Voorschrijven van ergometrine wegens abortus zonder onderzoek

Perspectief
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1988;132:552-3
Download PDF

Het College voor de beslissing in Eerste Aanleg in zaken van het Medisch Tuchtrecht en Medische Geschillen te 's-Gravenhage heeft op woensdag 7 oktober 1987 de navolgende uitspraak gedaan inzake de klacht van: A en B, beiden wonende te IJ, klagers, tegen: C, huisarts, wonende te Z, de persoon over wie geklaagd wordt, hierna te noemen de arts.

Het College voor het Medisch Tuchtrecht in Eerste Aanleg te 's-Gravenhage;

Gezien de stukken;

Gehoord ter zitting van het College van woensdag 7 oktober 1987 partijen in persoon;

Overweegt als volgt:

1. Op 26 december 1985 was klaagster 10½ week zwanger. Om ongeveer 9.30 uur ging zij naar de w.c. Zij hoorde een plons en begon te vloeien. Klager verzocht de arts – die op dat moment dienst deed – een visite af te leggen. De arts vond het niet nodig de gevraagde visite af te leggen. De arts stelde telefonisch de diagnose, te weten een miskraam en schreef ergometrine (Ermetrine) voor, 3 X daags 1 tablet. Klager heeft dit recept persoonlijk bij de arts afgehaald. Om ongeveer 23.15 uur is klaagster onwel geworden. De arts was niet op zijn praktijkadres aanwezig. Een andere dienstdoende arts bleek tenslotte bereid te komen. Hij heeft klaagster in het ziekenhuis laten opnemen. Er bleek sprake te zijn van een incomplete miskraam van gemelli.

2. Klagers verwijten de arts dat hij tot tweemaal toe, de eerste maal tijdens het telefoongesprek, de tweede maal toen klager het recept bij de arts afhaalde, geweigerd heeft visite af te leggen, alsmede dat de arts zonder nader onderzoek de diagnose heeft gesteld en ergometrine heeft voorgeschreven.

3. De arts antwoordt dat hij, wanneer een patiënte een miskraam heeft gehad en mededeelt de vrucht te hebben verloren, ergometrine voorschrijft. Hij geeft daarnaast het advies om, wanneer het bloedverlies ondanks het gebruik van ergometrine niet stopt, opnieuw contact met hem op te nemen. Een visite zou daaraan, aldus de arts, niets kunnen toevoegen. Is er een indicatie voor lichamelijk onderzoek, dan verricht de arts dit onderzoek niet zelf, doch verwijst hij de patiënte naar een gynaecoloog. Hoewel hij het niet meer exact kan nagaan, neemt de arts aan dat hij ook in dit geval conform zijn vast beleid heeft gehandeld. De arts ontkent dat er meer dan eenmaal om een visite is verzocht.

4. Het College is van oordeel dat de arts aan het verzoek een visite te maken gevolg had moeten geven. Hij had zich moeten bedenken dat een abortus voor een vrouw een emotionele zaak is. Hij had voorts door een vaginaal toucher moeten nagaan of zijn diagnose juist was, dat het om een abortus ging en of er resten van de placenta in de baarmoeder waren achtergebleven. Had hij dat gedaan, dan zou terstond duidelijk zijn geworden dat er sprake was van een incomplete miskraam. De arts had dan de in dat geval noodzakelijke maatregelen kunnen treffen. Bovendien was hem dan gebleken dat hij juist niet ergometrine moest voorschrijven. Dit middel bevordert immers dat de baarmoeder zich samentrekt, hetgeen niet bereikt moet worden indien er nog restanten in de baarmoeder aanwezig zijn. Door dit alles na te laten en zonder onderzoek ergometrine voor te schrijven, heeft de arts zich schuldig gemaakt aan handelingen, die het vertrouwen in de stand der geneeskundigen ondermijnen. De na te vermelden maatregel komt het College daarvoor gepast voor. Het College zal voorts publikatie van de beslissing bevelen en wel wegens het algemeen belang van deze beslissing.

Rechtdoende: Legt aan de arts de maatregel van waarschuwing op.

Beveelt bekendmaking, met inachtneming van artikel 13b van de Medische Tuchtwet, van deze beslissing door toezending aan het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, ter plaatsing in de Nederlandse Staatscourant en door aanbieding ter plaatsing aan de redactie van Medisch Contact, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht.

Bepaalt dat uit 's Rijks kas aan klagers of aan de persoon over wie geklaagd is geen kosten voor hen voortvloeiend uit de behandeling van de zaak zullen worden vergoed.

Aldus gewezen op woensdag 7 oktober 1987 door: mr.P.A.Offers, plv. voorzitter; G.C.Kooyker, H.Schrijver, dr.J.E.Prinsen, prof.dr.H.A.Verbeek, plv. ledengeneeskundigen en mr.P.Viersen-Kooiman, secretaris.

Gerelateerde artikelen

Reacties