Van wie zijn medische beelden eigenlijk?

Perspectief
Johan Legemaate
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:A3061
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Voor beelden die in het kader van de zorgverlening van patiënten worden gemaakt (foto’s, röntgenfoto’s, scans, histopathologische beelden) gelden dezelfde juridische regels als voor patiëntengegevens, inclusief het recht van de patiënt om er een kopie van te krijgen en om zijn of haar gegevens al dan niet gedeeltelijk te vernietigen. Het is niet nuttig om daarbij van ‘eigendom’ te spreken. Het gaat om zeggenschap, en niet om eigendom. Zowel patiënten als zorgverleners hebben zeggenschap over de beelden.

Het gebruik van beeldvormende technieken in de gezondheidszorg roept de vraag op van wie de gemaakte beelden zijn. Dit is een variant op de vaak gestelde vraag van wie het patiëntendossier is. Is de patiënt of de zorgaanbieder daarvan de eigenaar? En kan er in dat verband eigenlijk wel van eigendom gesproken worden? Sommige zorgaanbieders menen van wel. Zo wordt bijvoorbeeld op de website van de Nijmeegse Sint Maartenskliniek vermeld: ‘De wetgever heeft bepaald dat medische dossiers eigendom zijn van zorginstellingen’ (http://www.maartenskliniek.nl/praktische-info/medischdossier). Het begrip ‘eigendom’ suggereert dan dat de eigenaar uit dien hoofde zeggenschap heeft over het patiëntendossier en de daartoe behorende onderdelen, waaronder begrepen dragers waarop de resultaten van röntgenonderzoek, scans of andere beeldvormende technieken zijn vastgelegd.

Eigendom

Om maar met de deur in huis te vallen: met het begrip ‘eigendom’ schieten wij in dit verband weinig op. Eigendom is een concept dat van oudsher vooral in relatie staat tot het bezit van stoffelijke zaken. Aldus bezien kan worden bepaald wie de eigenaar is van het papier waarop patiëntengegevens zijn aangetekend, van de server waarop het ziekenhuisinformatiesysteem draait, van de glaasjes waarop weefselplakjes zijn vastgelegd (pathologiebeelden) of van de USB-stick, cd of harde schrijf waarop foto’s, scans of de uitkomsten van andere beeldvormende technieken zijn te vinden. Dan zal meteen duidelijk zijn waarom we met het begrip ‘eigendom’ weinig opschieten: het gaat immers niet om het stoffelijke materiaal, maar om de gegevens en de beelden die daarop zijn te vinden.

Binnen het gezondheidsrecht wordt algemeen aangenomen dat op patiëntgegevens (waaronder begrepen beelden die voortkomen uit de inzet van beeldvormende technieken) geen eigendomsrechten rusten; ze zijn van niemand. In zoverre is het citaat van de website van de Sint Maartenskliniek onjuist of in elk geval verwarrend.

Zeggenschap

Het gaat met betrekking tot patiëntgegevens niet om eigendom, maar om zeggenschap: zeggenschap met betrekking tot inzage, bewaren of vernietiging van het dossier, het verstrekken van gegevens aan bijvoorbeeld familie (denk aan erfelijke aandoeningen), verzekeraars (afsluiten levensverzekering) en politie. Zowel patiënten als zorgverleners hebben zeggenschap, maar om verschillende redenen. In het geval van de patiënt vloeit zeggenschap voort uit de in wetgeving opgenomen patiëntenrechten. Te denken valt aan het recht op privacy en het recht op vernietiging van het patiëntendossier. De zeggenschap van hulpverleners houdt verband met de noodzaak om de gegevens te gebruiken bij de zorgverlening en met de op hen rustende professionele verantwoordelijkheid om een goed dossier bij te houden en om te voorkomen dat gegevens daaruit onder ogen komen van onbevoegden. Zo zal een arts het verzoek van politie of justitie om een patiëntendossier ter beschikking te stellen, in beginsel moeten weigeren.

Van de kant van zorgverleners wordt wel eens betoogd dat zij met betrekking tot de inhoud van een patiëntendossier een auteursrecht hebben. Dat is echter niet aannemelijk. De Auteurswet heeft betrekking op werk met een oorspronkelijk karakter, dat het persoonlijke stempel van de maker draagt. Het ligt niet erg voor de hand een patiëntendossier aan te merken als een oorspronkelijk werk van de auteur, in casu de verantwoordelijke zorgverlener.

Uitgangspunt: toestemming

Centraal staan dus de zeggenschapsrechten van patiënt en zorgverlener, de professionele verantwoordelijkheid van laatstgenoemde en de regelgeving inzake het beroepsgeheim. Voor beelden geldt evengoed als voor gegevens dat deze, indien herleidbaar tot een individuele patiënt, niet getoond mogen worden aan personen die niet rechtstreeks betrokken zijn bij de zorgverlening in het kader waarvan de beelden zijn gemaakt. Voor uitwisseling van beelden, bijvoorbeeld tussen huisarts en dermatoloog in het kader van teledermatologie, geldt hetzelfde: dat is mogelijk met de (veronderstelde) toestemming van de patiënt in het kader van de eigen zorgverlening. Het komt er dus op neer dat waar het gaat om de toepasselijke juridische regels geen verschillen bestaan tussen op schrift gestelde patiëntengegevens, patiëntengegevens in digitale bestanden en beelden betreffende een individuele patiënt. In alle gevallen is de wettelijke dossierplicht van de zorgverlener aan de orde, kan er met inachtneming van de geldende regels inzage aan andere zorgverleners worden gegeven (voor zover noodzakelijk in het kader van de – continuïteit van de – zorgverlening), mag de patiënt inzage vragen en kan hij zelfs gebruik maken van zijn wettelijke vernietigingsrecht. Ook gelden in alle gevallen eisen inzake beveiliging tegen onbevoegde inzage en onbevoegd gebruik en zijn de wettelijke bewaartermijnen van toepassing. Hetzelfde geldt voor de regels inzake het beroepsgeheim en de uitzonderingen die daarop bestaan, bijvoorbeeld waar het gaat om het recent in de wet opgenomen recht van de Inspectie voor de gezondheidszorg om patiëntendossiers in te zien, de mogelijkheden die het Openbaar Ministerie op grond van de rechtspraak heeft om in bepaalde gevallen patiëntendossiers te vorderen, of het inwilligen van een verzoek van familieleden om kennis te kunnen nemen van informatie uit het dossier van een overleden patiënt.

Wetenschappelijk onderzoek

Beelden hebben niet alleen betekenis in het kader van de zorgverlening aan individuele patiënten, maar ook ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek. Bekend is dat in veel ziekenhuizen op onderzoek gerichte verzamelingen glaasjes en andere beelddragers bestaan. Op zich is daar niets mis mee, als het maar wel zo is dat de hiervoor genoemde zeggenschapsrechten, en in het bijzonder die van de patiënt, worden gerespecteerd. Gaat het om verzamelingen die uitsluitend een wetenschappelijk doel dienen, dan ligt het voor de hand de beelden en beelddragers te ontdoen van tot patiënten herleidbare gegevens. In dat geval zijn patiëntenrechten op het gebied van inzage en vernietiging, alsmede de wettelijke bepalingen over de bewaartermijn, niet meer aan de orde. In gevallen waarin anonimisering (technisch) niet mogelijk is en er een belang wordt gediend met bewaring voor wetenschappelijke doeleinden, zullen patiënten daarover op zijn minst via algemene kanalen moeten worden geïnformeerd. Patiënten kunnen er dan desgewenst voor kiezen bezwaar te maken tegen langere bewaring dan uit de geldende bewaartermijnen voortvloeit.

Medisch-wetenschappelijke publicatie

Beelden kunnen ook betekenis hebben in het onderwijs en de nascholing van artsen. Ze kunnen worden opgenomen in een wetenschappelijke publicatie. Ook daarvoor geldt dat de lezer de gegevens niet tot de patiënt mag kunnen herleiden. Als de patiënt wel herkenbaar wordt afgebeeld, zal hij of zij expliciet toestemming moeten verlenen voor de openbaarmaking.

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum, afd. Sociale Geneeskunde, Amsterdam.

Contact Prof.mr. J. Legemaate, gezondheidsjurist (j.legemaate@amc.uva.nl)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 23 januari 2011

Gerelateerde artikelen

Reacties