Impulscontrolestoornis door gebruik van dopamineagonisten

15-01-2009
Wim E.J. Weber en Peter C.G. Nijssen

In 2005 werd voor het eerst in Nederland pathologisch gokken als bijwerking van de behandeling met de dopamineagonist pergolide gemeld.1 Sindsdien zijn er bij het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb (www.lareb.nl) nog twee gevallen van pathologisch gokken en twee van een stoornis in de impulscontrole bekendgemaakt. Deze getallen suggereren dat het hier een incidentele bijwerking betreft, maar recent onderzoek toonde aan dat ongeveer 5% van de patiënten die een dopamineagonist gebruiken een stoornis in de impulscontrole krijgt.

De dopamineagonisten pergolide, pramipexol en ropinirol worden in Nederland veel voorgeschreven, voornamelijk aan patiënten met de ziekte van Parkinson, maar sinds kort ook aan patiënten met het ‘restless legs’-syndroom. De bijsluiters van pergolide en pramipexol geven tegenwoordig stoornissen in de impulscontrole als mogelijke bijwerking op, die van ropinirol nog niet.

Impulscontrolestoornissen

De DSM-IV-TR definieert ‘impulscontrolestoornissen’ (ICS’en) als ‘het onvermogen om een impuls, drang of verleiding te weerstaan, die schadelijk is voor de persoon zelf of voor ...