Richtlijn schildkliercarcinoom inclusief diagnostiek van de nodus

Richtlijnen
10-11-2015
Thera P. Links, L.J.M. (Loek) de Heide, Marcel Janssen, Francien H. van Nederveen, Aad van der Lugt, Menno R. Vriens en Johannes W.A. Smit
  • Schildkliercarcinoom is zeldzaam. Schildkliernodi daarentegen worden frequent gediagnosticeerd door toenemend gebruik van beeldvormende diagnostiek.
  • Bij cytologisch onderzoek van kleine noduli die bij toeval worden gevonden, wordt regelmatig een micropapillair carcinoom gevonden dat waarschijnlijk klinisch niet relevant is.
  • In de nieuwe richtlijn ‘Schildkliercarcinoom’ wordt geadviseerd alleen op indicatie een cytologisch onderzoek te doen van deze bij toeval gevonden, niet-palpabele schildkliernodi.
  • De standaardbehandeling van patiënten met papillair of folliculair schildkliercarcinoom bestaat uit thyreoïdectomie met op indicatie lymfeklierdissectie, ablatietherapie met radioactief jodium en TSH-suppressie. De uitgebreidheid van deze behandelingen wordt bepaald op basis van bekende prognostische factoren en het resultaat van de initiële behandeling.
  • Voor patiënten met gemetastaseerde progressieve ziekte is doelgerichte (‘targeted’) systeemtherapie beschikbaar.
  • Om de kwaliteit van leven te optimaliseren is er meer aandacht voor de gevolgen van de behandeling op de korte en lange termijn.

Om deze pagina weer te geven moet u ingelogd zijn.

Heeft u nog geen abonnement?

Sluit een abonnement af

Heeft u al een abonnement?

Registreren

Log in als abonnee

Inloggegevens kwijt?