Transseksualiteit. II. Diagnostiek: de eerste, tentatieve, fase
Open

Stand van zaken
29-09-1992
P.T. Cohen-Kettenis, A.J. Kuiper, W.A. Zwaan en F.J. Huyse
Zie ook de artikelen op bl. 1893, 1898 en 1901.

Wanneer bij iemand die de puberteit heeft bereikt een hardnekkige onvrede bestaat vanwege het gevoel anatomisch tot het verkeerde geslacht te behoren en er bovendien meer dan twee jaar continu de wens bestaat tot geslachtsaanpassing, wordt volgens het psychiatrisch classificatiesysteem ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders’ (DSM-III-R) van ‘transseksualiteit’ gesproken. Transseksualiteit is een genderidentiteitsprobleem, en wordt ook wel omschreven als de meest extreme vorm van genderdysforie. Dit laatste kan worden gedefinieerd als ‘een gevoel van onbehagen, door de persoon zelf toegeschreven aan de incongruentie tussen enerzijds diens genderidentiteit (subjectief ervaren gender) en anderzijds diens genderrol (de publieke expressie van iemands genderidentiteit) en fysieke geslacht (primaire en secundaire geslachtskenmerken)’.1 ‘Gender’ is een leenwoord uit de Engelse taal dat oorspronkelijk verwijst naar het geslacht van een woord (vrouwelijkmannelijkonzijdig), maar dat in deze context verwijst zowel naar iemands lichamelijke status (primaire en secundaire ...