Pergolidegebruik en hartklepfibrose
Open

Jaarlijkse controle nodig bij patiënten met de ziekte van Parkinson die pergolide gebruiken
Stand van zaken
08-01-2009
Teus van Laar, Henk Berendse, Bas R. Bloem, Agnita J.W. Boon, Johannes J. van Hilten, Ad Hovestadt, Marina A.J. de Koning-Tijssen, Peter C.G. Nijssen en Wim E.J. Weber

Ongeveer 1400 patiënten met de ziekte van Parkinson in Nederland krijgen pergolide voorgeschreven. Het gebruik van deze dopamineagonist wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op fibrose van de hartkleppen. Volgens recent onderzoek geeft pergolide een 7-voudig verhoogde kans op hartklepfibrose en komt klepfibrose voor bij 25% van alle pergolidegebruikers. Het risico is statistisch significant verhoogd bij een dagdosis boven de 3 mg en een gebruik gedurende > 6 maanden. Ergotderivaten zoals pergolide veroorzaken hartklepfibrose door activatie van de 5HT2B-receptor, die fibroblasten in de hartklep aanzet tot deling. Daarom is pergolide niet langer de eerstekeus-dopamineagonist. Bij patiënten die toch beginnen met pergolide of dit blijven gebruiken, moet men in het eerste jaar halfjaarlijks en daarna jaarlijks echocardiografie verrichten. Ook moet men de dagdosis pergolide zo laag mogelijk houden (maximaal 3 mg/dag). Artsen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met de ziekte van Parkinson moeten letten op tekenen van hartfalen of een nieuwe hartruis.