten. Zij hopen zo een primair somatische oorzaak voor de klachten te kunnen vinden dan wel uit te kunnen sluiten. Een recente overzichtsstudie heeft echter uitgewezen dat de kans beperkt is dat een somatische diagnose is gemist bij SOLK.6 Wanneer een diagnostische herevaluatie werd uitgevoerd, leidde dit bij bijna 9% van de patiënten tot herziening van de diagnose.6,7 In deze studies was echter vaak onduidelijk of het initiële diagnostische proces wel adequaat was geweest. Slechts bij 0,5% van de patiënten met SOLK werd bij opvolging op een later moment alsnog een somatische diagnose gesteld. Dit percentage is mogelijk zelfs aan de hoge kant, aangezien niet kon worden vastgesteld of de somatische aandoening aan de onvoldoende verklaarde klacht gerelateerd was of dat er in de loop der tijd een ‘nieuwe’ somatische ziekte was ontstaan.

Een andere overzichtsstudie wijst bovendien uit dat het aanvragen van niet-geïndiceerd diagnostisch onderzoek patiënten uiteindelijk niet geruststelt.8 Het aanvragen van aanvullend diagnostisch onderzoek dient dan ook zorgvuldig overwogen te worden.

Ongeveer de helft herstelt binnen 1 jaar

Een eerdere overzichtsstudie heeft uitgewezen dat 50-75% van de patiënten met SOLK binnen 1 jaar verbetert of herstelt.9 Herstelpercentages van 50 werden ook gevonden in latere studies naar herstel van somatoforme stoornissen na 1 jaar,2 en in studies naar herstel van SOLK na 2 jaar.10

Bij adolescenten lijkt de prognose relatief gunstig. Herstel werd gevonden bij twee derde van de adolescenten met SOLK,11 en met somatoforme stoornissen.12 Van de adolescenten met onverklaarde chronische vermoeidheid, onder wie patiënten met het chronische-vermoeidheidssyndroom, herstelt maar liefst drie kwart in een periode van 2-3 jaar,13 terwijl het beloop bij volwassenen met het chronische-vermoeidheidssyndroom ongunstig is.14

Ongeveer 10-30% van de patiënten met SOLK lijkt juist méér last te krijgen van SOLK in de loop der tijd.9 Vrouwen en meisjes hebben volgens sommige studies meer risico op een ongunstig beloop,11 maar de resultaten op dit gebied zijn niet consistent.2,7,15 Een oudere leeftijd is in het algemeen een voorspeller van een slechtere prognose van SOLK,16,17 maar ook dat is niet in elke studie bevestigd.15

Van de specifieke symptomen lijken vermoeidheid en onvoldoende verklaarde pijn het vaakst te recidiveren of te persisteren, terwijl pseudoneurologische klachten tot de minst vaak persisterende onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten behoren.15 Bij ongeveer een kwart van de patiënten met meerdere SOLK is weliswaar sprake van persisterende klachten, maar lijken er over de tijd sterke wisselingen te zijn in welke lichamelijke klachten vooropstaan.10

Bepaalde kenmerken voorspellen ongunstig beloop

Het hebben van meerdere SOLK tegelijkertijd voorspelt een ongunstig beloop.9,16,18 Het ongunstigere beloop bij meerdere klachten lijkt los te staan van de aanwezigheid van eventuele psychiatrische comorbiditeit.9,16,18 Twee overzichtsstudies concluderen dat ook de ernst van de klachten een ongunstiger beloop voorspelt.9,17 In algemene zin lijken meerdere lichamelijke klachten in meerdere lichaamssystemen die op meerdere momenten aanwezig zijn, een ongunstig beloop van SOLK te voorspellen.19

Naast klachtkenmerken zijn ook bepaalde psychische kenmerken gerelateerd aan een ongunstig beloop. Specifiek gaat het hierbij om niet-helpende gedachtes, overmatige aan de klachten gerelateerde angst en niet-helpend gedrag. Gedachtes over zwakte van het eigen lichaam, somatische attributies en gedachtes over het niet kunnen verdragen van lichamelijke klachten voorspelden alle een ongunstig beloop in een klinische populatie.20 In de algemene populatie en eerste lijn voorspelden ook catastroferende gedachtes,7 en negatieve gedachtes over de eigen gezondheid een ongunstiger beloop van SOLK.15

Een hoge mate van ziekteangst is een voorspeller van een ongunstig beloop in verschillende populaties.20,21 Aan gedrag gerelateerde aspecten, zoals een ongezonde leefstijl, het controleren van het eigen lichaam op afwijkingen en vermijdingsgedrag, lijken eveneens voorspellend te zijn voor een ongunstig beloop.20,21 Andere factoren die samen lijken te hangen met een ongunstig beloop van SOLK in de eerste lijn zijn omgevingsfactoren, zoals negatieve levensgebeurtenissen,2 weinig sociale steun,22 en ervaren beperkingen of uitval op het werk.10,23

Interpretatie van studieresultaten

Een lastig punt bij de interpretatie van deze studies is dat de uitkomstmaat voor beloop op verschillende manieren werd geoperationaliseerd. Dit heeft te maken met de verschillende klinische definities in de studies, die variëren van medisch onverklaarde klachten tot somatoforme stoornissen. Daarnaast toetsten de studies veelal een groot aantal psychische kenmerken in multivariabele modellen. Dat heeft als consequentie dat de modellen moeilijk met elkaar te vergelijken zijn, wegens verschillen in de geïncludeerde set predictoren. Dit zou een deel van de inconsistenties in de literatuur kunnen verklaren.

Ook ontbreekt vaak de correctie voor herhaald toetsen bij het opnemen van meerdere voorspellers in de modellen, waardoor er een verhoogde kans is op het vinden van toevalsbevindingen.

Ten slotte blijkt soms dat de voorspellers van een ongunstig beloop verschillen voor verschillende opvolgingsperioden.21

Consequenties voor de praktijk

Zoals gezegd herstelt ongeveer de helft van de patiënten met SOLK binnen 1 jaar. Vaak hebben deze lichamelijke klachten dus een gunstig beloop; het is belangrijk om dit naar de patiënt toe uit te spreken. Wanneer een patiënt zich met meerdere SOLK tegelijkertijd op het spreekuur meldt, heeft hij of zij een groter risico op een ongunstig beloop van de klachten dan een patiënt die last heeft van één onvoldoende verklaarde klacht.

Wees bij meerdere SOLK dus extra alert op risicofactoren voor een ongunstig beloop, zoals de eerder beschreven niet-helpende gedachtes, bijvoorbeeld angstige of catastroferende gedachtes. Wees daarnaast alert op niet-helpend gedrag, zoals het controleren van het lichaam en het vermijden van activiteiten, omdat ook deze factoren een ongunstig beloop van SOLK lijken te voorspellen. Een samenvatting van deze risicofactoren staat in de tabel.

Regelmatig meten en monitoren

Wat te doen als een patiënt met SOLK een verhoogd risico heeft op een ongunstig beloop? Zoals gezegd leidt meer lichamelijk onderzoek bij veruit de meeste patiënten niet tot een nieuwe somatische diagnose of tot geruststelling van de patiënt. In de klinische praktijk wordt bovendien vaak eerst somatische diagnostiek uitgevoerd, om pas daarna te denken aan psychologische diagnostiek.

Dit kan volgens ons de kloof tussen lichaam en geest vergroten. Elke somatische klacht heeft relevante somatische en psychische aspecten die in de diagnostiek aan bod zouden moeten komen. Somatische en psychologische diagnostiek zouden bij voorkeur dan ook parallel uitgevoerd moeten worden. In de multidisciplinaire richtlijn wordt geadviseerd om patiënten met SOLK systematisch op te volgen, terwijl dit in de praktijk vaak onvoldoende gebeurt.24

Door patiënten met SOLK regelmatig uit te nodigen op het spreekuur van de arts, POH-GGZ of verpleegkundig specialist, kunnen SOLK periodiek gemeten en gemonitord worden. Het meten en monitoren kan plaatsvinden aan de hand van vragenlijsten, zoals de in de NHG-standaard ‘SOLK’ geadviseerde vierdimensionale klachtenlijst.25 Parallel hieraan kan het functioneren en hiermee het welbevinden van de patiënt met lichamelijke klachten bevorderd worden. Er kan dan gedacht worden aan begeleiding in de eerste lijn, individueel of in groepsverband, die gericht is op het geven van bijvoorbeeld educatie of leefstijlbegeleiding. Voor het monitoren van de klachten en het in kaart brengen van aan de lichamelijke klachten gerelateerde gedachtes, gevoelens en gedragingen zijn onlinehulpmiddelen ontwikkeld (www.gripopklachten.nl).

Gespecialiseerde behandeling

Wanneer de lichamelijke klachten gepaard gaan met overmatige emotionele reacties, niet-helpende gedachtes of gedragingen waarvoor begeleiding of behandeling gewenst is, kan de nieuwe classificatie ‘somatisch-symptoomstoornis’ passen. Als een patiënt voldoet aan de criteria van deze classificatie, is meestal sprake van ernstige SOLK. Verwijzing naar een gespecialiseerd behandelaanbod voor SOLK kan dan geïndiceerd zijn om een chronisch beloop te voorkomen.

Bij een ongunstig beloop van SOLK of een hoog risico daarop is verwijzing geïndiceerd. Het is dan zinvol een onderscheid te maken tussen de verschillende specifieke functionele syndromen of de specifieke klacht. Voor bepaalde syndromen of klachten zijn specifieke evidencebased interventies beschikbaar. Afhankelijk van de klacht die het meest vooropstaat kan nagegaan worden welke behandeling passend zou zijn.

Bij klachten van chronische vermoeidheid die passen bij het chronische-vermoeidheidssyndroom geeft de multidisciplinaire richtlijn cognitieve gedragstherapie als de behandeling van eerste keuze. Bij chronische pijn kan volgens de betreffende zorgstandaard gedacht worden aan cognitieve gedragstherapie, ‘acceptance and commitment’-therapie en het voorschrijven van medicatie. Bij buikklachten die passen bij prikkelbaredarmsyndroom kunnen hypnotherapie, cognitieve gedragstherapie en medicatie overwogen worden.

Vervolg casus

De patiënte uit de casus aan het begin van dit artikel had meerdere lichamelijke klachten tegelijkertijd. Bovendien ging zij fysieke inspanning uit de weg en had zij angstige gedachtes over haar lichamelijke klachten. Dit zijn allemaal risicofactoren voor een ongunstig beloop van SOLK. Patiënte had daarom enkele gesprekken met de POH GGZ. In deze gesprekken bouwde zij, rekening houdend met haar klachten, de fysieke inspanning stap voor stap op. Hierdoor werd zij bovendien minder angstig en durfde zij ook andere activiteiten weer op te pakken. Patiënte was tevreden met dit resultaat.

Conclusie

Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten komen vaak voor, maar gaan bij de helft van de patiënten binnen 1 jaar vanzelf weer over. Het hebben van meerdere SOLK tegelijkertijd en de aanwezigheid van aan de lichamelijke klachten gerelateerde niet-helpende gedachtes en gedrag voorspellen een ongunstig beloop.

Wanneer een patiënt een verhoogd risico heeft op het ontwikkelen van persisterende SOLK, is het van belang de klachten goed te monitoren, waarbij vragenlijsten of onlinehulpmiddelen ondersteuning kunnen bieden. Ook dient passende begeleiding geboden te worden, bijvoorbeeld individueel of in een groep met andere patiënten. Door monitoring en tijdige behandeling kan voorkomen worden dat de klachten chronisch van aard worden. Stem hierbij de keuze voor de behandeling af op de voornaamste lichamelijke klacht van de patiënt en de bestaande richtlijnen voor de specifieke symptomen en syndromen.

Literatuur
  1. Verhaak PF, Meijer SA, Visser AP, Wolters G. Persistent presentation of medically unexplained symptoms in general practice. Fam Pract. 2006;23:414-20. Medlinedoi:10.1093/fampra/cml016

  2. Steinbrecher N, Hiller W. Course and prediction of somatoform disorder and medically unexplained symptoms in primary care. Gen Hosp Psychiatry. 2011;33:318-26. Medlinedoi:10.1016/j.genhosppsych.2011.05.002

  3. Wessely S, Nimnuan C, Sharpe M. Functional somatic syndromes: one or many? Lancet. 1999;354:936-9. Medlinedoi:10.1016/S0140-6736(98)08320-2

  4. Hilderink PH, Collard R, Rosmalen JG, Oude Voshaar RC. How does ageing affect the impact of medically unexplained symptoms and medically explained symptoms on health-related quality of life? Int J Geriatr Psychiatry. 2015;30:737-43. Medlinedoi:10.1002/gps.4219

  5. Joustra ML, Janssens KA, Bültmann U, Rosmalen JG. Functional limitations in functional somatic syndromes and well-defined medical diseases. Results from the general population cohort LifeLines. J Psychosom Res. 2015;79:94-9. Medlinedoi:10.1016/j.jpsychores.2015.05.004

  6. Eikelboom EM, Tak LM, Roest AM, Rosmalen JGM. A systematic review and meta-analysis of the percentage of revised diagnoses in functional somatic symptoms. J Psychosom Res. 2016;88:60-7. Medlinedoi:10.1016/j.jpsychores.2016.07.001

  7. Nijrolder I, van der Windt D, de Vries H, van der Horst H. Diagnoses during follow-up of patients presenting with fatigue in primary care. CMAJ. 2009;181:683-7. Medlinedoi:10.1503/cmaj.090647

  8. Rolfe A, Burton C. Reassurance after diagnostic testing with a low pretest probability of serious disease: systematic review and meta-analysis. JAMA Intern Med. 2013;173:407-16. Medlinedoi:10.1001/jamainternmed.2013.2762

  9. Olde Hartman TC, Borghuis MS, Lucassen PL, van de Laar FA, Speckens AE, van Weel C. Medically unexplained symptoms, somatisation disorder and hypochondriasis: course and prognosis. A systematic review. J Psychosom Res. 2009;66:363-77. Medlinedoi:10.1016/j.jpsychores.2008.09.018

  10. Budtz-Lilly A, Vestergaard M, Fink P, Carlsen AH, Rosendal M. The prognosis of bodily distress syndrome: a cohort study in primary care. Gen Hosp Psychiatry. 2015;37:560-6. Medlinedoi:10.1016/j.genhosppsych.2015.08.002

  11. Janssens KAM, Klis S, Kingma EM, Oldehinkel AJ, Rosmalen JGM. Predictors for persistence of functional somatic symptoms in adolescents. J Pediatr. 2014;164:900-5.e2. Medlinedoi:10.1016/j.jpeds.2013.12.003

  12. Essau CA. Course and outcome of somatoform disorders in non-referred adolescents. Psychosomatics. 2007;48:502-9. Medlinedoi:10.1176/appi.psy.48.6.502

  13. Norris T, Collin SM, Tilling K, et al. Natural course of chronic fatigue syndrome/myalgic encephalomyelitis in adolescents. Arch Dis Child. 2017;102:522-8. Medlinedoi:10.1136/archdischild-2016-311198

  14. Cairns R, Hotopf M. A systematic review describing the prognosis of chronic fatigue syndrome. Occup Med (Lond). 2005;55:20-31. Medlinedoi:10.1093/occmed/kqi013

  15. Nijrolder I, van der Windt DA, van der Horst HE. Prognosis of fatigue and functioning in primary care: a 1-year follow-up study. Ann Fam Med. 2008;6:519-27. Medlinedoi:10.1370/afm.908

  16. Creed FH, Davies I, Jackson J, et al. The epidemiology of multiple somatic symptoms. J Psychosom Res. 2012;72:311-7. Medlinedoi:10.1016/j.jpsychores.2012.01.009

  17. Valentin GH, Pilegaard MS, Vaegter HB, et al. Prognostic factors for disability and sick leave in patients with subacute non-malignant pain: a systematic review of cohort studies. BMJ Open. 2016;6:e007616. Medlinedoi:10.1136/bmjopen-2015-007616

  18. Jackson J, Fiddler M, Kapur N, Wells A, Tomenson B, Creed F. Number of bodily symptoms predicts outcome more accurately than health anxiety in patients attending neurology, cardiology, and gastroenterology clinics. J Psychosom Res. 2006;60:357-63. Medlinedoi:10.1016/j.jpsychores.2006.02.006

  19. Rosendal M, Olde Hartman TC, Aamland A, et al. Medically unexplained symptoms and symptom disorders in primary care: prognosis-based recognition and classification. BMC Fam Pract. 2017;18:18. Medlinedoi:10.1186/s12875-017-0592-6

  20. Voigt K, Wollburg E, Weinmann N, et al. Predictive validity and clinical utility of DSM-5 Somatic Symptom Disorder: prospective 1-year follow-up study. J Psychosom Res. 2013;75:358-61. Medlinedoi:10.1016/j.jpsychores.2013.08.017

  21. Klaus K, Rief W, Brähler E, Martin A, Glaesmer H, Mewes R. Validating psychological classification criteria in the context of somatoform disorders: A one- and four-year follow-up. J Abnorm Psychol. 2015;124:1092-01. Medlinedoi:10.1037/abn0000085

  22. Nijrolder I, van der Windt D, van der Horst H. Prediction of outcome in patients presenting with fatigue in primary care. Br J Gen Pract. 2009;59:e101-9. Medlinedoi:10.3399/bjgp09X420329

  23. Hoedeman R, Blankenstein AH, Krol B, Koopmans PC, Groothoff JW. The contribution of high levels of somatic symptom severity to sickness absence duration, disability and discharge. J Occup Rehabil. 2010;20:264-73. Medlinedoi:10.1007/s10926-010-9239-3

  24. Koch H, van Bokhoven MA, Bindels PJ, van der Weijden T, Dinant GJ, ter Riet G. The course of newly presented unexplained complaints in general practice patients: a prospective cohort study. Fam Pract. 2009;26:455-65. Medlinedoi:10.1093/fampra/cmp067

  25. Terluin B. De vierdimensionale klachtenlijst (4DKL). Een vragenlijst voor het meten van distress, depressie, angst en somatisatie. Huisarts Wet. 1996;39:538-47.

Auteursinformatie

UMCG, afd. Psychiatrie, Groningen.

Dr. D.J.C. Hanssen, postdoctoraal onderzoeker en gezondheidszorgpsycholoog; prof.dr. J.G.M. Rosmalen, medisch bioloog en psycholoog (tevens: afd. Interne Geneeskunde).

AMC, afd. Medische Psychologie, Amsterdam.

Prof.dr. H. Knoop, klinisch psycholoog.

Contact prof.dr. J.G.M. Rosmalen (j.g.m.rosmalen@umcg.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: er zijn mogelijke belangen gemeld bij dit artikel. ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Auteur Belangenverstrengeling
Denise J.C. Hanssen ICMJE-formulier
Hans Knoop ICMJE-formulier
Judith G.M. Rosmalen ICMJE-formulier

Gerelateerde artikelen

Reacties