Vrouwengeheimen: gynaecologie in de middeleeuwen

Perspectief
Margreet Brandsma
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A4781
Abstract

Samenvatting

Het 15e-eeuwse manuscript Der vrouwen heimelijcheit brengt middeleeuwse kennis van gynaecologie en verloskunde bijeen in de vorm van een leerdicht. Praktische kennis over het lichaam van de vrouw wordt gecombineerd met wat wij nu als bijgeloof bestempelen. Zo wordt vermeld dat vrouwen tijdens de menstruatie vaak last hebben van hoofdpijn en rugpijn, maar ook dat ze in die periode niet in een spiegel mogen kijken, aangezien die bevlekt zou kunnen raken. De ontwikkeling van het ongeboren kind komt aan de orde en hoe de ‘hefmoeder’ (verloskundige) moet handelen in lastige situaties, zoals bij kinderen met een groot hoofd, een stuitligging, of wanneer een arm of voet als eerste naar buiten komt. De schrijver vertelt ook hoe een abortus kan worden opgewekt, maar stapt snel over op een ander onderwerp omdat abortus destijds een zonde was. Een recente uitgave met een inleiding en vertaling in het Engels maakt de tekst toegankelijk voor een breed publiek.

artikel

Hoe weet je of een vrouw een kind verwacht? En wordt het een jongetje of een meisje? Een 15e-eeuws manuscript getiteld Der vrouwen heimelijcheit geeft antwoord op deze en vele andere universele vragen. Middeleeuwse kennis van gynaecologie en verloskunde is hierin bijeengebracht in de vorm van een leerdicht. Praktische kennis over het lichaam van de vrouw wordt gecombineerd met wat wij nu als bijgeloof bestempelen.

Der vrouwen heimelijcheit

Recent is een moderne editie verschenen van het middeleeuwse handschrift Der vrouwen heimelijcheit, dat in de Universiteitsbibliotheek van Gent wordt bewaard. Eerdere Vlaamse uitgaven dateren uit 1846 en 1974. De recente uitgave bevat naast de complete tekst in middeleeuws Nederlands (Middelnederlands) een vertaling en inleiding in modern Engels, waardoor de inhoud toegankelijk is gemaakt voor een breder publiek.1

Rond de 12e eeuw waren er 2 hoofdstromingen in Latijnse geschriften over de vrouwelijke fysiologie. De eerste was filosofisch-theoretisch van aard en afkomstig uit kloosters. Een belangrijk voorbeeld hiervan is het anonieme handschrift Secreta mulierum (Vrouwengeheimen). De andere stroming was medisch-therapeutisch, met als belangrijkste vertegenwoordiger de zogenoemde Trotula, een tekst die werd toegeschreven aan de 11e-eeuwse vrouwelijke arts Trota uit Salerno. Beide werken waren wijd verspreid en werden in vele talen vertaald.

De circa 50 handschriften in het Middelnederlands over vrouwengeneeskunde die bewaard zijn gebleven, waaronder Der vrouwen heimelijcheit, zijn vertalingen en bewerkingen van deze en andere van oorsprong Latijnse teksten,2 die volgens goed middeleeuws gebruik door – meestal anonieme – kopieerders en vertalers creatief met elkaar werden vermengd. Wetenschappelijk plagiaat was vóór de uitvinding van de boekdrukkunst nog geen onderwerp van discussie.

De educatieve tekst van Der vrouwen heimelijcheit wordt op veel plaatsen onderbroken door strofes hoofse poëzie, gericht aan een edele vrouwe. De naam van de schrijver van het handschrift kennen we niet, wel die van de dame aan wie het is opgedragen: Margareta Godevartse. Waarschijnlijk hebben de romantische intermezzi als nevendoel om het intieme karakter van de tekst enigszins te verhullen, zodat een dame het met goed fatsoen kon lezen.1

We weten nog weinig over de praktijk van vrouwengeneeskunde in de middeleeuwse maatschappij. Het is niet eens duidelijk wie in de middeleeuwen gezondheidszorg bij vrouwen beoefenden: waren dit alleen vrouwen of ook mannen, alleen verloskundigen of ook artsen? Informatie hierover is schaars en niet eenduidig.3 Inhoudelijk is de tekst van Der vrouwen heimelijcheit gericht op zowel mannen als vrouwen, op vroedvrouwen én op leken. De auteur zelf benadrukt dat de tekst alleen is bedoeld voor een aanbeden jonkvrouw en niet voor ‘dorpers’.1,2 Toch werd de inhoud zeker óók voor praktiserende medici van belang geacht. Dit blijkt alleen al uit het feit dat grote delen ervan zijn toegevoegd aan de professionele Middelnederlandse vertaling uit dezelfde periode van het invloedrijke chirurgische handboek Chirurgia magna van Lanfranc van Milaan.4,5

Het handschrift behandelt uiteenlopende thema’s, van de middeleeuwse visie op de aard en herkomst van sperma en menstruatiebloed, de ontwikkeling van het ongeboren kind en de invloed van de planeten hierop, het afbreken van de zwangerschap, de geboorte, hoe te weten of een vrouw in verwachting is en hoe het geslacht van het kind bij de conceptie te beïnvloeden, tot de gevolgen van te frequente dan wel te weinig geslachtsgemeenschap en de noodzaak van voorspel. Enkele onderwerpen worden hieronder kort uitgelicht.

Menstruatiemythe

In Der vrouwen heimelijcheit wordt correct vermeld dat vrouwen tijdens de menstruatie vaak last hebben van hoofdpijn en rugpijn, maar ook dat ze in die periode niet in een spiegel mogen kijken, aangezien die bevlekt zou kunnen raken. De inhoud van Der vrouwen heimelijcheit is vooral ontleend aan het hierboven genoemde Secreta mulierum. Een meestal als vrouwonvriendelijk bestempeld element uit de filosofisch-theoretische traditie, namelijk de zogenoemde menstruatiemythe, is er dan ook in terug te vinden. Deze mythe schrijft allerlei kwalijke eigenschappen toe aan menstruatiebloed en menstruerende vrouwen.2 De maandstonde wordt beschreven als een besmettelijke ziekte: wanneer een oude menstruerende vrouw kijkt naar een kind kan het geïnfecteerd raken en een hond zou van het eten van het bloed hondsdol kunnen worden. Toch wordt ook de biologische functie van de menstruatie op poëtische wijze onderkend. Zoals een boom eerst moet bloeien voordat hij vrucht kan dragen, moet een vrouw bloeden om vruchtbaar te zijn:1

Ghelijc dat gheen boem vrucht en mach

hebben sonder bloeme, als ic besach,

So ne moghen de vrouwen twaren

gheene vrucht oppenbaren,

sine moeten eerst haere bloemen risen.

Verloskunde

Ongeveer halverwege de tekst richt de auteur zich rechtstreeks tot de ‘hefmoeder’ (verloskundige) met een ‘nuttelic sermoen’ over hoe te handelen bij de geboorte. Beschreven wordt hoe de hefmoeder moet handelen wanneer bepaalde lichaamsdelen, zoals een hand, een voet, de knieën of de billen, als eerste naar buiten komen (figuur). Zij moet door voorzichtig duwen en draaien met haar hand ‘ter poerten inne’ (in de vagina) zorgen voor een juiste ligging. Bij een kind met een te groot hoofd moet de aanstaande moeder een zacht bed krijgen (in andere vertalingen opmerkelijk genoeg juist een hard bed); zij moet worden getroost en een andere vrouw moet haar hoofd vasthouden, terwijl de hefmoeder het kind met haar handen haalt. Tot slot wordt voorgeschreven de vagina te reinigen met warme olie of met het gekookte sap van fenegriek, malve en lijnzaad.1

Figuur 1

Abortus

In het handschrift wordt ook verteld hoe een abortus kan worden opgewekt, zij het beknopt. De schrijver vermeldt erbij dat dit een zonde is en stapt snel over op een ander onderwerp. Dit roept de vraag op hoe er in de middeleeuwen tegen abortus werd aangekeken. Deze is niet eenduidig te beantwoorden. De teksten die hierover bewaard zijn gebleven, zijn meestal normatief en van wereldlijk-juridische of kerkelijke oorsprong. De hierin verkondigde opvattingen lopen uiteen, maar samenvattend zijn er 2 visies. De 1e veroordeelt abortus categorisch als moord. De 2e maakt een essentieel onderscheid tussen de periode vóór en nadat ‘vorming’ of ‘beweging’ plaatsvindt. Nadat de foetus is gevormd gaat het om moord, met de bijbehorende zware straf. De scheidslijn varieert, maar vaak wordt de grens gelegd bij 40 dagen na conceptie.6 In Der vrouwen heimelijcheit wordt aangegeven dat het kind in deze periode een ziel ontvangt van God.1

In de late middeleeuwen was kennis over een groot aantal abortusopwekkende middelen beschikbaar, maar de opvattingen van de kerk over abortus waren strenger dan in de periode ervoor. Geslachtsverkeer moest uitsluitend op voortplanting gericht zijn en alleen God bepaalde hiervan de uitkomst. Daarom werd deze kennis niet of slechts op bedekte wijze verspreid, waarbij bijvoorbeeld werd aangegeven dat een bepaald middel de menstruatie kon opwekken of een dode foetus kon verdrijven.7

Der vrouwen heimelijcheit geeft de volgende informatie over abortus: een slechte vrouw die weet dat ze in verwachting is, kan een miskraam opwekken door fysieke activiteiten, zoals wandelen, dansen en springen, wilde spelletjes, worstelen met mannen ‘ende ghenoeten dicke’ (veelvuldige geslachtsgemeenschap). Een andere methode is om ‘violate’ (violenstroop), gemengd met zoet bier, 7 dagen te laten bezinken en dan aan een vrouw te drinken te geven. De auteur suggereert dat er nog meer manieren zijn, maar somt die niet op, omdat het tot zonden zou kunnen leiden.

Der vrouwen heimelijcheit is een tekst die sterk tot de verbeelding spreekt van wie in de geschiedenis van de geneeskunde is geïnteresseerd. De nieuwe uitgave met vertaling in modern Engels maakt de inhoud veel toegankelijker, al is het Nederlands van 600 jaar geleden meestal nog prima te volgen, vooral bij hardop lezen.

Literatuur
  1. Lie OSH, Kuiper W. The secrets of women in Middle Dutch. A bilingual edition of Der vrouwen heimelijcheit in Ghent University Library Ms 444. Hilversum: Verloren; 2011.

  2. Lie OSH. Women’s medicine in Middle Dutch. In: Goyens M, De Leemans P, Smets A (red.). Science translated: Latin and vernacular translations of scientific treatises in medieval Europe. Leuven: Universitaire Pers Leuven; 2008. p. 449-66.

  3. Green MH. Women’s Healthcare in the Medieval West: texts and contexts. Aldershot/Variorum: Ashgate; 2000.

  4. Reynaert J. Over medische kennis in de late Middeleeuwen. De Middelnederlandse vertaling van Lanfrancs Chirurgia magna. Millennium. 1999;13:21-30.

  5. Reynaert J. Der vrouwen heimelijcheit als secundaire bron in de Zuid-Nederlandse bewerking van de Chirurgia magna van Lanfranc van Milaan. Versl Meded K Acad Ned Taal Lettkd. 2001;111:165-88.

  6. Elsakkers M. The early Medieval Latin and vernacular vocabulary of abortion and embryology. In: Goyens M, De Leemans P, Smets A (red). Science translated: Latin and vernacular translations of scientific treatises in medieval Europe. Leuven: 2008. p. 377-413.

  7. Riddle JM. Eve’s Herbs: a history of contraception and abortion in the West. Cambridge, Massachusetts: Harvard University Press; 1997. p. 91-126.

Auteursinformatie

Leids Universitair Medisch Centrum, afd. Humane Genetica, Leiden.

Contact Dr. M. Brandsma, bioloog en historicus (M.Brandsma@LUMC.NL)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 12 mei 2012

Gerelateerde artikelen

Reacties