Gunstige resultaten bij circumcisie van moslimjongens buiten het ziekenhuis

Onderzoek
R.F. Schmitz
T.W.J. Schulpen
J.C.M. van Wieringen
M. Kijlstra
E.J.M.M. Verleisdonk
Chr. van der Werken
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1999;143:627-30
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Doel

Beschrijven van de ervaringen met besnijdenissen van moslimjongetjes onder lokale anesthesie buiten het ziekenhuis.

Opzet

Prospectief beschrijvend.

Methode

In de periode april-november 1997 werden 94 circumcisies onder lokale anesthesie verricht in een wijkgebouw van de afdeling Jeugdgezondheidszorg van de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst in Utrecht. Door de operateur werden pijn en onrust van de jongetjes gescoord op een 10-puntsschaal (1 = geen pijn, respectievelijk patiënt volledig rustig; 10 = onduldbare pijn, respectievelijk patiënt in paniek). Postoperatieve controle werd alleen op verzoek van de ouders/verzorgers verricht. De redenen van deze spoedconsulten werden geregistreerd. Eén week na de circumcisie werd de ouders/verzorgers gevraagd naar complicaties en naar de mate van tevredenheid over de totale behandeling.

Resultaten

De mediane leeftijd was 3 jaar (uitersten: 2-24). De peroperatieve pijn en de mate van onrust werden door de operateur geschat op respectievelijk mediaan 1 (uitersten: 1-6) en mediaan 3 (1-9). Er verzochten 13 ouders/verzorgers om postoperatieve controle wegens nabloeding (n = 4), hematoom (n = 2) en zwelling (n = 7). Bij het contact met ouders/verzorgers 1 week na de operatie (dat contact werd gelegd bij 70 kinderen) was 89 tevreden. Het sociale aspect van deze wijze van circumcisie werd zeer gewaardeerd.

Conclusie

Circumcisie onder lokale verdoving bij kinderen buiten het ziekenhuis was goed uitvoerbaar. Het percentage complicaties week niet af van dat in de literatuur en de ouders waren over het algemeen tevreden. Met deze manier van werken kan ten opzichte van klinische circumcisie onder algehele anesthesie een kostenreductie van 70 worden bereikt.

Inleiding

De besnijdenis van jongens is een wereldwijd fenomeen. Geschat wordt dat niet minder dan een kwart tot eenzevende van alle mannen besneden is. In landen als de Verenigde Staten, Canada en Australië is 50-80 van de mannen besneden en wordt de besnijdenis bijna routinematig na de geboorte in het ziekenhuis uitgevoerd.1 In de joodse en islamitische wereld is de besnijdenis van jongens van oudsher een religieuze verplichting.

In Nederland worden jaarlijks ruim 7000 circumcisies bij moslimkinderen verricht. Gewoonlijk wordt dit onder algehele anesthesie tijdens een dagopname in het ziekenhuis gedaan. Een kleine groep moslims laat zijn kinderen in Nederland of in het land van herkomst besnijden door een zogenaamde kapper, die deze ingreep vaak zonder verdoving en onder onhygiënische omstandigheden uitvoert.2

In 1994 startte de door de Rotterdamse moslimorganisatie Stichting Platform Islamitische Organisatie opgerichte stichting Al Gitaan met besnijdenissen onder lokale verdoving buiten het ziekenhuis. De besnijdenissen worden uitgevoerd door basisartsen of huisartsen onder supervisie van een kinderchirurg uit het Sophia Kinderziekenhuis te Rotterdam en een uroloog uit het Schieland Ziekenhuis te Schiedam. Het project wordt gesteund door zorgverzekeraar het Zilveren Kruis, het Sophia Kinderziekenhuis en de Rotterdamse huisartsen. Dit initiatief werd in 1997 gevolgd door het Centrum voor Migratie en Gezondheid van het Kind van het Wilhelmina Kinderziekenhuis te Utrecht: samen met het Nederlands Centrum Buitenlanders, de Districts Huisartsen Vereniging, Anova Verzekeringen, Academisch Ziekenhuis en de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GG&GD) startte men in Utrecht een project waarbij besnijdenissen onder lokale verdoving in een wijkgebouw van de afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GG&GD konden worden verricht.

In dit artikel beschrijven wij de eerste ervaringen met circumcisies van moslimjongetjes onder lokale verdoving in het Utrechtse project.

patiënten en methode

De moslimbevolking werd over de mogelijkheid van besnijdenis buiten het ziekenhuis geïnformeerd door middel van een voorlichtingsfolder en uitleg tijdens groepsbijeenkomsten. Bovendien gaven lokale radio en kranten aandacht aan het besnijdenisproject. De huisartsen in de regio werden via een brief op de hoogte gebracht en gewezen op de mogelijkheid om gezonde jongetjes ouder dan 2 jaar zonder voorhuidafwijkingen of andere afwijkingen aan de genitaliën te verwijzen naar de GG&GD met een verzoek om een religieuze circumcisie. De urologen en chirurgen uit de regio werden in een gemeenschappelijke bijeenkomst op de hoogte gebracht en de meesten ondersteunden het initiatief. De besnijdenissen vonden - behalve in de vakantieperiode - 2 keer per maand op een zaterdagochtend plaats en werden verricht door assistent-geneeskundigen uit het Academisch Ziekenhuis of door een huisarts onder supervisie van een chirurg. Vooraf hadden deze artsen een cursus van het Nederlands Centrum Buitenlanders gevolgd over de culturele achtergronden van de besnijdenissen. Voor de aanschaf van operatiemateriaal, zoals instrumentarium, lamp en diathermieapparatuur, werd van ANOVA Verzekeringen een startsubsidie ontvangen. De eigen bijdrage voor de ingreep was ƒ 25,-; de overige kosten (ƒ 250,-) werden door ANOVA Verzekeringen vergoed.

Het was de ouders en begeleidende familieleden toegestaan de gehele procedure bij te wonen, foto's te maken of te filmen.

De circumcisie

Vijftien minuten vóór de operatie kregen de kinderen midazolam 0,4 mg/kg lichaamsgewicht (maximaal 5 mg) rectaal toegediend. Vervolgens werden met een dun naaldje (25 gauge) ongeveer 5 ml lidocaïne 1 subcutaan rondom de basis van de penis gespoten en een zetpil paracetamol toegediend. Het testen van de analgesie gebeurde met een klein klemmetje 5 min na de injectie en zo nodig werd extra lidocaïne toegediend. Na desinfectie van de penis werden, indien aanwezig, de fysiologische verklevingen tussen de glans en het binnenblad van de voorhuid met een knopsonde losgemaakt. Deze verklevingen worden bij kinderen tot 5 jaar nagenoeg altijd gezien. Over de naar het uiteinde van de penis opgetrokken voorhuid werd voorbij de glans een rechte klem geplaatst, waarna de voorhuid boven de klem afgesneden werd onder het uitspreken door de arts van: ‘Bismi lah Arahmaan Al Rahim’ (‘In de naam van Allah de Barmhartige’). Verdere inkorting van het buitenblad en vervolgens het binnenblad van het preputium vond plaats, nadat de rechte klem was verwijderd, met een schaar. Hemostase werd verricht met unipolaire diathermie (maximumvermogen: 25 W). Met een doorlopende oplosbare hechting (Rapid Vicryl 4x0; Johnson & Johnson, Amersfoort) werd rondom het binnenblad aan het buitenblad gehecht. De ouders kregen mondelinge en schriftelijke instructies om de wond dagelijks te douchen en te verbinden. De operateur vulde na de besnijdenis een operatieformulier in, waarop onder andere pijn en onrust van de kinderen tijdens de operatie werden gescoord op een 10-puntsschaal (1 = geen pijn, respectievelijk de patiënt was volledig rustig; 10 = onduldbare pijn, respectievelijk de patiënt was in paniek). Nacontrole werd niet routinematig verricht. Bij complicaties konden de ouders zich rechtstreeks wenden tot het Centrum Acute Opvang en de eerstehulpafdeling van het Academisch Ziekenhuis Utrecht; van ieder bezoek werd de reden van het spoedconsult geregistreerd. Na een week werden de ouders telefonisch geïnterviewd door een medewerker van het Centrum voor Migratie en Gezondheid van het Kind. Er werd gevraagd naar complicaties en mate van tevredenheid over de totale behandeling.

resultaten

In de periode april-november 1997 werden 94 circumcisies verricht bij jongens met een mediane leeftijd van 3 jaar (uitersten: 2-24). Het merendeel van de jongens was afkomstig uit Marokko en Turkije (respectievelijk 50 en 28). De Marokkaanse jongens waren veelal jonger dan de Turkse. Marokkaanse ouders kozen vaak voor een zo laag mogelijke leeftijd (2-3 jaar), omdat zij dachten dat de operatie dan beter zou gaan, de wond sneller zou genezen en omdat de jongens zich dan niet zoveel zouden kunnen herinneren van de operatie. Turkse ouders daarentegen wachtten meestal iets langer (4-9 jaar), omdat dat gebruikelijk is in Turkije; waarom men speciaal voor een latere leeftijd koos, kon men niet duidelijk maken.

Tussen het desinfecteren tot en met het verbinden van de wond verliep gemiddeld 13 min. De peroperatieve pijn werd door de operateur geschat op mediaan 1 (uitersten: 1-6) op de 10-puntsschaal, de mate van onrust op mediaan 3 (uitersten: 1-9; fig.). Na de operatie meldden zich 13 patiënten (14) op het Centrum Acute Opvang en de eerstehulpafdeling van het Academisch Ziekenhuis: bij 4 was er een nabloeding, waarvoor bij 2 patiënten een reëxploratie onder narcose noodzakelijk was om hemostase te bereiken. Bij de andere 2 werd een hematoom tussen het buiten- en het binnenblad van het preputiumrestant conservatief behandeld. Zwelling van de operatiewond was bij 7 patiënten de reden om naar het ziekenhuis te gaan en bij de laatste 2 werd een infectie geconstateerd, waarvoor zij orale antibiotica kregen.

Eén week na de operatie kon van 70 kinderen een ouder (of verzorger) telefonisch worden geïnterviewd. Bij de overige 24 jongetjes lukte het niet om de ouders te bereiken wegens: geen telefoon (n = 7); fout telefoonnummer (n = 7); vakantie (n = 6); onbereikbaar (n = 3); taalbarrière (n = 1). Van de geïnterviewde ouders/verzorgers was 89 (62) tevreden of zeer tevreden en 11 (8) was ontevreden. Tot deze laatste groep behoorden de ouders van de 4 kinderen die vanwege een nabloeding het ziekenhuis bezochten. Bij 2 patiënten was de techniek van de circumcisie de reden voor ontevredenheid: na het afsnijden van de voorhuid werd, zoals beschreven, met een schaar het binnen- en buitenblad verder ingekort. Dit is in tegenstelling tot de traditionele besnijdenis, die veel sneller in één keer verricht wordt. De pijnlijke injectie van het lokaalanaestheticum en het optreden van postoperatieve nachtmerries waren beide eenmaal reden voor ontevredenheid.

beschouwing

Over het ontstaan van het verschijnsel besnijdenis lopen de meningen uiteen. De verklaring die het verst teruggaat, komt van Desmond Morris in één van zijn afleveringen van de serie ‘De andere sekse’.3 Omdat een slang jaarlijks vervelt en weer een nieuwe huid krijgt, dachten de oude Egyptenaren dat een slang onsterfelijk was. Door een stuk huid weg te nemen van dat deel van het lichaam dat het meest op de kop van een slang lijkt (de penis), hoopten zij onsterfelijkheid van jonge jongens te bereiken. Andere verklaringen gaan in op de praktische of sociale voordelen van besnijdenis. Hygiëne en preventie van balanitis waren belangrijk in gebieden waar weinig water voorhanden was. Bij Afrikaanse stammen wordt het ontstaan van de besnijdenis wel verklaard door de wens zich te onderscheiden van naburige stammen.

Bij de joodse gemeenschap worden jongetjes op de achtste dag na de geboorte besneden, waarmee het verbond van de Israëlieten met hun God wordt bevestigd. De circumcisie wordt uitgevoerd door een (niet-)medicus, die daarvoor een opleiding tot besnijder (‘moheel’) heeft gevolgd. In Nederland zijn de opleidingsnormen reeds in 1873 opgesteld en in de loop van de jaren met medeweten van de Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid aangepast.2

De meeste moslims geven aan dat ‘hun’ besnijdenis teruggaat tot Abraham, die zich op late leeftijd liet besnijden en zijn mannelijke nakomelingen adviseerde dit ook te doen.4 De profeet Mohammed heeft op zijn beurt alle mannelijke moslims geadviseerd zich op jonge leeftijd te laten besnijden. Het is voor moslims dus niet verplicht dit te doen; het gaat om een vrijwillige handeling naar het voorbeeld van hun profeet. Besnijdenis wordt niet vermeld in de koran, maar wel in de soenna, waarin de uitspraken van de profeet Mohammed opgetekend staan. In de praktijk komt het niet voor dat een islamitische man onbesneden is. Moslimjongens worden over het algemeen op een leeftijd van 2 tot 7 jaar besneden. In Nederland gebeurt dit bijna overal door chirurgen of urologen onder algehele anesthesie in een ziekenhuis.

Redenen om in Utrecht te beginnen met besnijdenissen onder lokale anesthesie waren enerzijds de aankondiging van de Ziekenfondsraad dat de religieuze circumcisies verricht in het ziekenhuis op termijn niet meer vergoed zouden worden, zodat een medisch verantwoord alternatief beschikbaar moest komen. Anderzijds beoogt ons project meer ruimte te geven aan de feestelijke en de ceremoniële aspecten van de besnijdenis. Bovendien kunnen met een dergelijk project aanmerkelijke kosten worden bespaard: een circumcisie onder narcose kost in dagopname 800 tot 1000 gulden, terwijl de extramurale ingreep nog geen 300 gulden kost. Op 7000 besnijdenissen levert dit een besparing van ongeveer 4 miljoen gulden per jaar.

In de literatuur wordt melding gemaakt van (na)bloedingen in 0,1 tot 35 van de gevallen, afhankelijk van de gestelde criteria en de kwaliteit van de documentatie.5-7 Uit een onder Nederlandse urologen gehouden enquête bleken ernstige nabloedingen tot bij 1 van de ingrepen voor te komen.8 Wij verrichtten bij 2 jongetjes (2) een reëxploratie om hemostase te bereiken. Infectie wordt met een incidentie tot 10 opgegeven;5 9 door ons werd infectie van de operatiewond 2 maal succesvol behandeld met antibiotica. De mate van (on)rust tijdens de ingreep verschilde per kind. Na de voor alle kinderen vervelende injectie met lidocaïne, bleven de meesten rustig liggen en praten. Sommige, vooral jongere kinderen bleven echter onrustig en huilerig. Er leek in ons onderzoek geen verband te bestaan tussen deze onrust en onvoldoende analgesie. Leeftijd en temperament van het kind, angst van de ouders en beleving van eerdere medische contacten bepalen in hoge mate de onrust.10 Goede voorbereiding van kind en ouders en een ontspannen sfeer tijdens de procedure verlagen de angst.11 Bovendien is rectaal toegediend midazolam een effectief anxiolyticum.12 Een groot percentage kinderen heeft tijdelijke gedragsstoornissen na een operatie onder algehele anesthesie.13 Hoe vaak deze gedragsstoornissen zich na een circumcisie onder lokale verdoving voordoen, is niet bekend. Behoudens bij één jongetje, dat na de besnijdenis enige weken slaapproblemen had, kwamen gedragsstoornissen na een besnijdenis onder lokale anesthesie, voorzover wij weten, in onze groep niet voor. Mogelijk draagt de intieme sfeer tijdens de operatie hieraan bij.

conclusie

Circumcisie onder lokale verdoving bij kinderen buiten het ziekenhuis was goed uitvoerbaar. Dezelfde chirurgische techniek werd gebruikt als die intramuraal onder algehele anesthesie wordt toegepast; het percentage complicaties week niet af van dat bij circumcisies onder algehele anesthesie. De ouders waren over het algemeen tevreden en waardeerden de sociale voordelen.

Bij de start van het project was G.C.Madern betrokken, kinderchirurg in het Academisch Ziekenhuis Rotterdam-Sophia Kinderziekenhuis; hij leverde tevens commentaar op een eerdere versie van dit artikel.

Literatuur
  1. Wiswell TE. Circumcision circumspection. N Engl J Med1997; 336:1244-5.

  2. Hoffer CBM. Moslimbesnijdenissen in Nederland. Leiden:LIDESCO; 1990.

  3. Morris D. De andere sekse. Waarin mannen en vrouwenverschillen. Aflevering levensfasen. Teleac/NOT.

  4. Oude Testament. Genesis 17:10-4.

  5. Griffiths DM, Atwell JD, Freeman NV. A prospective surveyof the indications and morbidity of circumcision in children. Eur Urol1985;11:184-7.

  6. Kaplan GW. Complications of circumcision. Urol Clin NorthAm 1983;10:543-9.

  7. Williams N, Kapila L. Complications of circumcision. Br JSurg 1993;80:1231-6.

  8. Hendrikse AJM, Ypma AFGVM, Vries JDM de, Delaere KPJ.Diagnostiek en behandeling voorhuidpathologie. Commissie voorhuid van deNederlandse Vereniging voor Urologie. Utrecht: Nederlandse Vereniging voorUrologie; 1997.

  9. Fraser IA, Allen MJ, Bagshaw PF, Johnstone M. A randomizedtrial to assess childhood circumcision with the Plastibell device compared toa conventional dissection technique. Br J Surg 1981;68:593-5.

  10. Kain ZN, Mayes LC, O'Connor TZ, Cicchetti DV.Preoperative anxiety in children. Predictors and outcomes. Arch PediatrAdolesc Med 1996;150:1238-45.

  11. Thompson N, Irwin MG, Gunawardene WM, Chan L.Pre-operative parental anxiety. Anaesthesia 1996;51:1008-12.

  12. Shane SA, Fuchs SM, Khine H. Efficacy of rectal midazolamfor the sedation of preschool children undergoing laceration repair. AnnEmerg Med 1994;24:1065-73.

  13. Kotiniemi LH, Ryhanen PT, Moilanen IK. Behaviouralchanges in children following day-case surgery: a 4-week follow-up of 551children. Anaesthesia 1997;52:970-6.

Auteursinformatie

St. Antonius Ziekenhuis, afd. Heelkunde, Nieuwegein.

Wilhelmina Kinderziekenhuis, Centrum voor Migratie en Gezondheid van het Kind, Utrecht.

Prof.dr.T.W.J.Schulpen, kinderarts; mw.drs.J.C.M.van Wieringen, epidemioloog; mw.drs.M.Kijlstra, cultureel antropoloog.

Academisch Ziekenhuis, afd. Heelkunde, Utrecht.

E.J.M.M.Verleisdonk en prof.dr.Chr.van der Werken, chirurgen.

Contact R.F.Schmitz, chirurg (rschmitz@knmg.nl)

Gerelateerde artikelen

Reacties

D.S.
van Grootheest

Amsterdam, maart 1999,

Met interesse heb ik het artikel over circumcisie bij moslimjongens gelezen (1999:627-30). In het kader van het blok ‘Cultuur en gezondheid’ heb ik als student samen met een medestudent een onderzoek verricht naar de mogelijkheid om mannenbesnijdenissen door huisartsen te laten uitvoeren.1 Onze conclusie was toen positief en het doet mij plezier om te zien dat het nu in de praktijk gebeurt. Wel heb ik een kanttekening. De mogelijkheid om besnijdenissen door een kapper, een traditionele besnijder, te laten doen wordt sterk onderbelicht. Er wordt slechts over gezegd dat zo'n besnijder zonder verdoving en onder onhygiënische omstandigheden werkt, met als referentie het rapport van Hoffer.2 Hoffer pleit echter voor het creëren van een situatie, zoals binnen de joodse gemeenschap, waarin mensen kunnen kiezen tussen een medisch verantwoorde besnijdenis thuis (door een traditionele besnijder) en een besnijdenis in het ziekenhuis.2 Daarbij zou een aanvullende medische opleiding voor traditionele besnijders kunnen voorkomen dat ouders die per se een besnijdenis thuis willen hun toevlucht zouden nemen tot onbetrouwbare personen. Ook stelt hij dat deze kappers dikwijls goed staan aangeschreven en vaak meer ervaring hebben met het verrichten van besnijdenissen dan bijvoorbeeld chirurgen. In ons onderzoek liep ik met een huisarts mee die een kapper begeleidde bij een besnijdenis. Hij werkte hygiënisch én met verdoving. De genoemde opmerking over ‘zogenaamde kappers’ doet mijns inziens geen recht aan deze kappers en zeker niet aan de boodschap die Hoffer in zijn rapport uitdraagt. In het verder uitstekende artikel had dit punt meer aandacht verdiend.

D.S. van Grootheest
Literatuur
  1. Peek AML, Grootheest DS van. Mannenbesnijdenis door de huisarts? Med Contact 1993;48:1279.

  2. Hoffer CBM. Moslimbesnijdenissen in Nederland. Leiden: Lidesco; 1990.

R.F.
Schmitz

Gouda, april 1999,

Met belangstelling hebben wij kennis genomen van de reactie van collega Van Grootheest. Wij zijn het met hem eens dat traditionele besnijders op een medisch verantwoorde wijze een besnijdenis kunnen verrichten. Echter, om de kwaliteit te waarborgen, dienen eisen aan de besnijders en de uitvoering te worden gesteld. Dit vereist onder andere registratie van erkende besnijders, een opleidingsreglement en een complicatieregistratie. Reeds door wijlen Van Geuns, indertijd voorzitter van het Overlegorgaan Gezondheidszorg Minderheden, werd in de jaren tachtig aangedrongen op een dergelijke regeling. Hoewel bij de joodse gemeenschap circumcisie door de moheel een geaccepteerde werkwijze is, zijn tot nu toe de initiatieven binnen de moslimgemeenschap zonder succes geweest.

R.F. Schmitz
T.W.J. Schulpen
L.
Vandecasteele

Gent, maart 1999,

De beschrijving van de besnijdenis onder lokale anesthesie bij jongetjes uit moslimgezinnen en joodse gezinnen in Nederland roept bij mij de vraag op of niet spoedig een campagne tegen besnijdenis op gang moet komen zoals deze wereldwijd al enige tijd gevoerd wordt tegen de besnijdenis van meisjes en vrouwen. Daarvoor wil ik de volgende argumenten aanvoeren.

- Redenen van hygiëne en preventie van infecties kunnen deze ingreep niet meer rechtvaardigen, in het ontwikkelde Noorden noch in het Zuiden.

- Motieven vanuit de religie van de ouders komen in conflict met het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties. Artikel 14 garandeert het recht van het kind op vrijheid van godsdienst. Een door het kind niet gevraagde verminking is hiermee niet te rijmen. Het kind kan deze later niet ongedaan maken, terwijl het zich wel van andere, inhoudelijke en rituele aspecten van de godsdienst van zijn ouders kan distantiëren. Artikel 19 vraagt uitdrukkelijk om het kind te beschermen tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld, letsel of misbruik. Artikel 24 erkent het recht van het kind op het genot van de grootst mogelijke mate van gezondheid en vraagt maatregelen om traditionele gebruiken die schadelijk zijn voor de gezondheid van kinderen af te schaffen.

- Besnijdenis is bij jongens weliswaar minder ingrijpend dan bij meisjes, bij wie de gezondheid en de seksualiteitsbeleving ernstig aangetast kunnen worden. Toch zijn ook bij jongens de gevolgen niet nihil.

Tolerantie voor andere culturen en godsdiensten is prima, maar in deze context klinkt de door de behandelend arts uitgesproken aanroep van Allah mij karikaturaal in de oren.

L. Vandecasteele
P.G.M.
Stam

Wervershoof, maart 1999,

In het artikel van Schmitz et al. mis ik een medisch-ethische paragraaf.

De Ziekenfondsraad heeft mogelijk wel een oordeel over de niet-medisch geïndiceerde ingreep, daar op termijn de ingreep in het ziekenhuis niet meer vergoed wordt.

P.G.M. Stam
R.F.
Schmitz

Gouda, april 1999,

De discussie over ethische en juridische aspecten van religieuze besnijdenis wordt in Nederland regelmatig gevoerd, meestal in dag- of weekbladen. In de Verenigde Staten van Amerika, waar meer dan de helft van de jongens niet om religieuze, maar om hygiënische reden wordt besneden, bestaat een forse anticircumcisielobby. Aangezien de besnijdenis van joodse jongens en moslimjongens een religieuze verplichting is, dient de discussie hierover binnen de joodse gemeenschap en moslimgemeenschap zelf gevoerd te worden en niet door Belgische en Nederlandse niet-moslims. Dat ieder zijn eigen mening hierover mag geven, getuigt van grote vrijheid. Zo heeft iedere arts ook de vrijheid om zelf te beslissen over het wel of niet verrichten van een dergelijke ingreep. Moslimouders hebben eveneens de vrijheid ervoor te kiezen dat religieus voorgeschreven handelingen op zo verantwoord mogelijke wijze worden verricht. De ervaring leert dat besnijdenis in het eigen land kans geeft op onacceptabele complicaties door onhygiënische en risicovolle omstandigheden. Ons project probeert op zo verantwoord mogelijke wijze deze ingreep te verrichten. Indien de mogelijkheid hiertoe zou vervallen, zou dit zeker niet tot vermindering van de ingreep leiden. Uiteindelijk gaat het hier om een mondiale verplichting en bevinden Nederland en België zich niet in een isolement.

Een vergelijking met meisjesbesnijdenis is oneigenlijk, aangezien hier sprake is van evidente verminking van het vrouwelijk genitaal met als doel de vrouw minder seksueel genot te laten beleven en haar onderworpen te laten zijn aan de man. Bovendien heeft de ingreep geen enkele religieuze waarde.

R.F. Schmitz
T.W.J. Schulpen