Samenvatting van de standaard 'Urineweginfecties' (tweede herziening) van het Nederlands Huisartsen Genootschap

Klinische praktijk
B. van Pinxteren
S.M. van Vliet
Tj. Wiersma
A.N. Goudswaard
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:718-22
Abstract
Download PDF

Samenvatting

- De uit 1999 daterende NHG-standaard ‘Urineweginfecties’ is herzien.

- Voortaan worden niet alleen urineweginfecties die gepaard gaan met koorts als gecompliceerd beschouwd, maar ook alle urineweginfecties die vóórkomen bij mannen, zwangeren, kinderen en patiënten met afwijkingen aan de nieren of urinewegen, een verminderde weerstand of een verblijfskatheter.

- Als een vrouw de klachten herkent van een eerdere ongecompliceerde urineweginfectie, kan onder voorwaarden zonder aanvullend urineonderzoek behandeling worden ingesteld.

- Voor de diagnostiek van urineweginfecties gaat de voorkeur uit naar de nitriettest en de ‘dipslide’; de plaats van de leukotest is beperkt.

- Een urineweginfectie met een groep B-streptokok tijdens de zwangerschap vormt een indicatie voor intraveneuze antibiotische profylaxe tijdens de partus.

- De aanbevolen kuurduur voor nitrofurantoïne is verlengd van 3 naar 5 dagen.

- Toegenomen resistentie voor trimethoprim en de intentie het gebruik van fluorochinolonen voor de behandeling van ongecompliceerde urineweginfecties terug te dringen, vormden aanleiding om het middel fosfomycine op te nemen in de standaard.

- Naast medicamenteuze profylaxe kan ook het gebruik van cranberryproducten een plaats hebben bij de preventie van recidiverende urineweginfecties.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:718-22

artikel

Zie ook de artikelen op bl. 713 en 715.

In 2005 werd de tweede herziening gepubliceerd van de standaard ‘Urineweginfecties’ van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) (http://nhg.artsennet.nl).1 Dit artikel is een samenvatting van de standaard en bevat de bij de standaard behorende samenvattingskaart (figuur 1 en 2). De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige versie van de standaard alsmede enkele onderwerpen die in de werkgroep hebben geleid tot veel discussie, bespreken wij hier nader.

begrippen

Van oudsher worden in Nederland en België urineweginfecties die met koorts gepaard gaan als gecompliceerd beschouwd. Elders wordt het begrip ‘gecompliceerde infectie’ ruimer opgevat en omvat het ook infecties zonder koorts bij bepaalde risicogroepen. Tot deze risicogroepen worden gerekend: mannen, zwangeren, kinderen en patiënten met afwijkingen aan de nieren of urinewegen, een verminderde weerstand of een verblijfskatheter. De term ‘gecompliceerd’ heeft hierbij niet zozeer betrekking op de aandoening, maar op de patiënt. Dat is hier iemand met een onderliggende aandoening of een verhoogde kans op het bestaan daarvan en dientengevolge een verhoogd risico op een afwijkend beloop van de infectie of gevolgschade, waardoor langer en vaak met een breder werkzaam middel dient te worden behandeld. Door bij deze ruimere definitie aan te sluiten wordt in de standaard benadrukt dat in feite bij alle urineweginfecties die niet ongecompliceerd zijn extra waakzaamheid is geboden ten aanzien van diagnostiek, behandeling en follow-up. Van een ongecompliceerde urineweginfectie wordt alleen nog gesproken wanneer een cystitis voorkomt bij een verder gezonde, niet-zwangere, volwassen vrouw.

anamnese en urineonderzoek

Huisartsen krijgen met een zekere regelmaat telefonisch het verzoek om antibiotica voor te schrijven in verband met een veronderstelde blaasontsteking. Bij ruim 80 van de vrouwen die eerder een ongecompliceerde urineweginfectie doormaakten, kan een nieuwe klachtenepisode bacteriologisch worden bevestigd.2 3 Naar aanleiding hiervan is ruimte gecreëerd voor het starten met behandeling op grond van alleen de anamnese bij niet-zwangere, verder gezonde vrouwen, die de klachten herkennen van een eerdere ongecompliceerde urineweginfectie en bij wie geen verhoogd risico op een seksueel overdraagbare aandoening bestaat.

In het algemeen is echter steeds urineonderzoek aangewezen. Voor het aantonen van een urineweginfectie wordt gebruik van de nitriettest en de ‘dipslide’ aanbevolen. Beide onderzoeksmethoden hebben een hoge specificiteit, hetgeen, indien lege artis uitgevoerd, ook geldt voor het microscopisch beoordelen van het urinesediment op de aanwezigheid van bacteriën. Voor het uitsluiten van een urineweginfectie is in verband met de hoge sensitiviteit vooral de dipslide geschikt.

De populariteit van de leukotest(strip) berust waarschijnlijk vooral op het grote gebruiksgemak. Gezien de lage specificiteit is de plaats ervan bij de diagnostiek van urineweginfecties echter beperkt. Afhankelijk van de uitslag maakt de test het bestaan van een urineweginfectie hoogstens iets meer of iets minder waarschijnlijk. Voor het met een hoge mate van waarschijnlijkheid aantonen of uitsluiten van een urineweginfectie is de test echter niet geschikt.

groep b-streptokokken

Vlak vóór het gereedkomen van de nieuwe standaard werd het NHG benaderd door de Stichting Ouders van Groep B-streptokokkenpatiënten. Zij vroeg ons waarom in de bestaande standaard geen aandacht werd besteed aan groep B-streptokokken. Een urineweginfectie met deze bacterie tijdens de zwangerschap is een indicator voor vaginale kolonisatie. Hoewel na transmissie tijdens de bevalling een neonatale infectie met groep B-streptokokken in de vorm van een pneumonie, meningitis of sepsis slechts zelden zal optreden, is de sterfte daaraan relatief hoog. Omdat er bovendien een effectieve preventieve maatregel bestaat4 werd besloten alsnog een aanbeveling hieromtrent aan de standaard toe te voegen. Bij een door groep B-streptokokken veroorzaakte urineweginfectie in de zwangerschap dient de huisarts de verloskundige te informeren of een gynaecoloog te consulteren, zodat tijdens de partus intraveneuze antibiotische profylaxe kan worden gegeven. Hiermee wordt aangesloten bij vigerende gynaecologische richtlijnen.5

nitrofurantoïne

Bij huisartsen bestond de indruk dat de aanbevolen toepassing van drie dagen nitrofurantoïne bij de behandeling van ongecompliceerde urineweginfecties tekortschoot. Bij revisie van de wetenschappelijke literatuur bleek de aanbevolen behandelduur in de vorige versie van de standaard (uit 1999) grotendeels gebaseerd te zijn op extrapolatie van onderzoeken naar de effectiviteit van co-trimoxazol.6 In een nieuwe retrospectieve cohortstudie werd aannemelijk gemaakt dat 3-daagse kuren inderdaad minder effectief zijn dan 5- of 7-daagse.7 Daarom wordt geadviseerd om ongecompliceerde urineweginfecties voortaan gedurende 5 dagen met nitrofurantoïne te behandelen. Aangezien de resistentie voor het middel, anders dan die voor trimethoprim, laag blijft, is besloten in het vervolg de voorkeur te geven aan nitrofurantoïne.

fosfomycine

Vanwege de toenemende resistentie tegen trimethoprim en de wens het voorschrijven van fluorochinolonen – behorend tot de ‘reserveantimicrobiële’ middelen – bij ongecompliceerde urineweginfecties zoveel mogelijk te vermijden, is besloten fosfomycine in de standaard op te nemen. Hoewel dit middel al vele jaren is geregistreerd voor de behandeling van ongecompliceerde urineweginfecties en de effectiviteit in meerdere gerandomiseerde klinische trials (RCT’s) is aangetoond, wordt het in Nederland, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Japan, tot dusverre weinig gebruikt.8 Belangrijk voordeel is dat een eenmalige gift van 3 g effectief is. Nadeel is de relatief hoge prijs van dit middel, dat momenteel maar gedeeltelijk wordt vergoed; daarnaast kunnen laboratoria resistentie voor fosfomycine nog niet aantonen.

acute prostatitis

De aanbevelingen voor behandeling van acute prostatitis komen overeen met die voor de behandeling van een acute pyelonefritis. Er blijft discussie bestaan over de behandelduur (die volgens sommigen langer dan 10 dagen zou moeten zijn) en de keuze van het middel (sommigen prefereren een fluorochinolon boven amoxicilline-clavulaanzuur). Er kon geen enkele RCT worden gevonden waarin de behandeling van acute prostatitis werd onderzocht. Er was daarom geen reden de bestaande richtlijnen te wijzigen.

profylaxe

De richtlijnen ten aanzien van medicamenteuze profylaxe van recidiverende ongecompliceerde urineweginfecties zijn grotendeels ongewijzigd. Nieuw is de bespreking van de plaats van cranberryproducten in dit verband. Deze worden van oudsher aangeprezen om hun veronderstelde effectiviteit bij de behandeling en het voorkómen van urineweginfecties. In laboratoriumstudies is aangetoond dat cranberrysap de hechting van Escherichia coli aan de blaaswand remt. Recent werden de resultaten van 2 kwalitatief goede RCT’s gepubliceerd.9 10 Hierin werd de effectiviteit van cranberryproducten (sap en tabletten) aangetoond ter voorkoming van recidiverende urineweginfecties. Omdat optimale dosering en toedieningsvorm nog niet vaststaan, is slechts een voorzichtige aanbeveling in de voorlichtingsparagraaf opgenomen. De effectiviteit van cranberryproducten bij de behandeling van een urineweginfectie is niet vastgesteld.

conclusie

De NHG-standaard ‘Urineweginfecties’ is op enkele punten herzien, waarbij vooral de nieuwe indeling in diagnostische categorieën en de medicamenteuze behandeling van ongecompliceerde urineweginfecties aandacht verdienen. Herwaardering van de anamnese heeft geleid tot het introduceren van de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden recidiverende infecties zonder urineonderzoek te behandelen.

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.

Literatuur
  1. Haaren KAM van, Visser HS, Vliet S van, Timmermans AE, Yadava R, Geerlings SE, et al. NHG-standaard Urineweginfecties (tweede herziening). Huisarts Wet. 2005;48:341-52.

  2. Gupta K, Hooton TM, Roberts PL, Stamm WE. Patient-initiated treatment of uncomplicated recurrent urinary tract infections in young women. Ann Intern Med. 2001;135:9-16.

  3. Wong ES, McKevitt M, Running K, Counts GW, Turck M, Stamm WE. Management of recurrent urinary tract infections with patient-administered single-dose therapy. Ann Intern Med. 1985;102:302-7.

  4. Smaill F. Intrapartum antibiotics for group B streptococcal colonisation Cochrane review. Cochrane Database Syst Rev. 2000;(2):CD000115.

  5. NVOG-richtlijn. Preventie van perinatale groep-B-streptokokkenziekte. Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie; 1998.

  6. Timmermans AE, Baselier PJAM, Winkens RAG, Arets H, Wiersma Tj. NHG-standaard Urineweginfecties (eerste herziening). Huisarts Wet. 1999;42:613-22.

  7. Goettsch WG, Janknegt R, Herings RMC. Increased treatment failure after 3-days’ courses of nitrofurantoin and trimethoprim for urinary tract infections in women: a population-based retrospective cohort study using the PHARMO database. Br J Clin Pharmacol. 2004;58:184-9.

  8. Shrestha NK, Tomford JW. Fosfomycin: a review. Infect Dis Clin Pract. 2001;10:255-60.

  9. Kontiokari T, Sundqvist K, Nuutinen M, Pokka T, Koskela M, Uhari M. Randomised trial of cranberry-lingonberry juice and Lactobacillus GG drink for the prevention of urinary tract infections in women. BMJ. 2001;322:1571-3.

  10. Stothers L. A randomized trial to evaluate effectiveness and cost effectiveness of naturopathic cranberry products as prophylaxis against urinary tract infection in women. Can J Urol. 2002;9:1558-62.

Auteursinformatie

Nederlands Huisartsen Genootschap, afd. Richtlijnontwikkeling en Wetenschap, Postbus 3231, 3502 GE Utrecht.

Hr.B.van Pinxteren, mw.S.M.van Vliet, hr.dr.Tj.Wiersma en hr.dr.A.N.Goudswaard, huisartsen.

Contact hr.B.van Pinxteren

Gerelateerde artikelen

Reacties