Toediening van vitamine K aan pasgeborenen en zuigelingen

Onderzoek
J. Uitentuis
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1990;134:1642-6
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Naar aanleiding van het uitbrengen van een gezamenlijk advies met betrekking tot de toediening van vitamine K aan zuigelingen door de studiegroep Zuigelingenvoeding van de Nationale Kruisvereniging en het Voorlichtingsbureau voor de Voeding, en de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, wordt een overzicht gegeven van literatuurgegevens over de hemorragische ziekte van de pasgeborene, vitamine K-deficiëntie bij zuigelingen en vitamine K-profylaxe. De overwegingen die hebben geleid tot het advies, dat een herinvoering van een algemene vitamine K-profylaxe behelst bij de geboorte en voor bepaalde groepen zuigelingen een onderhoudsdosering vitamine K gedurende de eerste levensmaanden, worden besproken. Het advies zelf wordt in een tabel weergegeven.

Inleiding

Zie ook het artikel op bl. 1630.

De afgelopen jaren is er veel discussie geweest over de behoefte van zuigelingen aan vitamine K en de merites van een algemene, respectievelijk een selectieve vitamine K-profylaxe. De studiegroep Zuigelingenvoeding van de Nationale Kruisvereniging en het Voorlichtingsbureau voor de Voeding, en de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde hebben onlangs gezamenlijk aanbevelingen gedaan met betrekking tot de toediening van vitamine K aan zuigelingen (tabel). Reeds langere tijd is er onder degenen die betrokken zijn bij de zorg voor pasgeborenen en jonge zuigelingen, behoefte aan een eenduidig beleidsadvies en het is op zichzelf verheugend dat het genoemde advies gedragen wordt door twee gezaghebbende instanties in ons land. In dit artikel wordt een literatuuroverzicht gegeven over algemene en selectieve profylaxe en de keus tussen orale en parenterale vitamine K1-toediening. De wetenschappelijke gegevens waarop het advies is gebaseerd, worden besproken.

De hemorragische ziekte van de pasgeborene

Vitamine K is een co-factor bij de omzeting van, onder meer, de stollingsfactoren II, VII, IX en X in hun actieve vormen. Men onderscheidt vitaminen K1 tot en met K5. Van deze vormen komen alleen K1 en K2 in de natuur voor. Vitamine K1 is van plantaardige oorsprong en vitamine K2 wordt geproduceerd door (darm)bacteriën. Beide zijn oplosbaar in vet. De andere, synthetische, vormen zijn oplosbaar in water. Voor zuigelingen is vitamine K vooral van belang wegens het ziektebeeld de hemorragische ziekte van de pasgeborene dat gekenmerkt wordt door bloedingen ten gevolge van een tekort aan de actieve vormen van genoemde stollingsfactoren. Drie vormen van dit ziektebeeld worden beschreven: de vroege, de klassieke en de late vorm.1 Behalve verschillen op grond van de leeftijd waarop de bloedingen zich voordoen, zijn er tussen deze drie vormen graduele verschillen wat betreft de plaats van de bloedingen en de mate waarin verschillende risicofactoren een rol spelen. Als risicofactoren voor hemorragische ziekte van de pasgeborene worden onderkend: prematuriteit, zuurstofgebrek bij de geboorte, stuitbevalling, kunstverlossing, het gebruik van bepaalde medicamenten tijdens de zwangerschap, aandoeningen van de zuigeling die gepaard gaan met absorptiestoornissen, een vitamine K-transportstoornis en (of) een gestoorde werking van de lever, de toediening van bepaalde antibiotica (o.a. cefalosporinen) aan de zuigeling, en borstvoeding. Vooral over zuigelingen met de late vorm van de ziekte, bij wie intracraniële bloedingen relatief vaak voorkomen en borstvoeding een van de risicofactoren is, is de laatste jaren veel gepubliceerd. Betrouwbare gegevens over het voorkomen van hemorragische ziekte van de pasgeborene zijn schaars. Opgegeven getallen lopen nogal uiteen en de gepubliceerde getallen zijn niet zonder meer van toepassing op de populatie Nederlandse zuigelingen.2-5 Schattingen van het voorkomen in ons land liggen in de orde van enkele tientallen patiënten per jaar.6-7 De ernst van het probleem moet worden afgeleid uit de in de literatuur beschreven gevallen van hemorragische ziekte van de pasgeborene. In een literatuuroverzicht uit 1987 had van de 512 zuigelingen met hemorragische ziekte van de pasgeborene 85 een intracraniële bloeding.7 Voor zover de sterfte in de publikaties vermeld werd, was deze 35. Van de 512 zuigelingen met de ziekte kregen slechts 4 bij de geboorte vitamine K; 2 van deze 4 hadden overigens een bijkomende aandoening, de ene de ziekte van Hirschsprung, de andere een galgangatresie.

Vitamine k-deficiËntie bij zuigelingen

Of, en zo ja hoeveel, pasgeborenen en jonge zuigelingen een vitamine K-deficiëntie hebben, en daarmee kans op hemorragische ziekte, is tot op de dag van vandaag onderwerp van discussie.8 Onderzoek naar de plasmaspiegels van de van vitamine K afhankelijke stollingsfactoren lijkt weinig steun te geven aan de hypothese dat veel zuigelingen een vitamine K-deficiëntie hebben.8-9 Ook bij een Nederlands onderzoek van Van Doorn uit 1976 naar ‘protein induced by vitamin K absence (antagonist) factor II’ (PIVKA-II), een afspiegeling van vitamine K-deficiëntie, werden geen aanwijzingen voor vitamine K-deficiëntie gevonden bij gezonde voldragen en gezonde te vroeg geboren zuigelingen.10 Bij dit onderzoek werd echter voor de PIVKA-II-bepaling een relatief ongevoelige methode gebruikt. Toch is de vitamine K-status van de zuigeling in zijn eerste levensdagen, en in sommige gevallen ook daarna, precair te noemen en daarvoor zijn verschillende argumenten aan te voeren. In de literatuur wordt erop gewezen dat vitamine K de placenta niet of nauwelijks passeert, dan wel dat passage onvoorspelbaar is.71112 In afwijking van de bevindingen en conclusies van Van Doorn gaf later onderzoek met gevoeliger analysemethodes van PIVKA-II aan dat een vitamine K-deficiëntie bij zuigelingen regelmatig voorkomt. PIVKA-II werd 4 dagen na de geboorte bij 9 van 113 zuigelingen gevonden en bij een aantal van hen was ook na 30, 60 en 90 dagen nog PIVKA-II aantoonbaar.7

Een mogelijke verklaring voor het feit dat borstvoeding een risicofactor is voor hemorragische ziekte van de pasgeborene, is dat moedermelk weinig vitamine K bevat. Het gehalte varieert van persoon tot persoon en bij eenzelfde persoon in de tijd, maar als gemiddelde houdt men aan ongeveer 2 µg per liter moedermelk.13 Dit is aanzienlijk minder dan het vitamine K-gehalte van koemelk en van volledige zuigelingenvoedingen. De aanbevolen hoeveelheid voor het eerste levensjaar is 10 µg vitamine K per dag waarbij met een onvolledige absorptie rekening wordt gehouden.14 Lange tijd heeft men aangenomen dat de darmflora met de produktie van vitamine K2 in een deel van de vitamine K-behoefte voorziet, maar dit is nooit bewezen.

Profylaxe

Gedurende decennia is vitamine K op grote schaal aan pasgeborenen toegediend. In ons land en in een aantal andere Westeuropese landen is daar in de loop van de jaren zestig verandering in gekomen. Mede op basis van de publikaties van Van Doorm werd aanbevolen vitamine K alleen te geven aan zuigelingen met een vergrote kans op bloedingen.15 Ondermeer als gevolg van het inmiddels aanzienlijke aantal beschreven gevallen van hemorragische ziekte wordt op veel plaatsen een algemene vitamine K-profylaxe opnieuw ingevoerd dan wel aanbevolen.

Het advies van de Committee on Nutrition in de Verenigde Staten, overigens sinds het verschijnen ervan in 1961 ongewijzigd, is om alle pasgeborenen vitamine K toe te dienen, en wel 0,5 à 1,0 mg parenteraal ofwel 1,0 à 2,0 mg per os.16 De Deutsche Gesellschaft für Kinderheilkunde publiceerde in 1986 haar advies om alle pasgeborenen 1 mg vitamine K subcutaan toe te dienen en als parenterale toediening afgewezen wordt om gedurende de eerste drie levensmaanden minstens 2 maal per week 1 mg vitamine K per os te geven.17 Het advies van de Nutrition Committee of the Paediatric Society of New Zealand, gepubliceerd in 1988, is om alle gezonde pasgeborenen 1 mg vitamine K1 per os te geven en om alle zuigelingen met een vergroot risico 0,5 mg intramusculair toe te dienen gevolgd door 25 µg per dag per os gedurende de eerste 3 levensweken.18

In ons land heeft het Medisch Adviescollege van de vereniging Borstvoeding Natuurlijk het advies gegeven om aan voldragen en gezonde zuigelingen die borstvoeding krijgen vitamine K per os toe te dienen op de eerste levensdag in een enkele dosis van 1 tot 2 mg.6 Volgens dit Adviescollege dient men in bijzondere gevallen (o.a. bij vroeggeboorte en (of) ziekte) de zuigeling vlak na de geboorte 1 mg vitamine K intramusculair te geven zoals dat thans gebruikelijk is.

De effectiviteit van een algemene vitamine K-profylaxe is nooit aan de hand van een goed opgezet prospectief onderzoek bewezen. Het belangrijkste argument dat voor de toediening van vitamine K aan pasgeborenen pleit, is dat in de overgrote meerderheid van de gevallen van hemorragische ziekte geen vitamine K-profylaxe was toegepast.

Voorstanders van een algemene vitamine K-profylaxe zijn verdeeld over de vraag wat de beste toedieningswijze is. Parenterale toediening zou zekerder zijn, voorstanders van orale toediening wijzen op de onfysiologisch hoge bloedspiegels die het gevolg zijn van parenterale toediening en op de bezwaren van injecties in het algemeen; bovendien is men bij orale toediening niet afhankelijk van medisch geschoold personeel.519 Dat ook orale toediening van vitamine K een aantoonbaar effect heeft op de vitamine K-spiegel in het plasma en (of) op de stollingsfactoren is door verschillende onderzoekers beschreven.20-22 Als indirect argument voor de effectiviteit van de orale toediening van vitamine K is aangevoerd dat in een omgeving, waar alle normale à terme geboren zuigelingen 1 mg vitamine K per os kregen, slechts 1 geval van hemorragische ziekte op 31.000 bevallingen werd gezien en wel bij een kind van een moeder die anticonvulsiva kreeg.23

Er is gesteld dat door de toediening van vitamine K aan zwangere vrouwen en zogende moeders het vitamine K-gehalte van het navelstrengbloed respectievelijk de moedermelk verhoogd kan worden en dat dit een effectieve vorm van profylaxe zou kunnen zijn.2425 Hiervoor is echter meer onderzoek nodig.

Schadelijke bijwerkingen van vitamine K1 (fytomenadion), de enige vorm die in ons land in de handel is, zijn niet te verwachten. Hoewel vitamine K1 al decennia op grote schaal aan zuigelingen wordt toegediend, zijn ongewenste bijwerkingen slechts sporadisch beschreven. Deze waren hyperbilirubinemie en kernicterus bij premature en kleine zuigelingen, en hemolyse bij hoge doses vitamine K en bij een glucose-6-fosfaatdehydrogenasedeficiëntie. Er is gewaarschuwd voor het verwisselen van medicamenten in kraamkamers en op zuigelingenafdelingen. Bij een manifeste bloedingsneiging zijn intramusculaire injecties gecontraïndiceerd zal en vitamine K intraveneus of subcutaan moeten worden toegediend.

Het gezamenlijke advies

De studiegroep Zuigelingenvoeding van de Nationale Kruisvereniging en het Voorlichtingsbureau voor de Voeding, en de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde spreken zich uit voor een (her)invoering van een algemene vitamine K-profylaxe. Dit advies verschilt van het eerdere advies van de studiegroep Zuigelingenvoeding waarin minder eenduidige aanbevelingen werden gedaan ten aanzien van de toedieningswijze direct post partum en de dosering van vitamine K in de periode na de geboorte voor zuigelingen met een vergroot risico.26 In het gezamenlijke advies werd ervan uitgegaan dat met een eenmalige orale toediening van 1 mg vitamine K1 aan gezonde à terme geboren zuigelingen verreweg de meeste gevallen van hemorragische ziekte kunnen worden voorkomen. Er zijn echter obstetrische en pediatrische indicaties voor een parenterale toedieningswijze van vitamine K direct na de geboorte (zie tabel). Bij deze groep pasgeborenen met een toegenomen kans op bloedingen ten gevolge van een vitamine K-tekort verdient parenterale toediening de voorkeur, omdat de uitvoerbaarheid van orale toediening in deze groep vaak onzeker is door braken of voedselweigering en omdat verwacht mag worden dat parenteraal toegediende vitamine K sneller effect heeft.

Onderkend wordt dat eenmalige toediening van vitamine K post partum, zowel oraal als parenteraal, niet in alle gevallen afdoende is om de late vorm van hemorragische ziekte te voorkomen.527 Daarom wordt een onderhoudsdosis aanbevolen voor zuigelingen die geheel of grotendeels met moedermelk worden gevoed. Aanbevolen wordt om deze zuigelingen na de eenmalige gift van 1 mg post partum dagelijks 25 µg vitamine K1 per os te geven tot en met de derde levensmaand. Voor zuigelingen die (vrijwel uitsluitend) borstvoeding krijgen en bovendien nog een aandoening hebben met een vergroot risico van een vitamine K-tekort, wordt de dubbele onderhoudsdosis geadviseerd, namelijk dagelijks 50 µg vitamine K1 per os. Dit advies geldt ook voor zuigelingen met borstvoeding van wie de moeder met een cumarinederivaat wordt behandeld. Deze doses zijn zo gekozen dat er een ruime veiligheidsmarge is voor een verminderde absorptie en (of) een gestoorde leverfunctie.

Er is in ons land maar één preparaat in de handel voor de orale toediening van vitamine K. Dit bevat 1 mg vitamine K1 per druppel en is dus ongeschikt voor de toediening van de onderhoudsdoses van 25 of 50 µgram. De spoedige invoering van een vitamine K-preparaat dat geschikt is voor de nauwkeurige toediening van deze onderhoudsdoses, zal dus worden gestimuleerd. Zolang een dergelijk preparaat niet beschikbaar is, wordt geadviseerd eenmaal per week 1 mg vitamine K1 per os te geven in plaats van de bovengenoemde dagelijkse doses.

De aanbevelingen berusten niet op prospectief epidemiologisch onderzoek naar de effectiviteit van een algemene vitamine K-profylaxe. Nader onderzoek naar het vóórkomen van hemorragische ziekte van de pasgeborene, de vitamine K-status van jonge zuigelingen met gebruikmaking van gevoelige bepalingsmethoden, de effecten van orale en parenterale toediening van vitamine K en naar alternatieve vormen van profylaxe is gewenst. Desondanks wordt met de huidige stand van de wetenschap en gezien de ervaring dat met een selectief beleid ten aanzien van de vitamine K-profylaxe bloedingen bij zuigelingen nog te veel voorkomen, een algemene profylaxe aanbevolen.

Van de studiegroep Zuigelingenvoeding maken deel uit: drs.F.J.van der Avert, voedingskundig beleidsmedewerker (tot 1 januari 1989); dr.A.C.Douwes, kindergastro-enteroloog;

J.B.J.Drewes, sociaal-geneeskundige; prof. dr.J.Fernandes, kinderarts; mw.E.L.M.Harder-Buwalda, jeugdarts; mw.ir.J. Hammink, voedingskundige; mw.A.F.Kaufman, kraamverpleegkundige; mw.Y.Knopf, diëtist; mw.M.Lim, diëtist; mw. W.A.van Meer-Bijvoet, consultatiebureau-arts; mw.prof.dr. W.A.van Staveren, voedingskundige; J.Uitentuis, kinderarts; prof.dr.H.K.A.Visser, kinderarts (tot 1 januari 1989); mw.S. IJsakkers, wijkverpleegkundige. Namens de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde waren bij het beleidsadvies betrokken: prof.dr.G.A.de Jonge, prof.dr.L.A.H. Monnens, dr.R.S.Weening, dr.H.Wierenga en dr.J.A.M. Widdershoven, kinderartsen.

Literatuur
  1. Lane PA, Hathaway WE, Vitamin K in infancy. J Pediatr1985; 106: 351-9.

  2. Sutherland JM, Glueck HI, Gleser G. Hemorrhagic diseaseof the newborn. Am J Dis Child 1967; 113: 524-33.

  3. McNinch AW, Orme RLE, Tripp JH. Hemorrhagic disease ofthe newborn returns. Lancet 1982; i: 1089-90.

  4. Motohara K, Matsukura M, Matsuda I. Severe vitamin-Kdeficiency in breast-fed infants. J Pediatr 1984; 105: 943-5.

  5. Tönz O, Schubiger G. NeonataleVitamine-K-Prophylaxe und Vitamine-K-Mangelblutungen in der Schweiz1986-1988. Schweiz Med Wochenschr 1988; 118: 1747-52.

  6. Jonge GA de. Vitamine K voor de pasgeborene.Ned Tijdschr Geneeskd 1987; 131:635-6.

  7. Widdershoven JAM. Vitamin K deficiency in infancy.Nijmegen, 1987. Proefschrift.

  8. Pietersma de Bruyn ALJM. Vitamin K1 in the newborn.Leiden, 1990. Proefschrift.

  9. Büller H, Peters M, Burger B, et al. Vitamin-Kstatus beyond the neonatal period. A prospective study in normal breast-fedand formula-fed infants. Eur J Pediatr 1986; 145: 496-9.

  10. Doorm JM van. De zogenaamde vitamine K-deficiëntievan de pasgeborene. Groningen, 1976. Proefschrift.

  11. Shearer MJ, Rahim S, Barkhan P, Stimmler L. Plasmavitamin K1 in mothers and their newborn babies. Lancet 1982; ii:460-3.

  12. Sann L, Leclercq M, Troncy J, Guillaumont M, Berland M,Coeur P. Serum vitamin K1 concentration and vitamin K-dependent clottingfactor activity in maternal and fetal cord blood. Am J Obstet Gynecol 1985;153: 771-4.

  13. Lammi-Keefe CJ, Jensen RG. Fat soluble vitamins inhuman milk. Nutr Rev 1984; 42: 365-71.

  14. Olson JA. Recommended dietary intakes (RDI) of vitaminK in humans. Am J Clin Nutr 1987; 45: 687-92.

  15. Anonymus. Vitamin K and the newborn (Editorial). Lancet1978; ii: 755-7.

  16. Committee on Nutrition. Vitamin K compounds and thewatersoluble analogues, use in therapy and prophylaxis in pediatrics.Pediatrics 1961; 28: 501-7.

  17. Ernährungskommission der Deutschen Gesellschaftfür Kinderheilkunde. Empfehlungen zur Vitamin K-Prophylaxe beiNeugeborenen. Monatsschr Kinderheilkd 1986; 134: 823-4.

  18. Birkbeck JA. Vitamin K prophylaxis in the newborn: aposition statement of the Nutrition Committee of the Paediatric Society ofNew Zealand. NZ Med J 1988; 101: 421-2.

  19. Kries R von, Göbel U. Vitamin K prophylaxis: oralor parenteral? Am J Dis Child 1988; 142: 14-6.

  20. McNinch AW, Upton C, Samuels M, et al. Plasmaconcentrations after oral or intramuscular vitamin K1 in neonates. Arch DisChild 1985; 60: 814-8.

  21. Sann L, Leclercq M, Guillaumont M, Trouyez R, BethenodM, Bourgeay-Causse M. Serum vitamin K1 concentrations after oraladministration of vitamin K1 in low birth weight infants. J Pediatr 1985;107: 608-11.

  22. O'Connor ME, Addiego Jr JE. Use of oral vitamin K1to prevent hemorrhagic disease of the newborn infant. J Pediatr 1986; 108:616-9.

  23. Dunn PM. Vitamin K1 for all newborn babies. Lancet1982; ii: 770.

  24. Deblay MF, Vert P, Andre M, Marchal F. Transplacentalvitamin K prevents haemorrhagic disease of infants of epileptic mother.Lancet 1982; i: 1247.

  25. Kries R von, Shearer M, McCarthy PT, Haug M, Harzer G,Göbel U. Vitamin K1 content of maternal milk: influence of the stage oflactation, lipid composition, and vitamin K1 supplements given to the mother.Pediatr Res 1987; 22: 513-7.

  26. Studiegroep Zuigelingenvoeding van de NationaleKruisvereniging en het Voorlichtingsbureau voor de Voeding. Advies inzakevitamine K. 's-Gravenhage: Voorlichtingsbureau voor de Voeding,1988.

  27. Verity CM, Carswell F, Scott GL. Vitamin K deficiencycausing infantile intracranial haemorrhage after the neonatal period. Lancet1983; i: 1439.

Auteursinformatie

J.Uitentuis, kinderarts, it Roer 2, 9001 MB Grouw.

Verantwoording

Namens de studiegroep Zuigelingenvoeding van de Nationale Kruisvereniging en het Voorlichtingsbureau voor de Voeding, 's-Gravenhage, en de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, Utrecht.

Gerelateerde artikelen

Reacties

A.L.J.M.
Pietersma-de Bruyn

Amsterdam, september 1990,

In het artikel van Uitentuis worden adviezen vermeld betreffende profylactische toediening van vitamine K1 aan pasgeborenen en zuigelingen (1990;1642-6). De uitvoering van deze adviezen zal voor het merendeel onder verantwoordelijkheid van verloskundigen, huisartsen en gynaecologen dienen te geschieden. Het is onzes inziens dan ook onjuist, dat een zo verstrekkend advies wordt gegeven zonder de betrokken beroepsgroepen vooraf te raadplegen. Dit klemt te meer, aangezien wij het advies voor een algemene vitamine K1-profylaxe om de navolgende redenen aanvechtbaar achten:

– De bewijsvoering, dat een te laag vitamine K1-gehalte in de voeding de oorzaak is voor het ontstaan van hemorragische ziekte van pasgeborenen (HDN) en de late vorm van hemorragische ziekte van pasgeborenen (LHDN) bij overigens gezonde kinderen die borstvoeding krijgen is tot op vandaag ontoereikend.1

– Dat algemene profylaxe met vitamine K1 effectief is voor de preventie van HDN en LHDN is evenmin ooit aangetoond. Uitentuis erkent dan ook, dat men zich slechts baseert op indrukken.

– Het staat geenszins vast, dat de vitamine K1-profylaxe, zoals door Uitentuis verdedigd, in het algemeen correct zal worden toegepast, gelet op de complexe structuur en het feit dat pasgeborenen nogal eens van de soort voeding veranderen.

De meest zwaarwegende bezwaren hebben wij echter tegen de veronderstelling dat van de geadviseerde vitamine K1-doseringen geen schadelijke bijwerkingen zijn te verwachten. De natuur heeft wellicht niet voor niets gekozen voor een lage dosering van vitamine K1 aan de pasgeborene door een hoge placentabarrière23 en een relatief lage concentratie in de moedermelk (gemiddeld 2,3 ng vitamine K1/ ml).14 Alleen al door het toepassen van de huidige gangbare (kunstmatig met vitamine K1 verrijkte) flesvoeding krijgt de pasgeborene een 25-50 maal zo hoge dosis vitamine K1 toegediend. Desalniettemin adviseert men, ook in geval van flesvoeding, een extra eenmalige dosis van 1 mg vitamine K1 (dit is 1000 maal de natuurlijke dagdosis). Bij gezonde kinderen die borstvoeding krijgen herhaalt men deze piekdoseringen wekelijks gedurende 3 maanden. Met name bij pasgeborenen met leverfunctiestoornissen kan dit leiden tot extreem hoge serumvitamine K1-concentraties. Naar onze mening zijn de nadelige effecten hiervan nimmer goed onderzocht. Bij dierproeven is reeds vastgesteld, dat bij hoge vitamine K1-concentraties mutagene effecten van benzopyreen in leverweefsel kunnen optreden.5

Alvorens een verstrekkend advies uit te brengen voor een algemene vitamine K1-profylaxe voor alle pasgeborenen, dient men zich gesteund te weten door de resultaten van meer gefundeerd wetenschappelijk onderzoek, zowel ten aanzien van de voordelen als de nadelen.

A.L.J.M. Pietersma-de Bruyn
J.C. Kuijpers
M. Peters
Literatuur
  1. Pietersma-de Bruyn ALJM. Vitamin K[SUB]1[/SUB] in the newborn. Leiden, 1990. Proefschrift.

  2. Shearer MJ, Barkhan P, Rahim S, Stimmler L. Plasma vitamin K[SUB]1[/SUB] in mothers and their newborn babies. Lancet 1982; ii: 460-3.

  3. Hamulyák K, Boer-van de Berg MAG, Thijssen HHW, Hemker HC, Vermeer C. The placental transport of [3H] vitamin K[SUB]1[/SUB] in rats. Br J Haematol 1987; 65: 335-8.

  4. Lammi-Keefe CJ, Jansen RG. Fat-soluble vitamins in human milk. Nutr Rev 1984; 42: 365-71.

  5. Israëls LG, Ollmann DJ, Israëls ED. Vitamin K[SUB]1[/SUB] as a modulator of benzo(a)pyrene metabolism as measured by in vitro metabolite formation and in vivo DNA-adduct formation. Int J Biochem 1985; 17: 1263-6.

J.
Uitentuis

Grouw, oktober 1990,

Pietersma-de Bruyn, Kuijpers en Peters vinden het onjuist dat de adviezen betreffende de profylactische toediening van vitamine K1 aan pasgeborenen en zuigelingen zijn uitgebracht zonder dat vooraf beroepsgroepen, verantwoordelijk voor de uitvoering, geraadpleegd werden. Zij voeren verder enkele argumenten aan op grond waarvan zij de adviezen aanvechtbaar achten.

De studiegroep Zuigelingenvoeding van de Nationale Kruisvereniging en het Voorlichtingsbureau voor de Voeding en de ad hoc werkgroep Vitamine K-toediening van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde hebben zich niet ten doel gesteld een consensus te bereiken onder alle beroepsgroepen, betrokken bij de uitvoering van de adviezen. Wel hebben de opstellers van de adviezen oog gehad voor de meningsverschillen over de vitamine K-profylaxe binnen de verschillende beroepsgroepen en is de uitvoerbaarheid van de adviezen een punt van overweging geweest.

De opstellers van het advies hebben zich niet gewaagd aan speculaties over wat de bedoeling van de natuur kan zijn geweest met de lage dosering van vitamine K aan de pasgeborene. Een soortgelijke discussie met betrekking tot de profylaxe van rachitis en cariës is tot nu toe weinig vruchtbaar gebleken.

Vitamine K is decennia lang gegeven in doseringen ver boven de fysiologische behoefte zonder dat daarvan schadelijke neveneffecten beschreven zijn anders dan sporadische gevallen van hyperbilirubinemie en hemolyse bij parenterale toediening van hoge doses. De suggestie dat de geadviseerde vitamine K-profylaxe per os schadelijk zou kunnen zijn, is op grond van alleen een beperkt dierexperimenteel onderzoek niet gewettigd. Ook bij pasgeborenen met leverfunctiestoornissen zijn schadelijke bijwerkingen bij toediening per os zeer onwaarschijnlijk, omdat een verminderde galuitscheiding in de darm de vitamine K-absorptie beperkt.1 Zoals ook door Pietersma-de Bruyn in haar proefschrift aangegeven, blijkt uit de literatuur dat de meeste gevallen van de hemorragische ziekte van de pasgeborene zich voordoen bij zuigelingen die borstvoeding dan wel geen profylaxe kregen, maar dat daarnaast in een deel van de gevallen ook andere factoren een rol kunnen spelen.2

Het is juist dat nader onderzoek naar de rol van de verschillende risicofactoren bij het ontstaan van de hemorragische ziekte van de pasgeborene en de effecten van de vitamine K-profylaxe gewenst is. Dit feit op zichzelf is met de huidige inzichten onvoldoende reden om af te zien van het geven van vitamine K.

J. Uitentuis
Literatuur
  1. Birkbeck JA. Vitamin K prophylaxis in the newborn; a position statement of the Nutrition Committee of the Paediatric Society of New Zealand. NZ Med J 1988; 101: 421-2.

  2. Pietersma-de Bruyn ALJM. Vitamin K[SUB]1[/SUB] in the newborn. Leiden, 1990. Proefschrift.