Wat vragen jongeren aan de jeugdgezondheidszorg?

Onderzoek
13-02-2019
Liesbeth E. Meuwissen, Carolijn J. Schuiling en Dianne H. Eshuis

Reacties (2)

Inloggen om een reactie te plaatsen
Dr. Marcel van der Wal & Dr. Eva Verlinden
11-04-2019 09:16

‘Onderzoek te mager voor conclusies’

Geachte auteurs,

 

U concludeert dat de oplossingsgerichte aanpak van Gezond leven? Check het even! een veelbelovende methode is om jongeren op het voortgezet onderwijs te bereiken en jongeren in de knel te signaleren. Het onderzoek is naar onze mening echter te mager om deze conclusie te rechtvaardigen.

 

Ten eerste gaat het onderzoek niet over de methode Gezond leven? Check het even!, maar over de vragenlijst (de Check) die hiervan een onderdeel is. Ook wordt de lezer op het verkeerde been gezet door te stellen dat de vragen van de Check neutraal of positief geformuleerd zijn. Veel vragen zijn namelijk negatief geformuleerd, zoals ‘Ik word gekleineerd, uitgescholden of opgesloten en heb daar last van’. Maar het belangrijkste bezwaar is dat veel vragen niet gevalideerd zijn zodat we niet weten of ze meten wat ze beogen te meten. Hierdoor kunnen op basis van de resultaten geen harde conclusies worden getrokken.

 

Ten tweede lijken de resultaten te bevestigen dat een hulpvraag geen goede indicator is van de aan- of afwezigheid van ­problemen. Ruim de helft (55%) van de jongeren met psychische problemen had namelijk geen hulpvraag. Ook blijkt dat vmbo-leerlingen even vaak (20%) een vraag hadden als MHV-leerlingen en zelfs minder vaak digitale informatie wilden (9% vs. 12%). Dit terwijl gezondheidsproblemen, zoals de auteurs terecht opmerken, in het vmbo vaker voorkomen. Jongeren hadden bovendien vooral vragen over lengte, gewicht en leefstijl, terwijl de ziektelast vooral wordt bepaald door emotionele problemen.(1)

 

Ten derde beweert u dat de Check gebaseerd is op oplossingsgericht werken. Dat is opmerkelijk omdat oplossingsgericht werken in de literatuur verwijst naar een interventie voor specifieke doelgroepen. Deze doelgroepen zijn vaak geselecteerd op basis van gevalideerde instrumenten. Zo is oplossingsgericht werken onderzocht bij depressieve adolescenten (gemeten met CES-D) (2) en adolescenten met ADHD (gemeten met DISC-IV).(3) Resultaten zijn overwegend positief. Onderzoek naar oplossingsgericht werken bij jeugdigen is echter te beperkt om te weten bij welke doelgroepen of problemen de aanpak effectief is.(4) Uw studie draagt hier weinig aan bij.

 

Tot slot wordt Jij en Je Gezondheid gelabeld als ‘risicotaxatie’, E-MOVO als ‘bevolkingsonderzoek’ en M@ZL als ‘ziekteverzuim’. Deze typeringen zijn betrekkelijk ongenuanceerd. De alternatieve methoden zijn veel meer dan dat. Bovendien beperkt risicotaxatie zich niet tot Jij en Je Gezondheid, maar wordt risicotaxatie in meer of mindere mate ook toegepast in de andere methoden. Sterker nog, Gezond Leven? Check het even! maakt met behulp van de MHI-5 zelf ook gebruik van risicotaxatie voor het identificeren van angst- en depressieklachten. Ook het geschetste beeld dat juist Gezond leven? Check het even! een oplossingsgerichte methode betreft, is naar ons idee onjuist. Oplossingsgericht werken is namelijk zeer goed te combineren met Jij en Je Gezondheid, E-MOVO en M@ZL. Dit wordt in diverse regio’s in Nederland ook al gedaan.

Dr. Marcel van der Wal, hoofd team jeugd, GGD Amsterdam & Dr. Eva Verlinden, postdoc-onderzoeker, GGD Amsterdam

 

1. Hilderink HBM & Verschuuren M. Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018: Een gezond vooruitzicht. RIVM: Bilthoven, 2018

2. Kramer J, et al. Effectiveness of a web-based solution-focused brief chat treatment for depressed adolescents and young adults: randomized controlled trial. Journal of Medical Internet Research 2014; 16(5): e141

3. Boyer B, et al. Two novel CBTs for adolescents with ADHD: the value of planning skills. European Child & Adolescent Psychiatry 2015; 24: 1075-1090

4. Bartelink C. Wat werkt: Oplossingsgerichte therapie? Nederlands Jeugdinstituut: Utrecht, 2013

Liesbeth Meuwissen
05-09-2019 10:03

Reactie auteurs

Geachte collegae,

Dank voor uw reactie.

Ons artikel gaat inderdaad over de vragenlijst (de Check). Dit is echter een centraal onderdeel van de methode “Gezond Leven? Check het even!”(GLCE). Het doel van GLCE is jongeren na te laten denken over hun gezondheid en hierover in gesprek te gaan. Het aantal vragen is één van de uitkomstmaten van de methode, die vertrouwen in de JGZ en de toegankelijkheid weergeeft. Wij zijn enthousiast omdat meer jongeren vragen stellen dan verwacht.

In de Check van 2015/2016 waren 4 van de 70 vragen ‘negatief’ geformuleerd. Ons inziens zet u de lezers op het verkeerde been door dit ‘veel’ te noemen.

Uw grootste kritiekpunt is dat veel vragen niet gevalideerd zijn en we niet weten of de vragen meten wat ze beogen te meten. Deze vragen meten echter niets anders dan ze vragen. De beoordeling beperkt zich tot de informatie of jongeren de gevraagde aspecten van hun leven positief of negatief beoordelen. Antwoorden worden dus niet gecombineerd voor diagnostiek. Construct validiteit is daardoor minder relevant aangezien we niet verder generaliseren dan wat we bevragen.

De belangrijkste validiteit is hierdoor de inhoudsvaliditeit. Het is dus vooral belangrijk dat de jongeren van alle niveaus de vragen goed begrijpen en het onderzoek relevant vinden. Daarvoor is de Check ontwikkeld samen met hen. Naast jongeren zijn ook diverse experts betrokken om de inhoudsvaliditeit van de vragen te garanderen.

Een ander belangrijke validiteit voor de Check betreft de criterium validiteit: Komt problematiek uit de Check overeen met problematiek gezien tijdens het consult. Uit onderzoek tijdens de pilot bleek de voorspellende waarde van de meeste onderzochte items hoog. Daarnaast bleken de geschatte prevalenties overeen te komen met andere onderzoeken. Tot slot blijkt ook de ervaring van de 5 GGD’en die de Check gebruiken, dat ook de consequentiële validiteit hoog is:

Het is correct dat een hulpvraag geen goede indicator is van de aan-of afwezigheid van ­problemen. Wij pretenderen dit ook niet en ons artikel gaat niet over hulpvragen, maar over vragen. De werkwijze is dat alle jongeren op het VMBO worden uitgenodigd en op MAVO/HAVO/VWO zijn naast vragen van leerlingen, ook zorgen van ouders en school, en een aantal signalen uit de vragenlijst reden voor een consult.

De ziektelast bij jongeren wordt inderdaad vooral bepaald door emotionele problemen. Jongeren uiten hun emotionele problemen echter vaak via klachten als hoofdpijn, buikpijn en moeheid. Daarnaast is voor jongeren zelf  hun gewicht één van de belangrijkste gezondheidsthema’s. Onderwerpen als gewicht en leefstijl bepalen in belangrijke mate hun toekomstige ziektelast.

Oplossingsgericht werken is veel breder dan u suggereert. Het komt er op neer dat mensen ondersteund worden hun eigen doelen te formuleren en hun kwaliteit, kracht en relaties in te zetten om die te bereiken. Daarbij is het vragen naar de eigen vraag en visie essentieel. Mensen kunnen hierdoor een actieve rol innemen en de professional kan hierdoor aansluiten. Dit is essentieel omdat gedragsverandering pas tot stand kan komen als deze aansluit bij de behoefte van de persoon.

Tot slot schrijft u dat oplossingsgericht werken goed te combineren is met de andere methodes. Dit is mogelijk tijdens de consultvoering. Echter bij GLCE is de oplossingsgerichte visie geïntegreerd in alle onderdelen van het onderzoek. Onze ervaring is dat dit een wezenlijk verschil maakt. De landelijke evaluatiestudie die de verschillende methoden onderzocht heeft, zal hier binnenkort hopelijk meer inzicht in geven.

Hoogachtend,

De auteurs