Trochantair pijnsyndroom: injectie of fysiotherapie?

Onderzoek
A.N. (Lex) Goudswaard
C.J. (Kees) in ’t Veld
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2018;162:D3045

Waarom dit onderzoek?

Het trochantair pijnsyndroom (synoniemen: bursitis trochanterica, gluteustendinopathie) komt frequent voor, vooral bij vrouwen van middelbare leeftijd. Een glucocorticoïdinjectie lijkt op korte termijn (< 3 maanden) effectiever dan gebruikelijke zorg, maar vergeleken met oefentherapie is deze interventie niet eerder onderzocht.

Onderzoeksvraag

Wat is het effect van een glucocorticoïdinjectie…

Auteursinformatie

Contact C.J. in ’t Veld (c.j.intveld@gmail.com)

Gerelateerde artikelen

Reacties

Tineke
Brinks

De conclusies voor de praktijk voortkomend uit bespreking van het onderzoek van Mellor R, et al 1 kan ik niet onderschrijven. De patiënten in hun onderzoek werden geïncludeerd als er aanwijzingen waren voor “gluteal tendopathy”, waarbij afwijkingen op de MRI deel uitmaakte van de inclusiecriteria 2.

De gemiddelde patiënt die op het spreekuur komt bij de (huis)arts met trochantair pijnsyndroom zal niet kunnen voldoen aan de in het studieprotocol genoemde in- en exclusiecriteria. Of alle patiënten met trochantair pijnsyndroom met een specifiek oefenprogramma bij de fysiotherapeut beter af zijn, valt op grond van dit onderzoek niet te concluderen.

Tineke Brinks, huisarts

1 Mellor R, et al. Education plus exercise versus corticosteroid injection use versus a wait and see approach on global outcome and pain from gluteal tendinopathy: prospective, single blinded, randomised clinical trial. BMJ. 2018;361:k1662. 

2 Mellor R, Grimaldi A, Wajswelner H, et al. Exercise and load modification versus corticosteroid injection versus “wait and see” for persistent gluteus medius/minimus tendinopathy (the LEAP trial): a protocol for a randomised clinical trial. BMC Musculoskeletal Disorders. 2016;17:196. doi:10.1186/s12891-016-1043-6.

Wij zijn het niet helemaal eens met collega Brinks dat de patiënt in dit onderzoek een andere is dan "de gemiddelde patiënt" bij wie in de dagelijkse eerste lijn de diagnose trochantair pijnsyndroom wordt gesteld. Het ging immers ook in dit onderzoek om patiënten bij wie in eerste instantie op normale klinische gronden de diagnose trochantair pijnsyndroom werd gesteld. Slechts een klein deel (<10%) bleek aansluitend niet de bijbehorende MRI-afwijkingen te hebben. Ook ander onderzoek toonde aan dat pijn aan de zijkant van de heup, oa vastgesteld door palpatie en staan op het aangedane been, een goede voorspeller is van het trochantair pijnsyndroom.1) Wij concluderen daarom dat de onderzochte patiëntengroep grotendeels representatief is en dat gezien de resultaten een specifiek oefenprogramma onder leiding van een fysiotherapeut een verantwoorde eerste keus is.

1) Grimaldi A, Mellor R, Nicolson P, Hodges P, Bennell K, Vicenzino B. Utility of clinical tests to diagnose MRI-confirmed gluteal tendinopathy in patients presenting with lateral hip pain. Br J Sports Med 2017;51:519-24.

Lex Goudswaard, huisarts