Artikel
Inleiding
Zie ook de artikelen op bl. 2317 en 2336.
Per jaar worden meer dan 11.000 nieuwe gevallen van borstkanker in Nederland gediagnosticeerd. De laatste decennia wordt een opvallende daling van de borstkankersterfte waargenomen.1 Deze verbetering in prognose is onder meer te danken aan verbeterde behandelmethoden en screeningsprogramma’s…



Borstzelfonderzoek
In hun heldere betoog over de waarde van borstzelfonderzoek voor het vroeg ontdekken van borstkanker (2008:2341-5) zetten de collegae Zonderhuis et al. duidelijk de ernstige bezwaren uiteen tegen de vaak geciteerde, gerandomiseerde studies uit Shanghai en Moskou. Hieraan kan men nog toevoegen dat Coebergh en zijn coauteurs hebben aangetoond dat er tussen 1960 en 1985 een significante vermindering van mortaliteit van borstkanker was [1-4]. Dit kwam door het vroeger ontdekken van de tumoren, het percentage tumoren kleiner dan of gelijk aan 2 cm nam toe van 20 tot 40 en het percentage T4-tumoren nam af van 40 tot 15. Afgezien van 2 studies was er in deze periode nog geen screening in Nederland die tot deze vroegere detectie zou kunnen leiden. Adjuvante therapie kon de mortaliteitsverbetering hooguit in de laatste jaren en voor een gering deel verklaren. De beschreven vroegere detectie en aanzienlijke daling van mortaliteit werden dus veroorzaakt doordat vrouwen eerder met een borstafwijking naar hun arts gingen. Of je dit aan borstzelfonderzoek of 'breast-awareness' moet toeschrijven, lijkt een semantische discussie. Literatuur [1] Coebergh JW, Crommelin MA, Kluck HM, van Beek M, van der Horst F, Verhagen-Teulings MT. Borstkanker in Zuidoost-Noord-Brabant en in Noord-Limburg; beloop van incidentie en vervroeging van de diagnose in een niet-gescreende vrouwelijke bevolking, 1975-1986. Ned Tijdschr Geneeskd. 1990;134:760-5. [2] Nab HW, Voogd AC, Crommelin MA, Kluck HM, van der Heijden LH, Coebergh JW. Breast cancer in the southeastern Netherlands, 1960-1989: trends in incidence and mortality. Eur J Cancer. 1993;29A:1557-9. [3] Nab HW, Hop WC, Crommelin MA, Kluck HM, Coebergh JW. Improved prognosis of breast cancer since 1970 in south-eastern Netherlands. Br J Cancer. 1994;70:285-8. [4] Nab HW, Hop WC, Crommelin MA, Kluck HM, van der Heijden LH, Coebergh JW. Changes in long term prognosis for breast cancer in a Dutch cancer registry. BMJ. 1994;309:83-6. Rotterdam, oktober 2008 Erasmus MC, Rotterdam Dr. Madeleine M.A. Tilanus-Linthorst Drs. C.C.M. Bartels