Kosteneffectiviteit van influenzavaccinatie in Nederland

Onderzoek
A. Reinders
M.J. Postma
Th.M.E. Govaert
M.J.W. Sprenger
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1997;141:93-7
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Doel

De kosteneffectiviteit bepalen van influenzavaccinatie voor alle mensen van 65 jaar en ouder in Nederland.

Opzet

Modelberekeningen.

Plaats

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.

Methode

De kosteneffectiviteit van vaccinatiestrategieën werd doorgerekend met een mathematisch model. Daarmee kunnen de epidemiologische effecten in termen van morbiditeit en sterfte alsmede de directe zorgkosten van een influenza-epidemie worden bepaald. Vergeleken werden de kosteneffectiviteit van niet-vaccineren, van het huidige vaccinatiescenario en van een alternatief scenario waarbij driekwart van de 65-plussers en de risicogroepen jonger dan 65 jaar worden gevaccineerd.

Resultaten

De met influenza samenhangende zorg (huisartscontacten en verpleegdagen) en kosten daalden meer bij het vaccineren van alle 65-plussers (alternatief scenario) dan bij het vaccineren van uitsluitend risicogroepen. Hoewel de zorgkosten daalden naarmate er meer mensen werden gevaccineerd, stegen de kosten van vaccinatie, waardoor de totale nettokosten hoger uitkwamen (55 miljoen versus 24 miljoen gulden per jaar). In het alternatieve scenario werden 1115 levensjaren per jaar meer gewonnen dan met het huidige vaccinatiebeleid.

Conclusie

Het vaccineren tegen influenza van alle risicogroepen en alle 65-plussers heeft in vergelijking met andere preventieve interventies een gunstige kosteneffectiviteitsratio.

artikel

Inleiding

Over de periode 1967-1989 veroorzaakte influenza in Nederland gemiddeld 440 sterfgevallen per jaar. Indirect, via sterfte in andere ziektecategorieën die aan influenza wordt toegeschreven (oversterfte), komen daar naar schatting nog eens 1140 sterfgevallen per jaar bij.1 Ten aanzien van de aan influenza verbonden kosten komen schattingen voor de Verenigde Staten uit op 3 tot 5 miljard dollar per jaar.2 De meeste van deze kosten zijn indirecte kosten, vooral door ziekteverzuim. Ongeveer 1 miljard dollar valt toe te schrijven aan extra ziekenhuisopnamen als gevolg van een influenza-epidemie.3

Preventie door jaarlijkse vaccinatie kan influenza ten dele voorkomen.4 Er is in Nederland een discussie gaande of alleen de risicogroepen gevaccineerd moeten worden of daarnaast ook de overige populatie van 65 jaar en ouder, ten eerste omdat meer dan 90 van de sterfte aan influenza zich in die leeftijdsgroep voordoet en ten tweede omdat een groot deel van de risicopatiënten niet als zodanig bekend is.5 Diverse buitenlandse onderzoeken hebben aangetoond dat aanzienlijke besparingen binnen de gezondheidszorg bereikt kunnen worden door influenzavaccinatie van ouderen.6 In sommige gevallen overtreffen de geschatte besparingen de kosten van vaccinatie.7 In een groot aantal landen adviseert men daarom alle ouderen te vaccineren.8

De doelstelling van dit onderzoek was een kosten-effectiviteitsanalyse te verrichten voor Nederland van een opzet waarbij behalve de bekende risicogroepen in de leeftijd van 64 jaar of jonger, ook alle 65-plussers werden gevaccineerd. Aangenomen werd dat een vaccinatiegraad van 75 haalbaar is. Een gedetailleerd verslag van dit onderzoek is in rapportvorm gepubliceerd.9

Methode

Het model voor het berekenen van de effecten en de kosten van influenzavaccinatie bestond uit twee onderdelen: een epidemiologisch model waarmee de sterfte, de oversterfte en het aantal verloren levensjaren als gevolg van influenza werden berekend, en een kostenmodel waarin de epidemiologische uitkomsten werden vertaald naar zorgvolume en kosten. Zoals in figuur 1 te zien is, kunnen parameters de resultaten van het model beïnvloeden. Het model is geschikt voor de berekening van zowel de totale kosten als de kosteneffectiviteit. De kosteneffectiviteit wordt uitgedrukt in kosten per gewonnen levensjaar.

Het epidemiologisch model

Voor de sterfte werd de gemiddelde sterfte met influenza als primaire doodsoorzaak genomen voor de periode 1987-1991. Ook berekenden wij de oversterfte als gevolg van influenza voor de risicogroepen van patiënten met pneumonie, CARA, coronaire hartaandoeningen, cerebrovasculair accident, diabetes mellitus en ‘overige’.1 Hierbij werd gecorrigeerd voor comorbiditeit van twee aandoeningen. Op basis van de sterfte- en oversterftecijfers en de gegeven incidentie van influenza kon de sterftefractie per leeftijdsklasse worden berekend.

De bescherming bij een bepaalde vaccinatiegraad volgt uit het gevaccineerde deel van de populatie maal de werkzaamheid (56) van het vaccin.4 Het op deze manier berekende aantal beschermden werd van de diverse subpopulaties (naar leeftijd en risicogroep) afgetrokken. Van de niet-gevaccineerde bevolkingsgroep krijgt 10 influenza (frequentie bij een ‘gemiddelde’ epidemie).10 Dat betekent dat bij 1 op de 18 gevaccineerde personen influenza door vaccinatie wordt voorkomen (56 van 10).

Voor dit onderzoek namen wij de Nederlandse populatie van 1995, onderverdeeld naar leeftijd (65-plussers en personen jonger dan 65) en risicogroep (laag risico en hoog risico). Per leeftijdscategorie en per aandoening werd vervolgens het aantal verloren levensjaren berekend.11

Het kostenmodel

De totale kosten zoals het kostenmodel die berekende, bestonden uit enerzijds de kosten die gemaakt worden om een bepaald gedeelte van de populatie te vaccineren en anderzijds de kosten die ontstaan doordat een bepaald gedeelte van de populatie influenza krijgt. Kosten worden besparingen indien ze voorkomen worden door bijvoorbeeld vaccinatie.12 Het kostenmodel koppelde de directe kosten van gezondheidszorg in de eerste en tweede lijn aan de epidemiologische resultaten. Op basis van de epidemiologische uitkomsten werd het zorgvolume berekend (bijvoorbeeld huisartscontacten of verpleegdagen). Door hier prijzen aan te koppelen konden de kosten voor de eerste- en tweedelijnsgezondheidszorg berekend worden.

De totale vaccinatieprijs bedroeg in 1995 ƒ 42,50, bestaande uit ƒ 25,- voor het vaccin (‘af apotheek’) en ƒ 17,50 voor de toediening van het vaccin (een half huisartsconsult volgens particulier tarief).

Scenario's

In de eerste plaats gingen wij na wat de gevolgen van influenza zouden zijn indien er niet zou worden gevaccineerd, uitgedrukt in kosten en verloren levensjaren. Dit werd aangeduid met ‘non-interventiescenario’. Vervolgens werden de kosten en de verloren levensjaren van dit scenario vergeleken met de situatie-1994 en met een alternatief scenario, waarbij de vaccinatiegraad voor de risicogroepen en de 65-plussers die niet tot een risicogroep behoren tot 75 zou worden op gevoerd (tabel 1). De groep van gezonde jongeren (

Voor alle scenario's rekenden wij een variant door waarin de totale kosten van het vaccin op ƒ 18,75 werden gesteld (ƒ 10,- aanschaf en ƒ 8,75 toediening; een kwart huisartsconsult).

Resultaten

In tabel 2 is te zien dat incidentie, sterfte en verloren levensjaren afnamen naarmate meer personen gevaccineerd werden. Het zorgvolume (huisartsconsulten, medicijngebruik en verpleegdagen) nam eveneens af (tabel 3).

Figuur 2 toont de kosten van verpleegdagen (2e lijn), huisartsconsulten en de gebruikte medicijnen (1e lijn). Indien meer mensen werden gevaccineerd, daalde het zorgvolume (zie tabel 3) en daardoor de kosten voor huisarts, medicijnen en ziekenhuis. De kosten van vaccinatie stegen echter naar verhouding meer, waardoor per saldo de nettokosten stegen (tabel 4). Door in de huidige situatie netto 24 miljoen gulden te investeren in vaccinatie, vergeleken met non-interventie, zouden 2663 levensjaren worden gewonnen (tabel 5). Dit betekende ƒ 9200,- gulden per gewonnen levensjaar. In het alternatieve scenario bedroegen de kosten per gewonnen levensjaar ruim ƒ 14.600,-. Indien de lagere vaccinatieprijs werd aangehouden, bedroegen de kosten in het alternatieve scenario ƒ 1600,- per gewonnen levensjaar (tabel 6).

Beschouwing

Vaccinatie reduceert ziekte en sterfte, en daarmee de zorgkosten, als gevolg van influenza. Om dit te bereiken, dient geïnvesteerd te worden in vaccinatie. Onze berekeningen laten zien dat het nettoresultaat is dat de totale kosten stijgen. De kosten per gewonnen levensjaar bedroegen in het alternatieve scenario ƒ 14.600,-. Indien de vaccinatieprijs daalde tot ƒ 18,75, daalden de de nettokosten aanzienlijk (tot ƒ 1600,-).

De vraag is hoe deze resultaten zich qua kosteneffectiviteit verhouden tot andere programma's binnen de gezondheidszorg in Nederland (tabel 7). Voor een zinvolle vergelijking moet aan een aantal condities voldaan worden.13 Hierbij speelt onder andere een rol dat de te vergelijken onderzoeken dezelfde kostensoorten omvatten en dat ze dezelfde manier en hoogte van discontering hanteren (bij discontering wordt het aantal gewonnen levensjaren in de nabije toekomst meer waarde toegekend dan jaren verder weg). Daarom zijn ten behoeve van tabel 7 alleen gepubliceerde onderzoeken met uitsluitend directe kosten geselecteerd en is een disconteringspercentage van 5 voor monetaire bedragen en voor gewonnen levensjaren gehanteerd. Dit laatste leidt ertoe dat de getallen voor influenzavaccinatie in de tabel afwijken van de eerder in dit artikel vermelde bedragen. Afhankelijk van de prijs van het vaccin liggen de kosten per gewonnen levensjaar bij 5 discontering tussen ƒ 2000,en ƒ 17.000,-. Omdat de onderzoeken in tabel 7 slechts op hoofdlijnen vergelijkbaar zijn, blijft voorzichtigheid geboden bij de interpretatie van dit soort tabellen.

In de onderzoeken van tabel 7 wordt de interventie vergeleken met een ‘huidige situatie’, terwijl wij de vergelijking trokken met een non-interventiescenario. In veel andere onderzoeken vallen ‘huidige situatie’ en ‘non-interventie’ samen. Bij influenza in Nederland wordt echter in de huidige situatie reeds geïntervenieerd. Vergelijking met de huidige situatie geeft een onderschatting van het effect van vaccineren van 65-plussers, door welke onderschatting de kosten per gewonnen levensjaar worden overschat: bij vergelijken met de huidige situatie komen de kosten voor vaccineren van risicogroepen en ouderen uit op ƒ 28.000,- (zonder discontering).

In dit onderzoek drukten wij uitsluitend de directe kosten in geld uit. Amerikaans onderzoek laat zien dat, afhankelijk van de gekozen methode voor de waardering van de indirecte kosten, bij een kostenanalyse de in geld uitgedrukte indirecte kosten mogelijk de directe kosten vele malen kunnen overtreffen.23 Er bestaat echter geen eenduidigheid over de methodologie die gebruikt moet worden om de indirecte kosten in geld uit te drukken (zogenaamde ‘human capital’-methode (dat is de berekening van de productieverliezen door de volledige periode van ziekteverzuim, eventuele arbeidsongeschiktheid en verloren levensjaren door overlijden, in jaren, te vermenigvuldigen met het jaarlijkse salaris; dit betekent bijvoorbeeld bij langdurige arbeidsongeschiktheid een aanzienlijk bedrag) of frictiekostenmethode (deze gaat ervan uit dat bij langdurig verzuim of overlijden en niet-volledige werkgelegenheid uitsluitend de kosten van vervanging doorberekend dienen te worden; deze kosten betreffen die van de sollicitatie, het opleiden en het inwerken van de nieuwe medewerker)).14 Wel is het duidelijk dat influenza veel ziekteverzuim kan veroorzaken, zodat het tot hoge kosten in de arbeidssfeer kan leiden.10 Indien wij de Amerikaanse situatie, waarin de indirecte kosten 2-4 zo groot zijn als de directe kosten, naar de Nederlandse situatie extrapoleren, zouden de indirecte kosten 126-252 miljoen gulden bedragen.23

In een overzicht van onderzoeken over de kosteneffectiviteit van influenzavaccinatie bij ouderen vonden Jefferson et al. dat de kosten per gewonnen levensjaar 100,- tot 200,- bedroegen.6 Eén onderzoek laat zelfs zien dat vaccinatie kostenbesparend kan zijn.7 Dit grote verschil met onze resultaten wordt vooral veroorzaakt door de lage vaccinatieprijs in de Amerikaanse onderzoeken (variërend van 4,- tot 11,-).156 Indien wij deze vaccinatieprijzen in de Nederlandse situatie zouden hanteren (omgerekend naar een koers van ƒ 1,75 voor een dollar: ƒ 7,- tot ƒ 19,25), dan zouden de kosten per gewonnen levensjaar variëren van minus ƒ 4900,- tot plus ƒ 1600,-, hetgeen veel meer in de richting van deze Amerikaanse onderzoeken komt. Een recent Belgisch onderzoek, met een vaccinatieprijs van circa ƒ 35,-, laat als voorlopig resultaat circa ƒ 8000,- voor de kosten per gewonnen levensjaar zien.16 Met andere woorden: als wij vergelijkbare prijzen hanteren voor vaccinatie sluiten onze resultaten beter aan bij buitenlandse bevindingen. Het laat zien hoe belangrijk het is om dezelfde randvoorwaarden te hanteren indien onderzoeken met elkaar worden vergeleken.

Het verlies aan kwaliteit van leven als gevolg van influenza door bijvoorbeeld ziekenhuisopname betrokken wij niet in ons onderzoek. Hierdoor werd de te behalen winst onderschat en daarmee ook de te behalen winst ten gevolge van vaccinatie. Door Sprenger et al. is in 1987 een onderzoek gepubliceerd over de economische evaluatie van influenzavaccinatie waarin ook de gewonnen levenskwaliteit (‘quality-adjusted life year’; QALY) werd meegeteld.17 Zij vonden voor de kosten van een QALY ƒ 2500,- bij vaccinatie van de risicogroep. In het door ons gehanteerde model zou vaccinatie van risicogroepen bij eenzelfde vaccinatieprijs per gewonnen levensjaar ƒ 4000,- kosten. Indien wij waren uitgegaan van de QALY-benadering zouden de kosten van vaccinatie per gewonnen levensjaar, gecorrigeerd voor kwaliteit, lager uitkomen. De uitkomsten van deze twee onderzoeken zijn dus vergelijkbaar.

Wij concluderen dat, bij de huidige aannamen, het vaccineren tegen influenza van alle risicogroepen en alle 65-plussers vergeleken met andere preventieve interventieprogramma's een gunstige kosteneffectiviteitsratio heeft.

Wij danken prof.dr.R.van Furth, internist, prof.dr.F.F.H.Rutten, econoom, en dr.C.A.Postema, arts, voor hun adviezen bij het onderzoek, C.M.O.A.Kempkens, psycholoog van het CBS, J.J.Kerssens, psycholoog van het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL) en J.Luursema, econometrist van de Ziekenfondsraad, voor het ter beschikking stellen van gegevens en P.W.Achterberg, biochemicus, L.Wijgergangs, epidemioloog, J.C.Jager, theoretisch bioloog, L.J.Stokx, arts, en P.G.N.Kramers, bioloog, voor hun commentaar.

Literatuur
  1. Sprenger MJW, Mulder PG, Beyer WE, Strik R van, Masurel N.Impact of influenza on mortality in relation to age and underlying disease,1967-1989. Int J Epidemiol 1993;22: 334-40.

  2. Schoenbaum SC. Economic impact of influenza. Theindividual's perspective. Am J Med 1987;82:26-30.

  3. McBean AM, Babish JD, Warren JL. The impact and cost ofinfluenza in the elderly. Arch Intern Med 1993;153:2105-11.

  4. Gross PA, Hermogenes AW, Sacks HS, Lau J, Levandowski RA.The efficacy of influenza vaccine in elderly persons. A meta-analysis andreview of the literature. Ann Intern Med 1995;123:518-27.

  5. Sprenger MJW, Desmyter J, Masurel N. Minderheidsstandpuntover influenzavaccinatie bij ouderen.Ned Tijdschr Geneeskd 1991;135:2208-10.

  6. Jefferson T, Mugford M, Gray A, Demicheli V. An exerciseon the feasibility of carrying out secondary economic analysis. Health Econ1996;5:155-65.

  7. Office of Technology Assessment: US Congress.Cost-effectiveness of influenza vaccination. Washington: Government PrintingOffice, 1981.

  8. Fedson DS, Hannoun C, Leese J, Sprenger MJ, Hampson AW,Bro-Jorgensen K, et al. Influenza vaccination in 18 developed countries,1980-1992. Vaccine 1995;13:623-7.

  9. Reinders A, Postma MJ, Sprenger MJW.Kosteneffectiviteitsanalyse van vaccinatie tegen influenza in Nederland.RIVM-rapport nr 431501007. Bilthoven: RIVM, 1996.

  10. Nichol KL, Lind A, Margolis KL, Murdoch M, McFadden R,Hauge M, et al. The effectiveness of vaccination against influenza inhealthy, working adults. N Engl J Med 1995;333:889-93.

  11. Ruwaard D, Kramers PGN, redacteuren. VolksgezondheidToekomst Verkenning. Den Haag: SDU, 1993.

  12. Genugten MLL van, Rutten FFH, Jager JC. Scenariodevelopment and costing in health care. Utrecht: International Books,1996.

  13. Drummond MF, Torrance G, Mason J. Cost-effectivenessleague tables: more harm than good?. Soc Sci Med 1993;37:33-40.

  14. Koopmanschap MA, Roijen L van, Bonneux L, Barendregt JJ.Indirect costs in economic studies: confronting the confusion. PharmacoEcon1993;6:446-54.

  15. Nichol KL, Margolis KL, Wuorenma J, Von Sternberg T. Theefficacy and cost effectiveness of vaccination against influenza amongelderly persons living in the community. N Engl J Med1994;331:778-84.

  16. Lombaert G. Vaccinatie tegen griep: een economischeevaluatiestudie voor België. Informatiebulletin Vereniging voorGezondheidseconomie 1996;13:8-10.

  17. Sprenger MJW, Beyer WEP, Ament AJHA, Rutten FFH, MasurelN. Influenza-vaccinatie leidt tot kostenbesparing in de gezondheidszorg. TSG1987;65:222-5.

  18. Martens LL. De kosten-effectiviteit van screening vanzwangeren op hepatitis B. TSG 1989;67:379-82.

  19. Gruteke P. Postma M J, Grosheide PM, Jager JC, Conyn-vanSpaendonck MAE, Loeber JG. Preventie van congenitale syfilis. RIVM-rapport nr199003042. Bilthoven: RIVM, 1995.

  20. Koopmanschap MA, Lubbe KT, Oortmarssen GJ van, Agt HMvan, Ballegooijen M van, Habbema JK. Economic aspects of cervical cancerscreening. Soc Sci Med 1990;30:1081-7.

  21. De Charro FTh, Bonsel GJ, Hout BA van. De kosten eneffecten van harttransplantatie. Rotterdam: Instituut voor MaatschappelijkeGezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam, 1988.

Auteursinformatie

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Postbus 1, 3720 BA Bilthoven.

Centrum voor Volksgezondheid Toekomst Verkenningen: drs.A.Reinders, informaticus; drs.M.J.Postma, econometrist.

Centrum voor Infectieziekten Epidemiologie: dr.M.J.W.Sprenger, artsmicrobioloogepidemioloog.

Rijksuniversiteit Limburg, vakgroep Huisartsgeneeskunde, Maastricht.

Dr.Th.M.E.Govaert, huisarts.

Contact drs.A.Reinders

Gerelateerde artikelen

Reacties

E.M.
Smit

Lelystad, februari 1997,

Met behulp van een kosteneffectiviteitsmodel tonen Reinders et al. (1997;93-7) aan dat het vaccineren van oudere Nederlanders tegen influenza, deze groep extra levensjaren oplevert tegen aanvaardbaar geachte extra kosten. De kosten van de vaccinatie berekenen zij door de extra uitgaven die nodig zijn in het kader van het programma, te verminderen met de besparingen die ontstaan door een verminderd beroep op de gezondheidszorg. Tegen zowel de berekening van de vaccinatiekosten als de schatting van de besparingen zijn bezwaren in te brengen.

De vaccinatiekosten berekenen zij als ƒ 42,50, dat wil zeggen ƒ  25,- voor het vaccin en ƒ 17,50 voor de huisarts (een half particulier consult). Welke oudere Nederlander moet ƒ 42,50 extra betalen voor de influenzavaccinatie? Dit is degene die niet voor huisartsenhulp en medicijnkosten verzekerd is. Dit betreft naar schatting een zeer klein deel van de doelgroep, voor de overigen is de vaccinatie via de premies voor ziekenfonds of ziektekostenverzekering al betaald.

De besparingen betreffen minder medicijngebruik, huisartsenconsulten en verpleegdagen, omdat er minder morbiditeit zal optreden na vaccinatie. Hiervoor geldt hetzelfde als voor de vaccinatiekosten: de kosten hiervoor zijn van tevoren betaald via de premies van de verzekerden.

Een vaccinatieprogramma kost de patiënt niets extra, het bespaart de patiënt ook niets, maar de patiënt loopt wel een minder grote kans op voortijdig overlijden. Wie laat zo'n aanbod lopen? Het illustreert waarom de kosten van de gezondheidszorg onbeheersbaar zijn.

Het schatten van kosten en baten op de wijze zoals Reinders et al. in hun artikel laten zien, heeft alleen zin als met de marginale bedragen zowel aan de kosten- als aan de besparingenkant gerekend wordt. Het opvoeren van huisartsenkosten voor de vaccinatie is alleen dan vereist als ten gevolge van het vaccinatieprogramma extra huisartsen moeten worden aangetrokken. Het heeft echter ook geen zin verpleegdagen als besparing te zien als het niet mogelijk is overbodig geworden bedden af te stoten en de ziekenhuiskosten daadwerkelijk te verminderen.

Wat kost een vaccinatieprogramma de gemeenschap feitelijk? Uit de gegevens die Reinders et al. verstrekken, is niet terug te rekenen welke kosten zij opvoeren voor de gehanteerde zorgparameters. Stelt men een huisartsenconsult op ƒ 35,-, dan rekenen Reinders et al. bijna 80 miljoen gulden voor medicijngebruik plus 26.000 verpleegdagen in het non-interventiegeval. Stelt men een verpleegdag op ƒ 1000,-, dan zou volgens het kosteneffectiviteitsmodel voor zo'n 55 miljoen gulden aan medicijnen worden gebruikt door de doelgroep in het geval van influenza. Dit lijkt zeer onwaarschijnlijk. De reductie van deze kosten met 30% die elk scenario zou opleveren, is dan ook te hoog ingeschat.

De uitkomsten van het kosteneffectiviteitsmodel van Reinders et al. zijn praktisch gelijk aan de kosten van het vaccin. Is het niet veel eenvoudiger te stellen dat een influenzavaccinatie de gezondheidszorg op de kosten van het vaccin komt te staan; een kosteneffectiviteitsmodel is dan overbodig.

E.M. Smit
M.J.
Postma

Bilthoven, april 1997,

Wij danken collega Smit voor het commentaar op ons artikel en willen graag ingaan op zijn kanttekeningen. Het is duidelijk dat de kosten voor influenzavaccinatie ad ƒ 42,50 niet ten laste komen van de gevaccineerde oudere Nederlander. Smit heeft dan ook gelijk met de opmerking dat in het algemeen de financiële consequenties voor de patiënt verwaarloosbaar zijn, zowel wat betreft de vaccinatiekosten als wat betreft de besparingen in de gezondheidszorg. Daar echter het perspectief van onze economische analyse niet dat van de patiënt, maar dat van de maatschappij is, moet er wel degelijk rekening gehouden worden met financiële consequenties van vaccinatie, medicijngebruik, huisartsen- en ziekenhuiszorg. De opmerking dat de afwenteling van financiële consequenties via het ziekenfonds of particuliere verzekeraar de onbeheersbaarheid van de gezondheidszorg illustreert, is natuurlijk correct, maar is geen motivatie voor een andere opzet van onze kosteneffectiviteitsanalyse.

Het is gangbaar om binnen dit type economische analyse zaken zoals huisartsencontacten te waarderen tegen zogenaamde opportuniteitskosten, ook indien er niet direct sprake is van een toename van het aantal huisartsen. Immers bij de huisarts is er altijd sprake van een mogelijke alternatieve aanwending van de tijd die in het consult gaat zitten. De financiële waardering van deze opportuniteitskosten geschiedt bij voorkeur volgens kostprijzen en soms volgens tarieven. Op de langere termijn lijkt het ons overigens niet uitgesloten dat gezondheidszorgprogramma's zoals griepvaccinatie ook consequenties hebben voor het aantal huisartsen en ziekenhuisbedden. In feite gaat onze aanpak hiervan uit en zou met flankerend beleid hierop geanticipeerd kunnen worden.

Het is van belang dat een gestandaardiseerde methode voor kosteneffectiviteitsanalyse wordt gebruikt om analysen van verschillende gezondheidszorgprogramma's te kunnen vergelijken, zoals wij doen in de laatste tabel van het artikel. Een gestandaardiseerde set van prijzen maakt hiervan onderdeel uit. De gehanteerde prijzen zijn ƒ 1162,- voor een ziekenhuisverpleegdag volgens het Financieel Overzicht Zorg 1995, ƒ  31,50 voor een huisartsconsult (gemiddelde over ziekenfonds en particulier verzekerden) en gemiddeld ƒ 24,- per patiënt voor medicatie. Het geschatte aantal met influenza samenhangende ziekenhuisverpleegdagen volgens SIG Zorginformatie (Utrecht) bedraagt 26.000, zoals aangegeven in onze tabel 3. Amerikaans onderzoek geeft echter aan dat ziekenhuisregistraties mogelijkerwijs een onderschatting geven van het werkelijke aantal met influenza samenhangende verpleegdagen.1 Zoals aangegeven in het rapport,2 hebben wij bij de berekening van de totale kosten een verhoging voor de verpleegdagen toegepast conform dit Amerikaanse onderzoek. De kosten per gewonnen levensjaar op basis van uitsluitend de geregistreerde ziekenhuisverpleegdagen bedragen ƒ  14.200,- voor de situatie waarin met name de risicogroepen worden gevaccineerd en ƒ 19.800,- indien het vaccinatieprogramma uitgebreid wordt naar alle 65-plussers in Nederland.

M.J. Postma
A. Reinders
M.J.W. Sprenger
Literatuur
  1. Barker WH, Mullooly JP. Impact of epidemic type A influenza in a defined adult population. Am J Epidemiol 1980;112:798-811.

  2. Reinders A, Postma MJ, Sprenger MJW. Kosteneffectiviteitsanalyse van vaccinatie tegen influenza in Nederland. RIVM-rapport nr 4315011007. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 1996.