Wat weten ouderen met polyfarmacie van hun pillen?*

Onderzoek
16-08-2016
Donna Bosch-Lenders, Denny W.H.A. Maessen, H.E.J.H. (Jelle) Stoffers, J. André Knottnerus, Bjorn Winkens en Marjan van den Akker

Doel

Identificeren van factoren die samenhangen met juiste kennis over voorgeschreven medicatie bij ouderen met polyfarmacie.

Opzet

Dwarsdoorsnedeonderzoek.

Methode

Patiënten van 60 jaar of ouder in de huisartsenpraktijk die 5 of meer voorgeschreven medicijnen gebruikten werden ondervraagd over hun medicatie tijdens huisbezoeken en met schriftelijke vragenlijsten. Met multipele logistische regressieanalyse evalueerden we verbanden tussen medicatiekennis en verklarende factoren, zoals aantal voorschriften, geslacht, leeftijd, woonsituatie en opleidingsniveau.

Resultaten

754 patiënten met een gemiddelde leeftijd van 73,2 jaar gebruikten gemiddeld 9 (SD: 3,0) voorgeschreven medicijnen. Slechts 15% van hen kon de juiste indicatie van al hun voorgeschreven medicijnen benoemen. Variabelen die negatief samenhingen met het correct benoemen van alle indicaties waren: gebruik van veel voorgeschreven medicijnen (oddsratio (OR) van ≥ 10 vs. ≤ 5 medicijnen: 0,05), 80 jaar of ouder (vs. 60-69 jaar, OR: 0,47) en mannen (vs. vrouwen, OR: 0,53). Patiënten die samenwoonden met een partner hadden meer kennis dan mensen die zelfstandig en alleen woonden (OR: 2,11). We vonden geen verband met opleidingsniveau.

Conclusie

Oudere patiënten die 5 of meer voorgeschreven medicijnen nemen hebben weinig kennis over de reden van voorschrijven; dit geldt vooral voor patiënten met veel voorgeschreven medicijnen, patiënten van 80 jaar of ouder, en mannen. Patiënten die thuis wonen met een partner weten meer dan anderen.