Artikel
Toen huisarts Nanja Danhof tien jaar geleden een huisartsenpraktijk overnam in Kanaleneiland in Utrecht, vroegen patiënten haar bijna nooit naar hun ijzerstatus. ‘Ik had destijds één patiënt die continu moe was en die per se haar ferritine wilde weten. Ik zei: we kijken eerst naar je Hb en als dat…



IJzergebrek
Weet je wat duur is, vraagt collega Roijen?
Dat een vrouw niet haar maximale potentieel kan benutten en moe thuis zit op de bank, is het antwoord.
Mijn gedachte? Dat deze vrouw die mogelijk moe thuis zit om andere redenen denkt dat ze geholpen is met een ijzerinfuus. Een ijzerinfuus als placebo. Dat is pas echt duur.
Voor deze kostenexplosie draagt collega Roijen verantwoordelijkheid.
Is deze ijzerinfusie ter behandeling van een laag ferritine een fenomeen dat zich eerder voordeed in de vorm van de epidemie van bekkeninstabiliteit?
Ferritine: het nieuwe vitamine D en B12?
In haar recente artikel in het NTvG bespreekt mw Harbers de discussie of een lage ijzerstatus zonder anemie bij vermoeide jonge vrouwen aangepakt moet worden met intraveneuze ijzertoediening. Dit is inderdaad een relevant onderwerp aangezien de vraag hiernaar vanuit patiënten en huisartsen fors toeneemt. Moeheid blijft de medische gemoederen al lang bezig houden. Suppletie van vitamine B12 en vitamine D hebben het probleem niet opgelost. Is het dan een ijzerprobleem, met name bij jonge vrouwen? In non-inflammatoire omstandigheden kan de ijzervoorraad in het lichaam worden ingeschat door bepaling van de serumferritineconcentratie. Of een (relatief) lage ferritineconcentratie altijd moet worden aangepakt (de normalisatie-reflex) is discutabel. Mocht daar echter toe besloten worden, stuit de arts op een groeiende weerstand van patiënten tegen orale ijzerpreparaten. Van ijzerpillen krijg je misselijkheid en obstipatie, vertellen patiënten mij hoewel de meesten nog nooit een ijzerpil hebben geslikt. Het heersende nocebo-effect is erg sterk. Moeten we dan meteen overstappen op intraveneuze ijzertoediening? Dure zorg, maar voor ziekenhuizen wellicht financieel aantrekkelijk.
Ik denk dat bezinning en verder onderzoek op zijn plaats is. Het is jammer dat er eigenlijk weinig orale ijzerpreparaten zijn die voor vergoeding in aanmerking komen: ferrofumaraat, ferrosulfaat en ferrogluconaat (er is ook ferrochloride in drankvorm, maar dit zou tandverkleuring kunnen geven). Ook de dosering van deze preparaten is waarschijnlijk te hoog voor veel patiënten, ondanks de twee- of driemaal per week dosering. Buiten de reguliere ijzerpreparaten zijn er echter ook vele ‘over the counter’ en ‘on line’ ijzerpreparaten beschikbaar die lager gedoseerd zijn en waarschijnlijk veel beter worden getolereerd (zoals sucrosomiaal ijzer, ijzerbisglycinaat en ferrisaccharaat). Ik pleit ervoor dat verder onderzoek naar ijzertoediening zich niet beperkt tot dure ijzerinfusen, maar ook deze preparaten includeert om na te gaan of dure intraveneuze toedieningen echt de enige oplossing zijn voor het nog aan te tonen ijzerprobleem.