Zelfmanagement van antistolling leidt tot betere overleving en minder trombo-embolische complicaties

Onderzoek
Marcel Levi
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:A3574
Download PDF

Waarom dit onderzoek?

Orale antistolling met vitamine K-antagonisten is effectief bij de behandeling en preventie van trombo-embolische aandoeningen. Door grote inter- en intra-individuele variabiliteit en een nauwe therapeutische breedte is voortdurende controle van de intensiteit van antistolling, door het meten van de ‘international normalized ratio’ (INR), en dosisaanpassing noodzakelijk. In Nederland gebeurt dit door de trombosediensten.

Onderzoeksvraag

Leidt het meten van de INR door de patiënt zelf middels een druppel bloed uit een vingerprik en een klein meetapparaatje, al dan niet in combinatie met het zelf aanpassen van de dosis, tot betere resultaten dan conventionele controle?

Hoe werd dit onderzocht?

De auteurs verrichtten een meta-analyse van 22 trials (8413 patiënten) waarin zelfmanagement van antistolling werd vergeleken met conventionele controle.

Belangrijkste resultaten

Patiënten die werden gerandomiseerd voor zelfmanagement hadden een lagere mortaliteit (odds ratio (OR): 0,74; 95%-BI: 0,63-0,87) en minder trombo-embolische complicaties (OR: 0,58; 95%-BI: 0,45-0,75). Er was geen verschil in het vóórkomen van ernstige bloedingscomplicaties tussen de 2 behandelmethoden.

Consequenties voor de praktijk

Zelfmanagement van antistolling is veilig en lijkt te leiden tot betere uitkomsten. Het is van belang te vermelden dat in de helft van de trials slechts 50% van de potentiële deelnemers de training volgde en wilde meedoen aan de randomisatie, wat erop wijst dat deze vorm van management niet voor iedereen mogelijk is of gewenst wordt. Hoewel ook Nederlandse trials zijn opgenomen in deze meta-analyse is het niet zeker of dit positieve resultaat ook ten opzichte van de Nederlandse trombosediensten bereikt wordt. Tenslotte is het de vraag of met de introductie van nieuwe antistollingsmiddelen, met een meer stabiel farmacologisch profiel in de tot nu toe onderzochte groepen, de tijd van antistollingsmonitoring niet achter ons zal komen te liggen.

Literatuur
  1. Bloomfield HE, Krause A, Greer N et al. Meta-analysis: Effect of patient self-testing and self-management of long term anticoagulation on major clinical outcomes. Ann Int Med 2011;154:472-82. Medline

Auteursinformatie

m.m.levi@amc.uva.nl

Contact (m.m.levi@amc.uva.nl)

Zelfmanagement van antistollingsbehandeling – consequenties voor de toekomst?

Gerelateerde artikelen

Reacties

Gijs
Landman

Deze meta-analyse toont aan dat bij een groot deel van de patienten de therapie met vitamine K-antagonisten voor trombo-embolische aandoeningen effectiever kan worden ingezet. Er lijkt voor de selecte groep die zelfcontrole kan doen zelfs een overlevingsvoordeel.

Dit is opvallend gezien het feit dat de nieuwe antistollingsmiddelen, met het  genoemde stabielere farmacologisch profiel, op harde, vooraf gedefinieerde eindpunten geen voordelen laten zien.

Frequente INR metingen maken voor patienten en artsen duidelijk dat medicatie met levensbedreigende complicaties gepaard kunnen gaan. Frequente monitoring en controle via de trombosedienst kan theoretisch buiten studie verband de ‘’compliance’’ van andere medicatie naast vitamine K-antagonisten vergroten. Dat dit allemaal zou opwegen tegen het vaak genoemde gebruiksgemak is volgens mij slechts een hypothese.

Kunnen de resultaten uit dit onderzoek juist een argument zijn om eerst kritisch te kijken hoe bestaande middelen, waar veel ervaring mee is, beter kunnen worden ingezet? Misschien wel voordat er naar duurdere, makkelijkere maar niet betere middelen wordt gekeken.

 

Met vriendelijke groet,

Gijs Landman, assistent interne LUMC