Vitamine D-verrijking van de voeding niet zinvol als profylaxe van fracturen

Klinische praktijk
P.J.M. Elders
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:1181
Abstract
Download PDF

Zie ook het artikel op bl. 1180.

Er zijn aanwijzingen dat een verlaagde vitamine D-spiegel zonder klinische verschijnselen leidt tot versneld botverlies en een verhoogd fractuurrisico. Het onderliggende mechanisme daarbij is dat een verminderde productie van actieve vitamine D een verminderde opname van calcium in de darm veroorzaakt. Door het relatieve calciumtekort ontstaat dan een secundaire hyperparathyreoïdie met als gevolg een verhoogde botombouw en botverlies. Aangezien een gedeelte van het calcium passief wordt opgenomen, onafhankelijk van actieve vitamine D, zal een secundaire hyperparathyreoïdie nog eerder optreden bij een lage calciuminname. De Nederlandse bevolking gebruikt relatief veel zuivelproducten. Slechts 25-30 van de oudere bevolking gebruikt minder dan de door de Gezondheidsraad aanbevolen hoeveelheid.1 Deze aanbevolen dosering is de hoeveelheid calcium die voldoende is voor 97,5 van de populatie en ligt in theorie 2,5 standaarddeviatie boven de gemiddelde behoefte. Van deze groep die volgens de norm te weinig calcium gebruikt, zal daardoor een grote groep toch nog voldoende calcium innemen om in zijn individuele behoefte te voorzien. Gezien deze relatief hoge calciuminname van de bevolking is de vitamine D-status vermoedelijk minder relevant voor het fractuurrisico.

In 2 grote, gecontroleerde bevolkingsonderzoeken gaf suppletie van vitamine D geen gunstig effect te zien op de fractuurincidentie. Het eerste onderzoek betrof ambulante Nederlandse bejaarden die als interventie 10 ?g vitamine D3 (colecalciferol) gebruikten.2 Het tweede betrof 3314 Engelse bejaarden met één of meer risicofactoren voor osteoporose die behandeld werden met 1000 mg calcium per dag en 20 ?g vitamine D3.3 Het onderscheidend vermogen (‘power’) van de onderzoeken was groot genoeg om vermindering van de fractuurincidentie met 30 uit te sluiten. Uit deze onderzoeken valt op te maken dat van algemene vitamine D-substitutie door verrijking van de voeding geen groot effect te verwachten is.

Gezien het feit dat vitamine D goedkoop is, zouden kleine effecten echter snel kosteneffectief kunnen zijn en daardoor maatschappelijk relevant. Een voorwaarde zou echter moeten zijn dat het betreffende voedingsmiddel ook daadwerkelijk door juist de risicogroepen gebruikt gaat worden. Zo lijkt toevoeging van vitamine D aan de melk weinig zinvol, omdat juist groepen die weinig zuivel consumeren het meeste baat zullen hebben van deze suppletie. Ook andere overwegingen kunnen een rol spelen. Zo bleek uit gesprekken met vrouwen van Turkse afkomst dat zij terughoudend waren met het gebruik van met vitamine D verrijkte margarine uit angst voor de aanwezigheid van varkensvet in deze producten of voor gewichtstoename.4

Vooralsnog is er dus geen bewijs dat vitamine D-verrijking van de voeding in de algemene bevolking fracturen kan voorkomen. Aangenomen wordt dat bejaarden en mensen met een donkere huid een verhoogd risico op vitamine D-deficiëntie hebben. Aangezien deze groepen erg van elkaar verschillen in levensstijl en eetgewoonten, is er van een individueel advies op maat meer te verwachten dan van verrijking van de voeding op bevolkingsniveau.

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.

Literatuur
  1. Voedingsnormen. Calcium, vitamine D, thiamine, riboflavine, niacine, pantotheenzuur en biotine. Publicatienr 2000/12. Rijswijk: Gezondheidsraad; 2000.

  2. Lips P, Graafmans WC, Ooms ME, Bezemer PD, Bouter LM. Vitamin D supplementation and fracture incidence in elderly persons. A randomized, placebo-controlled clinical trial. Ann Intern Med. 1996;124:400-6.

  3. Porthouse J, Cockayne S, King C, Saxon L, Steele E, Aspray Y, et al. Randomised controlled trial of calcium and supplementation with cholecalciferol (vitamin D3) for prevention of fractures in primary care. BMJ. 2005;330:1003-9.

  4. Wijsman-Grootendorst A, Dam RM van. Opvattingen van vrouwen van Turkse afkomst over maatregelen ter preventie en behandeling van vitamine-D-deficiëntie; resultaten van focusgroepinterviews. Ned Tijdschr Geneeskd. 2005;149:932-6.

Auteursinformatie

Contact Mw.dr.P.J.M.Elders, huisarts, Maasstraat 167, 1079 BG Amsterdam (pelders@it-smartcare.nl)

Gerelateerde artikelen

Reacties