Vet, vis, vezels en vaten

Onderzoek
S. Berreklouw
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1990;134:351
Download PDF

De voeding zou van betekenis zijn voor het ontstaan van ischemische hartziekten. Burr et al. onderzochten of men met dieetvoorschriften het voorkomen van deze aandoeningen kon verminderen.1 Zij deden dit bij 2033 mannen, gemiddeld 41 dagen na hun eerste hartinfarct. Men gaf hun in willekeurig gekozen groepen 3 soorten dieetvoorschriften: hetzij minder vetten of juist meer granen en meelprodukten, dan wel 2 maal per week eten van vette vis. Zo ontstonden 8 groepen personen, uiteenlopend van mensen die geen enkel advies kregen, anderen die 1 of 2 voorschriften ontvingen, tot een groep die zich aan alle 3 aanwijzingen hield. Het onderzoek duurde 2 jaar. Vermindering van vetten bewerkstelligde een kleine (3-4) daling van het serumcholesterolgehalte; de sterfte nam er niet door af. Ook de groep die extra vezels at, werd er niet beter van; bij hen steeg de mortaliteit zelfs iets. De sterfte onder de eters van vette vis nam echter met 29 af; in deze groep steeg wel het aantal niet-dodelijke hartinfarcten.

Volgens eerdere publikaties zou visolie het stollingsmechanisme en het samenklonteren van bloedplaatjes belemmeren; men dient dan ook het geregeld eten van vette vis (makreel, haring, sardines, zalm) aan te raden.

Literatuur
  1. Burr ML, Fehily AM, Gilbert JF, et al. Effects of changesin fat, fish, and fibre intakes on death and myocardial reinfarction: dietand reinfarction trial (DART). Lancet 1989; ii: 757-61.

Gerelateerde artikelen

Reacties