Artikel
Inleiding
In de loop van 1994 begon in dit tijdschrift een reeks artikelen over actuele ontwikkelingen in het medisch onderwijs. Daarin werd aandacht besteed aan de veranderingen die zich de laatste jaren in inhoud, methodiek en organisatie van de artsopleiding hebben voorgedaan.1 In dit afsluitende artikel maken wij als…
(Geen onderwerp)
Maastricht, december 1997,
Terecht stellen de collegae Bouman en Metz in hun artikel de wenselijkheid van een basisfilosofie en van probleemoplossend onderwijs aan de orde (1997:2575-9). Daarbij vermelden zij dat de faculteiten te Groningen en Nijmegen recentelijk overgestapt zijn naar dergelijk probleemgeoriënteerd onderwijs.
Het zou de auteurs gesierd hebben en het zou bovendien getuigd hebben van historisch besef als zij ook vermeld hadden dat de medische faculteit Maastricht deze onderwijsmethode al bij het begin, 24 jaar geleden, in haar filosofie heeft opgenomen. Na vele jaren afkeuring van deze basisfilosofie door alle overige medische faculteiten in Nederland zijn onder meer de twee genoemde faculteiten nu uiteindelijk ook overgegaan op dit onderwijssysteem; zij volgen daarmee na meer dan twintig jaar het Maastrichtse voorbeeld.
(Geen onderwerp)
Duivendrecht, januari 1998,
De felle reactie van collega Hendrikse op ons overzicht van verwachte ontwikkelingen in het medisch onderwijs heeft ons in meer dan één opzicht verbaasd. In de eerste plaats verwondert het ons dat er blijkbaar in Maastricht nog twijfel bestaat over de landelijke waardering voor de eigen voortrekkersrol. Wij kunnen Hendrikse de verzekering geven dat al wie in Nederland enigermate geïnteresseerd is in de achtergronden van het medisch onderwijs volledig overtuigd is van deze rol en van het gewicht dat de universiteit van Maastricht zich daardoor in het medisch onderwijs heeft gegeven.
Een tweede reden voor onze verwondering is dat Hendrikse ons stuk verkeerd heeft geïnterpreteerd. Het ging over bestaande faculteiten die het roer thans drastisch omgooien, waarin naar ons gevoel een trend wordt gezet die zich mogelijk zal voortzetten in andere, nu nog traditioneel onderwijzende faculteiten. Dit is een wezenlijk andere situatie dan in Maastricht, waar het ging om een gloednieuwe faculteit.
Tenslotte nog iets over ons historisch besef. In de inleiding tot de serie waarvan het gewraakte artikel het slot vormt, schreven wij (al in 1994): ‘Een 2e internationale organisatie is het netwerk van “community-oriented” faculteiten (faculteiten die artsen primair opleiden voor functies in de eerste lijn), waarvan bij ons de Maastrichtse faculteit deel uitmaakt, met een meer op de praktijk van de gezondheidszorg gericht curriculum waarin zogenaamd probleemoplossend leren een hoofdrol vervult’.1 In het kort daarna in de serie verschenen artikel van één van ons (L.N.B.) over blokonderwijs is te lezen: ‘Kort na het Nijmeegse initiatief (voor geïntegreerd onderwijs, L.N.B.) startte de medische faculteit te Maastricht met een onderwijssysteem dat door zijn oriëntatie op probleemoplossend leren veel verder gaat in integratie dan met een traditioneel curriculum kan worden bereikt. Het veelvuldig gebruik van door studenten in werkgroepen op te lossen klinische vraagstellingen maakt daar een integratieve benadering vanzelfsprekend’.2 Naar deze beide artikelen hebben wij in ons laatste artikel verwezen.
Metz JCM, Bouman LN. Artikelenreeks over actuele ontwikkelingen in het medisch onderwijs. [LITREF JAARGANG="1994" PAGINA="1014-7"]Ned Tijdschr Geneeskd 1994;138:1014-7.[/LITREF]
Bouman LN. Integratie in het medisch onderwijs: middel of mode? [LITREF JAARGANG="1994" PAGINA="1083-7"]Ned Tijdschr Geneeskd 1994;138:1083-7.[/LITREF]