Scheid het begeleiden van het beoordelen

Feedback in de medische opleiding

Blauwe lucht met wolken en de witte tekst "What have you learned?".
Paul L.P. Brand
Fedde Scheele
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2022;166:D6708
Abstract

Samenvatting

  • Feedback van een opleider kan het gedrag van aiossen bestendig veranderen als de aios de opleider die de feedback geeft, ziet als een geloofwaardig rolmodel.
  • Vertrouwen van de aios in de opleider is essentieel om feedback bij te laten dragen aan effectief leren van de aios.
  • Omdat in de huidige opleidingspraktijk de twee doelen van feedback, begeleiden en beoordelen, regelmatig door elkaar worden gehaald, ervaren aiossen feedbackmomenten vaak als een examen, waardoor ze niet openstaan voor de feedback.
  • Het zorgvuldig scheiden van deze twee doelen van feedback is belangrijk om te bevorderen dat een aios leert van de feedback die de opleider geeft. Opleiders kunnen hieraan bijdragen door de aandacht niet te richten op het documenteren, maar vooral op het geven van constructieve feedback.
  • Het COIC-model (COIC staat voor contact – ontvankelijkheid – inhoud – coachen) is een nuttig hulpmiddel om effectief constructieve feedback te geven.
Auteursinformatie

Universitair Medisch Centrum Groningen, Wenckebach Instituut voor Onderwijs en Opleiding, Groningen: prof.dr. P.L.P. Brand, kinderarts en hoogleraar klinisch onderwijs (tevens: decaan Isala Academie, Isala Zwolle). Amsterdam UMC, locatie VUmc, Onderwijsinstituut Geneeskunde, Amsterdam: prof.dr. F. Scheele, gynaecoloog en hoogleraar Health Systems Innovation and Education (tevens: decaan leerhuis OLVG, Amsterdam).

Contact P. Brand (p.l.p.brand@isala.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Paul L.P. Brand ICMJE-formulier
Fedde Scheele ICMJE-formulier
Cum laude in de master geneeskunde

Gerelateerde artikelen

Reacties

Willem
Vos

Geachte collega,

Dank voor uw mooie overzichtsartikel1 rond het geven van feedback.

Het moet me van het hart dat ik de basisgedachte van Hattie en Timperley mis, waardoor allerhande krachtige punten in de uitvoering van hun methode in de bespreking van ‘wat werkt minder goed’ in uw artikel worden teruggezien.

Oorspronkelijk presenteerden Hattie en Timperley het trias ‘feed up, feed back and feed forward’ in het door u genoemde artikel nummer 3 in de literatuurlijst; zij zagen het vooral als een circulair proces, niet los van elkaar te bezien.

Vooral de vertaling van feed up (vetmesten) spreekt boekdelen: de aios dient de opleider, actief of passief, te voeden met doen & laten, gedachten, visies, normen bij waarden, routines, strategieën en zo meer. De opleider kan de aios bevragen op leemtes, ter completering van het te bespreken beeld, situatie, waarde. Dit kost tijd, energie en vertrouwen van beiden. Zonder feed up kan feedback verworden tot een ‘ongeleid advies’.

Vervólgens krijgt de opleider de kans haar/zijn beeld, als feedback, onder de aandacht te brengen, waarna zij gezamenlijk, in feed forward, het toekomstig gedrag, beleid, gedachten van beiden vorm geven.

Mocht de aios vinden dat te weinig feedback gegeven wordt, en mocht de opleider feedback geven op een onvolledig beeld, dan mag ik hen vragen het trias nog eens te bestuderen.

Uw suggestie tot ‘COIC’ en ‘Hoe nu verder’ zijn, meen ik, té verhuld om de doorsnee opleider tot gedragsverandering te brengen.

 

 

 

 

Willem Vos
Literatuur

1 Ned Tijdschr Geneeskd. 2022;166:D6708