Over sociaal-medisch verval
Open

28-01-2009
Igor van Laere

[lead]

Meer dan 10% van de Nederlandse huishoudens leeft langdurig rondom de armoedegrens en dat aantal neemt toe. De afgelopen jaren passeerden vooral jongeren en alleenstaande mannen die grens en belandden op straat. Ze zakken meestal door het ijs door een combinatie van verlies van sociale banden, schulden, verslaving en psychiatrische stoornissen. Hoe langer dakloos, hoe hoger de berg problemen.

De gezondheid van deze jongeren en mannen is overwegend slecht. Door hun dakloze leefstijl en risicogedrag stapelen problemen zich op en worden zij toenemend afhankelijk van medische zorg. Voor opvang en hulp bevinden de meeste daklozen zich in de grote steden, omdat daar nu eenmaal de specifieke voorzieningen zijn. Voor de toegang tot zorg is de hulp van artsen nodig die zich om deze mensen bekommeren. Hoe en met welk gereedschap biedt een daklozendokter deze specifieke zorg?

Slechts een handvol artsen in Nederland houdt zich expliciet bezig met sociaal-medische zorg voor mensen in de onderste laag van de samenleving. De problemen van armen en daklozen zijn tot in detail beschreven in de literatuur. Maar kennis over hoe artsen sociaal-medische zorg bieden, een beroepsvereniging en inhoudelijke standaarden ontbreken. Medisch studenten leren dan ook niets over de basis van de sociaal-medische zorg, laat staan dat ze enige vaardigheden trainen.

Vanuit mijn fascinatie voor armoede en ongezondheid verdiep ik mij sinds 13 jaar in de sociaal-medische zorg. Inherent aan de multipele problemen van mijn dakloze patiënten ontmoet ik vele artsen in de praktijk. In de reguliere zorg bieden artsen aanbodgestuurde hulp. Bij hen gaat de patiënt zelf naar een arts om advies te halen, om er beter van te worden. De patiënt vraagt, het aanbod reageert.

Bij mij gaat het anders. Voor vrijwel al mijn dakloze patiënten moet ik de hulpvraag zelf formuleren, om deze vervolgens zelf te stellen aan sociale en medische hulpverleners. De chaos is meestal zo groot dat de dakloze patiënt niet in staat is de eigen problemen te overzien, waarop hij in de zorg belandt. Menigmaal moet ik naast de dakloze patiënt ook de hulpverleners zien te overtuigen van de noodzaak van hulp.

Voor het inschatten van benodigde hulp probeer ik de mate van sociaal-medisch verval in kaart te brengen. Voor het sociaal verval beschouw ik het proces van geleidelijke sociale exclusie, er niet meer bij horen, door verlies van relaties, werk, inkomen en eigen woning, en de stappen die nodig zijn om de sociale basis te herstellen. Gelijktijdig zoek ik een overzicht over het medisch verval, door de mate van zelfverwaarlozing, gebruik van roesmiddelen, psychische en de lichamelijke problemen op een rij te zetten. Om te zien welke specialistische hulp ik in moet schakelen.

Ik vind het treurig een toenemend aantal mensen in sociaal-medisch verval te zien raken. Verstoten van een sociale basis en als gevolg van een stapeling van medische problemen leeft de dakloze patiënt van alle patiënten het kortst. Hij wordt gemiddeld maar 50 jaar. In de zorg en het beleid ligt het accent op medisch genezen en gaat het meeste budget daarnaar toe. Op straat is het gereedschap voor de sociale zorg verwaarloosd en uit het zicht verdwenen.

‘Zonder sociale diagnose geen medische therapie’ zou het motto van dokters moeten zijn. Ik gun meer dan een handvol artsen het genoegen van het bieden van specifieke hulp voor de onderlaag. Sociaal-medische zorg moet in de opleiding en daar help ik graag aan mee.