Wat te doen bij een 60-jarige HIV-positieve vrouw met een cerebrale arterioveneuze malformatie? Besliskundige analyse

Onderzoek
D.W.J. Dippel
C.J.J. Avezaat
M.E. van der Ende
J.D.F. Habbema
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1995;139:2362-9
Abstract

Samenvatting

Doel

Illustreren hoe besliskundige consultatie een rol kan vervullen in de moderne geneeskundige praktijk.

Opzet

Besliskundige analyse.

Plaats

Academisch Ziekenhuis Rotterdam-Dijkzigt.

Methode

De 3 behandelingsmogelijkheden (niet-behandelen, microchirurgische en radiochirurgische behandeling) bij een 60-jarige, voor het humane immunodeficiëntievirus (HIV) positieve vrouw met een 1 maal gebloed hebbende cerebrale arterioveneuze malformatie werden geanalyseerd met klinische beslissingsanalyse. De opties werden vergeken met als criterium de te verwachten ‘verdisconteerde kwaliteitsgecorrigeerde levensverwachting’. Schattingen van het risico op recidiefbloeding en de complicaties daarvan, van de effectiviteit en de complicaties van de behandeling en van het risico op AIDS en de gevolgen daarvan werden gebaseerd op literatuuronderzoek.

Resultaten

De verschillen tussen niet-behandelen en microchirurgie of radiochirurgie bedroegen 0,1 (plausibel interval: -0,27 tot 0,84) en 0,2 (plausibel interval: -0,29 tot 0,76) kwaliteitsgecorrigeerde levensjaren, ten voordele van niet-behandelen. De beperkte levensverwachting van de patiënt, leidend tot een relatief laag cumulatief risico op recidiefbloeding, rechtvaardigde het nemen van de behandelingsrisico's dus niet.

Conclusie

Besliskundige consultatie kan een rationele, zorgvuldige en inzichtelijke medische besluitvorming mogelijk maken, die recht doet aan de complexiteit van het medisch handelen.

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis Rotterdam-Dijkzigt, Dr. Molewaterplein 40, 3015 GD Rotterdam.

Afd. Neurologie: dr.D.W.J.Dippel, assistent-geneeskundige.

Afd. Neurochirurgie: prof.dr.C.J.J.Avezaat, neurochirurg.

Afd. Inwendige Geneeskunde: mw.dr.M.E.van der Ende, internist.

Erasmus Universiteit, Instituut Maatschappelijke Gezondheidszorg, Rotterdam.

Prof.dr.J.D.F.Habbema, epidemioloog.

Contact dr.D.W.J.Dippel

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Amsterdam, december 1995,

De door Dippel et al. beschreven casus (1995;2362-9) toont mijns inziens aan hoe een besliskundige analyse tot een ‘verkeerde’ uitkomst kan leiden. Besloten werd af te zien van behandeling. Maar welk risico loopt de besproken patiënte eigenlijk met een radiochirurgische behandeling? Het lijkt welhaast een retorische vraag, gezien een jaarlijks terugkerende bloedingskans van 4% bij het natuurlijke beloop (resulterend in overlijden of ernstige neurologische invaliditeit bij tweederde van de patiënten) versus ‘slechts’ een eenmalige kans op blijvende, wisselend ernstige invaliditeit van eveneens pakweg 4% bij de radiochirurgische behandeling.1 Relevant is ook dat deze behandeling geen belasting van enige betekenis voor de patiënt inhoudt, niet invasief is en in wezen poliklinisch is uit te voeren.

Het is vervolgens interessant na te gaan waarom een besliskundige analyse compleet anders uitpakt. Ze hangt af van kloppende ‘schattingen’, ontleend aan de literatuur. Met een aantal schattingen van Dippel et al. hoeft men het niet eens te zijn. De radiochirurgische morbiditeit is bijvoorbeeld veel lager dan de door hen gehanteerde 10%, namelijk 3-5%.23 Maar er bestaan, afhankelijk van de lokalisatie van de arterioveneuze misvorming (AVM), aanmerkelijke verschillen in kansen op een eventueel ernstige handicap na radiochirurgische behandeling. Bij deze casus, met een frontale lokalisatie van de AVM, schat ik dat de kans op complicaties zelfs kleiner is dan de gemiddelde. (De kans op succesvolle obliteratie binnen 2 jaar van een AVM met een diameter van zeker 2 cm zou ik daarentegen niet op 90% doch op hooguit 80% schatten.3) Het is voorts jammer dat de mogelijkheid van radiochirurgie niet volledig is uitgewerkt tot de eindstadia ‘dood’, ‘handicap’ en ‘gezond’ in figuur 2. De sterfte is namelijk 0%. Daarenboven is de 5% die schattenderwijs wordt gehanteerd voor zowel morbiditeit als sterfte na microchirurgische behandeling naar mijn mening aan de lage kant. De morbiditeit bedraagt gemiddeld 9% (uiterste waarden 2-21%) en de sterfte 5,5% (0-16%).4 Ik vermoed dat al deze bijgestelde getallen bij de afweging van niet behandelen, microchirurgisch behandelen en radiochirurgisch behandelen de balans doen doorslaan naar de laatstgenoemde mogelijkheid.

Besliskundige analyses zijn kwetsbaar, want ze zijn afhankelijk van aannamen en schattingen uit niet altijd even consistente literatuur. De kracht van zo een analyse is dat ze structuur biedt aan de klinische besluitvorming. Naar mijn mening had het stellen van die ene vraag bij de beschreven casus tot een ander advies aan de patiënte geleid: wat is er eigenlijk tegen een radiochirurgische behandeling van de AVM?

J.G. Wolbers
Literatuur
  1. Wolbers JG. Stereotactische radiochirurgie. [LITREF JAARGANG="1995" PAGINA="1119-23"]Ned Tijdschr Geneeskd 1995;139:1119-23.[/LITREF]

  2. Gentili F, Schwartz M, TerBrugge K, Wallace MC, Willinsky R, Young C. A multidisciplinary approach to the treatment of brain vascular malformations. Tech Stand Neurosurg 1992;19:179-207.

  3. Engenhart R, Wowra B, Debus J, Kimmig BN, Höver KH, Lorenz W, et al. The role of high-dose, single-fraction irradiation in small and large intracranial arteriovenous malformations. Int J Radiat Oncol Biol Phys 1994;30:521-9.

  4. Fisher 3d WS. Decision analysis: a tool of the future: an application to unruptured arteriovenous malformations. Neurosurgery 1989;24: 129-35.

D.W.J.
Dippel

Rotterdam, januari 1996,

Alhoewel collega Wolbers onze aanpak in algemene zin wel lijkt te onderschrijven, is hij op een aantal punten een andere mening toegedaan. Het betreft hier de inschatting van de jaarlijkse bloedingskans van de arterioveneuze misvorming (AVM), het operatierisico en het risico van radiochirurgie.

Een goede beslissing is afhankelijk van zorgvuldige inschatting van de kansen en risico's die met de keuze gepaard gaan (dit geldt trouwens ook als de keuze niet is gebaseerd op een beslissingsanalyse). Door ruimtegebrek gedwongen hebben wij ons beperkt tot uitgebreide literatuurverwijzingen, zonder toelichting in de tekst. Wolbers noemt andere getallen dan wij, waarbij hij zich beroept op slechts enkele onderzoeken.

Wat betreft het bloedingsrisico van intracraniële AVM's is inderdaad in één cohortonderzoek 4% per jaar gevonden.1 Daar staan enkele andere grote onderzoeken tegenover, waarin dat risico ongeveer 2-2,5% bedroeg.2-4 Deze onderzoeken bespraken wij reeds elders.5 In een recente publicatie in Neurosurgery werd trouwens eveneens niet uitgegaan van 4%, maar van 3%.6

Bij het inschatten van de risico's van radiochirurgie en microchirurgie is het van belang rekening te houden met publicatiebias. Juist als het gaat om een relatief nieuwe medische techniek zoals radiochirurgie speelt dit een grote rol: onderzoeken met gunstige resultaten hebben een grotere kans om gepubliceerd te worden dan onderzoeken met onduidelijke of zelfs apert ongunstige resultaten. Daarnaast gaat het niet om het gemiddelde resultaat in een grote groep patiënten, maar om een specifieke inschatting van de kans op complicaties bij déze patiënt, met déze lokalisatie van de AVM. Wat betreft microchirurgie komt daar nog bij dat men natuurlijk alleen de AVM's in aanmerking dient te nemen die niet recentelijk gebloed hebben, dan wel dient te corrigeren voor sterfte ten gevolge van de bloeding zelf. Dit werd door Fisher, die alleen gemiddelden berekende, niet gedaan.78

Overigens werd de door Wolbers in de laatste alinea van zijn brief gestelde vraag al voordat onze beslissingsanalyse werd uitgevoerd, voorgelegd aan de groep in Stockholm (B.Karlsson), die toch de langdurigste ervaring op het gebied van radiochirurgie van intracraniële AVM's en tumoren ter wereld bezit.9 De groep oordeelde geheel in tegenstelling tot Wolbers, dat gezien de combinatie van de factoren leeftijd, grootte en lokalisatie van de afwijking met de comorbiditeit van de patiënt, de voorkeur moest worden gegeven aan geen, of misschien een microchirurgische behandeling.

Wat Wolbers ‘kwetsbaarheid’ noemt, kan juist als een voordeel worden gezien: de afwegingen en aannamen zijn duidelijk en voor discussie toegankelijk. Hierdoor wordt de klinische discussie meer ‘to the point’;10 Wolbers‘ brief is daarvan het tastbare bewijs.

D.W.J. Dippel
C.J.J. Avezaat
J.D.F. Habbema
Literatuur
  1. Ondra SL, Troupp H, George ED, Schwab K. The natural history of symptomatic arteriovenous malformations of the brain: a 24-year follow-up assessment. J Neurosurg 1990;73:387-91.

  2. Brown jr RD, Wiebers DO, Forbes G, O'Fallon WM, Piepgras DG, Marsh WR, et al. The natural history of unruptured intracranial arteriovenous malformations. J Neurosurg 1988;68:352-7.

  3. Crawford PM, West CR, Chadwick DW, Shaw MDM. Arteriovenous malformations of the brain: natural history in unoperated patients. J Neurol Neurosurg Psychiatry 1986;49:1-10.

  4. Graf CJ, Perret GE, Torner JC. Bleeding from cerebral arteriovenous malformations as part of their natural history. J Neurosurg 1983;58:331-7.

  5. Berg JWM ter, Dippel DWJ, Habbema JDF, Westermann CJJ, Tulleken CAF, Willemse J. Unruptured intracranial arteriovenous malformations with hereditary haemorrhagic telangiectasia. Neurosurgical treatment or not? Acta Neurochir (Wien) 1993;121:34-42.

  6. Kondziolka D, Mclaughlin MR, Kestle JRW. Simple risk predictions for arteriovenous malformation hemorrhage. Neurosurgery 1995;37: 851-5.

  7. Fisher 3d WS. Decision analysis: a tool of the future: an application to unruptured arteriovenous malformations. Neurosurgery 1989;24:129-35.

  8. Dippel DWJ, Avezaat CJJ, Habbema JDF. Stereotactische radiochirurgie [ingezonden]. [LITREF JAARGANG="1995" PAGINA="2162-3"]Ned Tijdschr Geneeskd 1995;139:2162.[/LITREF]

  9. Steiner L, Lindquist C, Cail W, Karlsson B, Steiner M. Microsurgery and radiosurgery in brain arteriovenous malformations. J Neurosurg 1993;79:647-52.

  10. Habbema JDF. Beslissingsondersteunende technieken voor de kliniek. [LITREF JAARGANG="1988" PAGINA="343-9"]Ned Tijdschr Geneeskd 1988;132:343-9.[/LITREF]