Het gebruik van antivirale middelen tijdens een (dreigende) influenzapandemie
Open

Richtlijnen
06-05-2007
W. Opstelten, J.E. van Steenbergen, G.A. van Essen en M.A.B. van der Sande

- De preventieve en therapeutische principes bij een (dreigende) influenzapandemie zijn fundamenteel anders dan bij jaarlijkse influenza.

- Zolang er geen pandemisch vaccin is, zijn bij een (dreigende) influenzapandemie neuraminidaseremmers de enige effectieve medicamenteuze middelen ter preventie en behandeling van infecties door een pandemisch influenzavirus.

- De ontwikkeling van een influenzapandemie kent 6 fasen: in fasen 3-5 bestaat in toenemende mate de dreiging, in fase 6 is sprake van een manifeste pandemie.

- In fase 3-5 worden maximale maatregelen getroffen om een pandemie te voorkomen of te vertragen en krijgen, behalve patiënten, ook hun directe contacten neuraminidaseremmers (postexpositieprofylaxe).

- In fase 6 is postexpositieprofylaxe niet geïndiceerd en krijgen alle patiënten met symptomen van pandemische influenza neuraminidaseremmers.

- Profylaxe zonder voorafgaand aanwijsbaar nauw contact met een influenzapatiënt (primaire profylaxe) wordt alleen in uitzonderingssituaties geadviseerd.

- Het in voorraad geven van antivirale middelen aan bezorgde burgers wordt ontraden.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:1008-12