De umc’s in het krachtenveld van onderzoek en zorg, een ‘opera’ in 3 akten

Trekken en duwen

Joost Zaat
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:C3235
Download PDF

Dit artikel is onderdeel van een 3-delige 'Opera'. Meer informatie over de Opera en een interactieve affiche is te vinden op www.ntvg.nl/opera. 


10 februari 2016, het is fris en het miezert. Jos Aartsen, voorzitter van de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), en plannenmakers Pancras Hogendoorn, decaan van het LUMC en Marcel Levi, voorzitter van de raad van bestuur en decaan van het AMC, reizen naar Den Haag. Ze gaan het rapport ‘Sustainable Health’ aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) aanbieden. In dat rapport staan de ideeën van de umc’s over toekomstbestendig onderzoek op het gebied van geneeskunde en gezondheidszorg.

De 8 umc’s, die samen de NFU vormen, hebben hard gewerkt. Pas eind november 2015 eindigde het landelijke debat over de nieuwe Nationale Wetenschapsagenda (NWA) en nu al hebben de umc’s hun antwoord klaar. Minister Jet Bussemaker van OCW is opgetogen: ‘Dit is precies wat ik voor ogen heb met de NWA. Door nieuwe samenwerkingen wetenschappelijke antwoorden vinden op de vragen die leven in de maatschappij. Goed om te zien hoe alle umc’s in Nederland samen zo snel met hun reactie op de wetenschapsagenda zijn gekomen. Dit kan een enorme stap voorwaarts zijn in de zoektocht naar een duurzame gezondheidszorg.’

De stap van de NFU om snel met een antwoord op de NWA te komen is een mooi voorbeeld van de kunst van het lobbyen. Umc’s zijn grote bedrijven met veel werknemers en hebben aanzienlijke belangen: ze willen allemaal excellent medisch-biologisch onderzoek doen, topwetenschappers aantrekken en topreferente zorg leveren, maar ze moeten aan de andere kant ook de winkel laten draaien. Hun positie wordt bedreigd door allerlei externe factoren: relatief lage overheidsinvesteringen (tabel), de maatschappelijke vraag naar ander dan alleen medisch-technologisch onderzoek en zeker ook door concurrentie van andere ziekenhuizen bij de behandelingen van patiënten met zeldzame én gewone ziekten. Reden genoeg voor de bestuurders van de umc’s om op alle borden tegelijk te schaken.

Het NFU-rapport blijkt onderdeel te zijn van een ‘opera in 3 akten’ die gaat over het positioneren van het onderzoek in umc’s. In elke opera zijn er intriges, belangen en natuurlijk prominente hoofdrolspelers, enkele bijrollen en een ‘groot’ koor. Zo ook in dit theater, zoals u op ‘de affiche van deze eerste akte’ kunt zien. Op onze website publiceren we de komende weken alle spelers, hun connecties en belangen (www.ntvg.nl/opera).

Laten we beginnen met akte 1: de Nationale Wetenschapsagenda. In deze akte dringt minister Jet Bussemaker van OCW aan op de democratisering van onderzoeksvragen. Dat zou wel eens een bedreiging voor de umc’s kunnen zijn, maar het lukt wetenschappers de vertaling van al die vragen naar ‘specifieke’ onderzoeksprogramma’s flink te sturen en en passant 1 miljard euro extra te claimen. In akte 2 (die in NTvG nummer 47 wordt gepubliceerd) onthullen we hoe de decanen met het eigen rapport een stevige vinger in de pap kregen bij de slotdiscussie over de NWA. De Gezondheidsraad doet ten slotte in de akte 3 een dappere poging het bastion van de basale wetenschap in de umc’s open te breken.

Akte 1: de Nationale Wetenschapsagenda

Marja van Bijsterveldt, minister van OCW in het kabinet-Rutte I (2010-2012), bedacht in 2011 dat wetenschap en bedrijfsleven beter moesten samenwerken in ‘topsectoren’. Binnen die sectoren, waarvan ‘Life Sciences & Health’ er een was, waren er al allerlei onderzoeksagenda’s, maar de vraag ‘Wat moet Nederland onderzoeken?’ bleef rondspoken. Van Bijsterveldt’s opvolgster Jet Bussemaker stuurde daarom in november 2014 haar Wetenschapsvisie 2025 rond. Wetenschap moet zich volgens Bussemaker richten op maatschappelijke vraagstukken en wetenschappers moeten over hun eigen vakgebied heen kijken. ‘Met relatief weinig geld slim samenwerken’ is het devies. De minister vroeg een brede kenniscoalitie van wetenschapsinstellingen en het bedrijfsleven om binnen 1 jaar met een breed gedragen onderzoeksagenda te komen. Een en ander zou niet vrijblijvend zijn: ‘Partijen in de kenniscoalitie committeren zich om de agenda binnen hun organisaties uit te voeren’, maar extra geld werd door de bewindslieden van OCW en Economische Zaken niet gereserveerd.

Roept u maar! Ofwel de democratisering van de vragen

De ‘kenniscoalitie’ met de KNAW, NWO, NFU, VSNU, TO2-federatie (TNO en een aantal andere grote technologie-instituten), de Vereniging Hogescholen, VNO-NCW en MKB-Nederland (zie infokader voor afkortingen) gaat ijverig aan de slag. Een stuurgroep van alle coalitiepartners stuurt het hele proces aan. Pancras Hogendoorn, decaan van het LUMC en van oorsprong patholoog, zit namens de NFU in die invloedrijke stuurgroep (zie affiche). Die groep doet iets onverwachts: ze sluit niet 20 geleerden in een kamertje op om een prioriteringslijstje te maken, maar doet een open oproep aan iedereen – burgers, instellingen, wetenschappers – om vragen in te dienen. Hoogendoorn: ‘Het was een vrije opdracht en niet zo door de minister voorgeschreven. Ik weet niet meer wie het uiteindelijk heeft bedacht, maar we vonden het allemaal een heel charmant idee. Een van de standpunten die ik heb gehuldigd is dat je legitimiteit moet ontlenen aan zo’n wetenschapsagenda. Is het een feestje voor wetenschappers of is wetenschap van de Nederlandse samenleving? Ik denk het laatste. En dat doe je dus ook door de samenleving vragen te laten stellen.’ In april 2015 kon iedereen – burgers, instellingen, wetenschappers, belangenorganisaties – zijn vragen kwijt. De NWA was een paar keer onderwerp in De Wereld Draait Door en het grenzeloze enthousiasme daar leidde tot veel meer vragen dan de verwachte 1500; op 1 mei waren er 11.700 vragen binnen waarvan 7080 vragen van burgers afkomstig waren.1

Zeven doe je met wetenschappers

Het volk mocht vragen stellen, maar selecteren en clusteren van al die vragen liet de stuurgroep toch liever over aan de wetenschap zelf. Uiteindelijk werd dat een getrapt systeem met allerlei zeven, waarop elke keer natuurlijk wel iets bleef liggen. In eerste instantie besteedde de stuurgroep de selectietaak uit aan de KNAW. Die stelde 5 jury’s aan, voor elk wetenschapsgebied één. Ze moesten een afspiegeling zijn van de kenniscoalitie.1 De NWA-stuurgroep besloot wie van de 300 aangemelde kandidaten in een jury kwamen. De jury ‘levenswetenschappen’, waar alle vragen over geneeskunde, biologie en zorg onder vielen, bestond uit 18 leden, allemaal vanuit de wetenschap en met een zwaartepunt in de medisch-biologische hoek (zie affiche).

De jury’s hanteerden 3 criteria: is het probleem binnen 10 jaar onderzoek oplosbaar, is het uitdagend en grensverleggend en is er een Nederlandse onderzoeksgroep die het kan of kan die groep makkelijk worden opgebouwd? Johan Mackenbach, hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg in het Erasmus MC, zat in de jury voor de levenswetenschappen: ‘Het was een enorme klus’, zo vertelt hij. ‘Elke jury kreeg een groot aantal vragen met de opdracht daar overkoepelende clustervragen voor te bedenken. En dat moest in een heel korte tijd.’ Natuurlijk zat iedereen daar met een eigen achtergrond, maar het was volgens Mackenbach zeker niet zo dat de basale wetenschappers het belang van public health niet zagen. ‘Het is in zo’n groepsproces een beetje geven en nemen. Je moet toch allemaal weer een beetje gelukkig de deur uit.’

De clustering van de vragen door de jury’s werd vervolgens in een paar stappen, met onder andere de raadpleging van wetenschappers, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven, steeds verder ingedikt. De regie van dat proces lag steeds bij de stuurgroep.

Een wetenschapsfeestje: de NWA is (half)klaar

Het hele selectie- en clusteringsproces leidde uiteindelijk tot de NWA: 140 vragen in 25 routes voor de 5 hoofdsectoren. 3 van die routes gaan over de sector geneeskunde en zorg: regeneratieve geneeskunde, ‘personalised medicine’ en ‘health’, en preventie of behandeling en gezondheidszorgonderzoek.2 Op 25 november 2015, precies 1 jaar na de lancering van het idee, zaten de voorzitters van de NWA, Alexander Rinnooy Kan en Beatrice de Graaf, ’s avonds samen met staatssecretaris Sander Dekker en minister Jet Bussemaker van OCW bij Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door (DWDD).3 Het item duurde 13,5 minuten en dat is in DWDD-termen een avondvullende speelfilm.3

Een rondje vrij associëren in routeworkshops

Toch is het selectie- en indikkingsproces hiermee nog niet klaar. De stuurgroep wil dat alle routes op 1 juni 2016 uitmonden in concrete voorstellen die in de lobby voor extra geld meegenomen kunnen worden. Er komen ‘routeworkshops’ om nog eens over die verschillende routes met ‘het veld’ na te denken. De NWA-stuurgroep trekt ‘trekkers’ van al die ‘routes’ aan die een voorbereidingsgroep samenstellen. Voor de 3 geneeskunde- en zorgroutes gaan die groepen in het voorjaar van 2016 aan de slag (zie affiche).

Ik hengel naar een uitnodiging voor zo’n routeworkshop en stap 18 mei 2016 in de trein naar Ede voor een middag brainstormen over route 3: behandeling, gezondheidszorgonderzoek en preventie. Zo’n 100 onderzoekers, beleidsmakers, bestuurders en een enkeling van een patiëntenvereniging, ziektekostenverzekering en het bedrijfsleven hebben ook zo’n uitnodiging. Elk van de 3 thema’s in deze route is door het voorbereidingsgroepje met hulp van ZonMw-medewerkers ‘voorbewerkt’ tot een korte tekst. Van tevoren zijn er door deelnemers al allerlei opmerkingen ingestuurd, maar liefst 300 opmerkingen per thema.

Rick Grobbee, hoogleraar klinische epidemiologie in het UMC Utrecht, is de trekker van deze routeworkshop (zie affiche). Hij opent de bijeenkomst met de woorden: ‘Het proces is misschien nog wel belangrijker dan de uitkomst. Het is een uiting van democratisering van de wetenschap. Bepaalde innovaties komen van beneden, jazeker uit de 12.000 vragen van de NWA. De kunst is om het democratisch proces te bewaren, maar dat moet wel gecondenseerd worden in een reeks gedachten, een bundeling van onderscheidende prioriteiten. We moeten naar “gamechangers”, al weet ik niet precies wat dat zijn en heb ik ze ook nog niet gezien.’ Ook Pancras Hogendoorn is er. Hij legt namens de stuurgroep nog eens uit hoe die NWA in elkaar steekt en wat – volgens hem – het uiteindelijke doel is: ‘Hoe behouden we de positie van de wetenschap, hoe gaan we versnippering tegen en hoe bundelen we wetenschappelijke sterktes. Er zou meer geïnvesteerd moeten worden, zoals in Duitsland. De samenhang met de economie is de enige manier om wetenschap te verkopen. Als we 1 miljard per jaar extra willen hebben, moeten we dus draagvlak hebben en we moeten 1 juni klaar zijn, want dan kunnen de partijprogramma’s er rekening mee houden.’ De NWA lijkt zo steeds meer een middel te zijn om een paar zinnen in verkiezingsprogramma’s te krijgen en vooral een instrument om extra budget te claimen. Pure lobby dus.

Tijdens die middag waaieren de discussies over preventie en behandeling alle kanten uit. Aan het eind heb ik nog geen gamechanger ontdekt, maar dat lijkt aan mij te liggen. Bij de plenaire afsluitende rapportages blijken nogal wat mensen van mening dat betere behandeling begint met het begrijpen van álle variaties in ziekteprocessen van patiënten en het aan elkaar knopen van álle gegevens, onder andere gegevens die vastgelegd zijn door allerlei ‘wearables’. ‘Big data’ als oplossing voor alles. Op weg naar huis vraag ik me af hoe de voorbereidingsgroepjes chocola kunnen maken van deze wirwar aan gedachten.

Van vragen naar beleidsteksten

De trekkers van de verschillende routeworkshops, de programmasecretarissen van onder meer ZonMw en de leden van de voorbereidingsgroepjes, overleggen in de periode tussen de routeworkshops en de einddatum van 1 juni 2016, koortsachtig. Ze zijn precies op tijd klaar.

Het verhaal over ‘mijn’ routeworkshop 3 krijgt de mooie titel ‘Het individu, zijn omgeving, gezondheid en ziekte: aandacht voor variatie’.4 Tussen de allereerste conceptteksten van de voorbereidingsgroepjes en de definitieve tekst zit behoorlijk wat verschil. Zo is de ‘nieuwe definitie’ van gezondheid er nu in opgenomen en ligt het accent niet meer helemaal op techniek en biologische processen. ‘Een nieuwe kijk op gezondheid, die aandacht heeft voor verschillen tussen mensen en beter aansluit bij de beleving van de Nederlanders. Dat is misschien wel de belangrijkste gamechanger op het terrein van preventie en gezondheid, die nodig is om de zorg toekomstbestendig te maken. Er moet nu expliciet aandacht komen voor psychosociale aspecten, context, gedragsmatige, fysieke en culturele omgeving, zingeving en individuele waarden. Er moet geïnvesteerd worden in preventie waarbij het ook gaat om werk, voorkómen van eenzaamheid, van immobiliteit en al die andere problemen die er toe leiden dat iemand niet in staat is mee te doen en zijn leven naar eigen inzichten te leiden.’ Zorgonderzoek moet ook vanuit dat perspectief worden opgezet, waarbij er ook moet worden gekeken naar groen in de wijk, scholen, of mensen schulden hebben, et cetera.

Waar er in route 3 uiteindelijk aandacht is voor de minder medisch-technologische kanten van de geneeskunde en zorg, zijn de teksten van de 2 andere routes geschreven in behoorlijk wollige beleidstaal met veel voornemens en vooral beloften over een grootse toekomst, met veel aandacht voor de traditioneel sterke biologisch-technische benadering van de oplossing van gezondheidsproblemen. Toeval of niet, maar onderaan de tekst van route 2, ‘Regeneratieve geneeskunde’, staat zelfs expliciet dat die wordt ondersteund door de NFU en NWO. Deze vorm van geneeskunde is ‘een gamechanger op weg naar een brede toepassing’. De auteurs beloven chronisch zieken uitzicht op genezing in plaats van symptoombestrijding door het inzetten van stamcellen, biomaterialen en verfijnde meettechnieken, zoals ‘lab on a chip’ en sensoren. Ze roemen de NFU vanwege haar aandacht voor ‘sustainable health’ en berekenen gelijk dat deze tak van geneeskunde een miljardenbedrijf kan worden.5

Ook bij de derde route ‘Personalised medicine’, gaat het om het individu: precies de juiste en voldoende zorg bieden voor elke individuele patiënt. De achtergrondfilosofie én gamechanger is: ‘positieve gezondheid’. ‘Elk individu kan, indien gewenst, continu van betrouwbare informatie worden voorzien over de eigen gezondheidstoestand om vervolgens weloverwogen keuzes te kunnen maken uit zoveel mogelijk effectieve en betaalbare interventies.’ Daarbij moet een ‘Personalised Medicine & Health Research Infrastructure’ worden opgebouwd, waarbij er heel, heel veel betrouwbare gegevens over individuen moeten worden verzameld dichtbij de bron.6

De ‘trekker’ blikt terug

Pancras Hogendoorn is in augustus 2016 heel tevreden over de 3 routeworkshops. Het idee dat het vooral wetenschappers waren die hun eigen tokootje kwamen vertegenwoordigen klopt volgens hem niet. ‘Ik ben er alle 3 de keren geweest. Daar waren patiëntenvertegenwoordigers en wetenschappelijke verenigingen (zoals cardiologie en longziekten). Veel decanen zijn frequent benaderd in dit hele traject. Iedereen belde me op omdat zij dachten “daar is wat te halen, dus daar moet ik bij zijn”. Er zijn talloze organisaties bij die werkconferentie betrokken geweest; óf ze hebben input geleverd, óf ze zijn gevraagd om commentaar te geven. En de NWA-klankbordgroep, met André Knottnerus aan het hoofd, heeft ook nog meegekeken en daar zaten ook de meest uiteenlopende pluimages in (www.wetenschapsagenda.nl/klankbordgroep). In die werkconferenties waren flink wat vertegenwoordigers van patiënten aanwezig. Dat heeft soms heel louterend gewerkt en soms ook heel remmend. Het patiëntenperspectief is heel belangrijk in het gebeuren, maar het gaat niet alleen om dát perspectief. Het gaat ook over wetenschapsbeleid en over de toekomst van wetenschap.’

Alle selectieronden, herschrijfsessies, consultaties hebben er zeker voor gezorgd dat belangrijke onderwerpen niet in de NWA of investeringsagenda terecht gekomen zijn, maar volgens Hogendoorn zitten alle grote wetenschappelijke thema’s er wel in. Extra onderzoeksroutes, bijvoorbeeld over veroudering, zijn volgens hem helemaal niet nodig, omdat dat thema al in meerdere routes is ingebed. Niet iedereen denkt daar overigens zo over. Marcel Olde Rikkert, hoogleraar klinische geriatrie in het Radboudumc en betrokken bij het Nationaal Programma Ouderenzorg – waarin de NFU een belangrijke rol speelt – heeft bijvoorbeeld gepleit voor een heel apart onderzoekstraject over ouderen. Heel veel oorspronkelijke NWA-vragen gingen immers niet over cellulaire mechanismen en big data, maar over hoe we de zorg voor ouderen moeten organiseren.7 Zijn lobby mislukte echter. Het verweer van de NWA is dat ‘weliswaar alles wat in de NWA staat belangrijk is, maar dat niet alles wat belangrijk is daar ook in staat’. Dat is ongetwijfeld goed en geruststellend bedoeld, maar mogelijk betekent dat wel dat vragen die niet zijn opgenomen in de NWA, niet kunnen rekenen op een aandeel uit die geclaimde 1 miljard euro.

De investeringsagenda

In de zomer van 2016 is het nog volstrekt onduidelijk of de hele exercitie daadwerkelijk tot meer geld gaat leiden. Sander Dekker, staatssecretaris van OCW, benadrukte in een kameroverleg vlak voor het zomerreces in juni nog dat er geen extra geld zou komen. Ook de ruimte voor een volgend kabinet lijkt beperkt: de hoge ambtelijke Studiegroep Begrotingsruimte, die voor de komende kabinetsperiodes economische verkenningen maakt, gaf in juli al aan dat extra investeringen alleen mogelijk zijn als er op de zorgkosten bezuinigd wordt.8 Hogendoorn is echter niet pessimistisch: ‘Het vertrekpunt voor de kenniscoalitie is dat er 1 miljard euro extra vrijkomt voor onderzoek. Dat weet Dekker donders goed. Dat is meegekomen met de opdracht. Anders is het een gezelschapsspel zonder knikkers. Dat werkt niet. Een van de redenen voor de NWA was de Wetenschapsvisie 2025, waarbij ook geconstateerd is dat Nederland ver achterblijft met investering in wetenschappelijk onderzoek ten opzichte van de landen waar wij ons graag aan meten, zoals Duitsland, Scandinavië en Groot-Brittannië (figuur 2). ‘We zitten achteraan de staart. De vraag van Dekker en Bussemaker ging ook over “als we gaan investeren, waar moeten we dat dan in doen en kan de NWA daar dan mede richting aan geven?” We gaan ervan uit dat dat miljard per jaar bovenop de bestaande middelen er ook komt.’

Leden uit de stuurgroep van de NWA gaan in de zomer in tweetallen langs de programmacommissies van de grote politieke partijen om de eis van 1 miljard euro extra kracht bij te zetten. Van dat miljard moet jaarlijks 40% naar Life Sciences en Health, want 40% van de vragen ging daarover, zo redeneert Hogendoorn. Intussen herschrijven medewerkers van de NWA en de stuurgroep de routeteksten tot nog bondigere teksten en maken ze een investeringsagenda. Op een warme septemberdag – 5 dagen vóór Prinsjesdag – overhandigt de kenniscoalitie de investeringsagenda in de zaal van de Eerste Kamer met enig feestgedruis aan de ministers van OCW en EZ.9 De kenniscoalitie wil de 1 miljard euro extra per jaar gelijkelijk verdelen over 2 onderdelen: één onderdeel met onderzoeksprogramma’s voor alle wetenschapsgebieden en één voor de infrastructuur.

De eerste component ‘Spankracht’, is een portfolio van onderzoeksprogramma’s gebaseerd op de NWA.10 De programma’s moeten ‘radicaal vernieuwend op inhoud, met een missie (‘man on the moon’) en langdurig’ zijn. Het binnenhalen van bijvoorbeeld Europese subsidies binnen een programma zal extra worden beloond. De agenda pleit expliciet voor meer en vernieuwende publiek-private samenwerking. Zoals de auteurs van de oorspronkelijke routetekst van route 3 over preventie, behandeling en zorgonderzoek al vreesden, zijn de teksten die nu in de investeringsagenda staan opnieuw aanzienlijk ingekort: van hun tekst is nu minder dan de helft overgebleven: 1548 in plaats van 4307 woorden. Hoewel de strekking wel overeind is gebleven, is de kritische toon in de concepttekst over de huidige stand van het onderzoek toch afgezwakt.

De tweede component, ‘Draagkracht’, beschrijft de investeringen die nodig zijn voor de verbetering van de onderzoeksinfrastructuur. Dat kan door het aantrekken van onderzoekstalent en door investeringen in grootschalige ICT-infrastructuur, zoals de nationale infrastructuur in wording op het gebied van gezondheid: Health-RI (een recent samenwerkingsverband tussen allerlei biobanken en grote cohorten).11

Het zou voor de hand liggen om de sturing van dit twee-componentenbeleid via bijvoorbeeld NWO te laten lopen, maar de kenniscoalitie biedt zichzelf aan als sturende programmacommissie voor ‘dit man-op-de-maanproject’.12 En dat niet alleen. De coalitie wil niet wachten op een nieuw kabinet maar dringt aan op een snelle investering. Volgens de brief is er al verheugende belangstelling van de departementen voor onder andere gepersonaliseerde en regeneratieve geneeskunde en preventie. Bussemaker deed tijdens de presentatie een toezegging van 30 miljoen euro, waarvan 20 miljoen euro voor 3 NWA-thema’s: onderwijs en jongeren in een veerkrachtige samenleving, digitalisering als aanjager van vernieuwing en natuurwetenschappelijke kennis als bron van vernieuwend vermogen. De overige miljoenen gaan naar de onderzoeksinfrastructuur, talentontwikkeling en valorisatie. Hoeveel het ministerie van Economische Zaken gaat bijdragen als beginsubsidie, is nog niet bekend.

Einde akte 1

De duizenden vragen over geneeskunde en zorg vanuit het publiek zijn aan het eind van deze akte door zorgvuldig geselecteerde wetenschappers ingedikt en geclusterd in 3 teksten voor de geneeskunde, elk van een paar A4’tjes. Er ligt een investeringsagenda en een claim voor extra geld voor vooral basaal en translationeel onderzoek. Onderzoek dat nu al het zwaartepunt van de huidige umc’s is en dat dat met deze Nationale Wetenschapsagenda voorlopig ook blijft. De umc-bestuurders opereerden dus handig. Niet alleen doordat een van hen – Hogendoorn – de trekker van de hele biomedisch hoek in de NWA-stuurgroep was, maar ook door als collectief het eigen standpunt over waar ze naar toe wilden in het rapport ‘Sustainable Health’ al heel vroeg vast te leggen: veel basaal en translationeel onderzoek. Dat rapport blijkt in meerdere opzichten een slimme zet van de decanen. Door die snelheid was de discussie in eigen gelederen echter beperkt en daar blijkt niet iedereen gelukkig mee. Daarover, en over een poging van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Gezondheidsraad om het allemaal anders te doen, gaan de volgende 2 akten.

Literatuur
  1. KNAW. Elfduizend vragen in perspectief. Rapportage jurering Nationale Wetenschapsagenda. Amsterdam: KNAW; 5 juni 2015.

  2. Nationale Wetenschapsagenda. De 140 vragen. https://vragen.wetenschapsagenda.nl, geraadpleegd op 1 november 2016.

  3. Presentatie Nationale Wetenschapsagenda. , 25 november 2015. http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/350234, geraadpleegd op 1 november 2016.

  4. Nationale Wetenschapsagenda. Gezondheidsonderzoek, preventie en behandeling. www.wetenschapsagenda.nl/gezondheidszorgonderzoek-preventie-en-behandeling, geraadpleegd op 1 november 2016.

  5. Nationale Wetenschapsagenda. Regeneratieve Geneeskunde: game changer op weg naar brede toepassing. www.wetenschapsagenda.nl/regeneratieve-geneeskunde, geraadpleegd op 1 november 2016.

  6. Nationale Wetenschapsagenda. Personalised medicine: uitgaan van het individu. www.wetenschapsagenda.nl/personalised-medicine, geraadpleegd op 1 november 2016.

  7. Jansen S, Meulenbroek O, Olde Rikkert MGM. De (gewenste) toekomst van de wetenschap in Nederland: een analyse van de Nationale Wetenschapsagenda met betrekking tot dementie en veroudering. Tijdschr Gerontol Geriatr. 2016;47:137-44. doi:10.1007/s12439-016-0185-1

  8. Studiegroep Begrotingsruimte. Van saldosturing naar stabilisatie. www.rijksbegroting.nl/system/files/9/15e-rapport-studiegroep-begrotingsruimte-van-saldosturing-naar-stabilisatie.pdf, geraadpleegd op 1 november 2016.

  9. Nationale Wetenschapsagenda. Investeringsagenda voor onderzoek en innovatie. www.wetenschapsagenda.nl/publicatie/investeringsagenda, geraadpleegd op 1 november 2016.

  10. Nationale Wetenschapsagenda. Portfolio voor onderzoek en innovatie. www.wetenschapsagenda.nl/publicatie/portfolio, geraadpleegd op 1 november 2016.

  11. Health-RI. The NL Personalised Medicine & Health Research Infrastructure. www.bbmri.nl/wp-content/uploads/2016/04/Health_RI-KNAW-vision_def.pdf, geraadpleegd op 1 november 2016.

  12. Aanbiedingsbrief Investeringsagenda. www.wetenschapsagenda.nl/wp-content/uploads/2016/09/aanbiedingsbrief-bewindspersonen.pdf, geraadpleegd op 1 november 2016.

Auteursinformatie

Deze journalistieke productie kwam tot stand in samenwerking met Meta de Lange (datajournalist), Marcel Metze (redactie-adviseur), Lucas Mevius (nieuwsredacteur), Marcel Adriaanse (projectleiding), Marlin Burkunk en Sjoerd Kulsdom (datavisualisatie).

Contact Joost Zaat (j.zaat@ntvg.nl)

Trekken en duwen. De umc’s in het krachtenveld van onderzoek en zorg, een ‘opera’ in 3 akten
Uitlegkader

Gerelateerde artikelen

Reacties