Transvetzuren in de voeding: risico op coronaire hartziekten

Opinie
P.L. Zock
R. Urgert
P.J.M. Hulshof
M.B. Katan
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1998;142:1701-4
Abstract
Download PDF

Onverzadigde vetzuren zijn vetzuren met één of meer dubbele bindingen. Ze maken in Nederland ongeveer een kwart uit van de totale calorie-inname van de mens en zijn dus een belangrijk bestanddeel van de voeding. De dubbele bindingen in onverzadigde vetzuren staan meestal in de zogenaamde cisconfiguratie (figuur 1). Bij de harding van plantaardige oliën in de voedingsmiddelenindustrie gaan de dubbele bindingen over in enkelvoudige. Dit levert verzadigde vetzuren op. Er kunnen dan echter ook onverzadigde vetzuren met dubbele bindingen in de transconfiguratie ontstaan (zie figuur 1).

De effecten van dergelijke transvetzuren op de gezondheid zijn momenteel onderwerp van discussie. In dit artikel geven wij een overzicht van de recente onderzoeken naar transvetzuren en het risico op coronaire hartziekten, en beschrijven wij het vóórkomen van transvetzuren in de Nederlandse voeding.

transvetzuren en coronaire hartziekten

Effect op serumcholesterol

In de jaren zeventig werd al onderzocht of transvetzuren invloed hebben op de cholesterolhuishouding van de mens. Onderzoeken uit die tijd bevatten echter soms geen controlegroep en er werd niet gekeken naar effecten op het cholesterol in de ‘high-density’-lipoproteïnen (HDL). In 1990 vond Mensink dat C18:1-transvetzuren de hoeveelheid cholesterol in de ‘low-density’-lipoproteïnen (LDL) verhogen en die in de HDL verlagen.1 (De aanduiding ‘C18:1’ staat voor een vetzuur met 18 koolstofatomen en ergens 1 dubbele binding.) Deze bevindingen werden in een groot aantal latere onderzoeken bevestigd.2-7 Transvetzuren blijken het in cardiovasculair opzicht ‘slechte’ LDL-cholesterolniveau even sterk te verhogen als verzadigde vetzuren; ieder energieprocent onverzadigde transvetzuren in de voeding verhoogt het LDL-cholesterolniveau met 0,04 mmol/l (figuur 2). Verzadigde vetzuren hebben daarnaast echter een verhogend effect op het ‘goede’ HDL-cholesterol, terwijl ieder energieprocent transvetzuren het HDL-cholesterolniveau doet dalen met 0,013 mmol/l (zie figuur 2). Recentere onderzoeken die nog niet in figuur 2 betrokken zijn, laten vergelijkbare resultaten zien.6 7 Kortom, transvetzuren beïnvloeden zowel het LDL- als het HDL-cholesterolniveau ongunstig.

Genoemde effecten zijn gebaseerd op onderzoeken waarin transvetzuren met 18 koolstofatomen zijn onderzocht. Deze zijn met name aanwezig in geharde plantaardige oliën. In Nederland is in het verleden ook veel geharde visolie gebruikt, bijvoorbeeld in goedkope margarines en in kant-en-klaarproducten. De in geharde visolie aanwezige transvetzuren met 20 en 22 koolstofatomen bleken echter eveneens een ongunstig effect op het lipoproteïneprofiel te hebben.10

Effecten op andere risicofactoren voor coronaire hartziekten

Lipoproteïne(a) (Lp(a)) is een andere lipoproteïne die de kans op hart- en vaatziekten verhoogt. De concentratie van Lp(a) in het serum is weinig gevoelig voor veranderingen in de voeding. In verschillende experimenten is echter aangetoond dat transvetzuren de Lp(a)-concentratie verhogen.34 6710 11 Hoewel het effect bescheiden is in vergelijking met genetisch bepaalde verschillen in Lp(a)-niveau, is het mogelijk dat deze verhoging de kans op cardiovasculaire aandoeningen verder vergroot. Transvetzuren lijken de bloeddruk niet te beinvloeden.12 13

Transvetzuren en het risico op coronaire hartziekten

De bevindingen uit de experimenten komen overeen met die bij personen buiten testsituaties: mensen die een voeding met veel transvetzuren gebruiken, hebben een ongunstiger lipoproteïneprofiel dan mensen die weinig transvetzuren binnenkrijgen.14 15 Maar kan een hoge inname van transvetzuren ook werkelijk tot hartziekten leiden? Sommige patiënt-controleonderzoeken laten zien dat hartpatiënten inderdaad meer transvetzuren consumeren of margarine die rijk is aan transvetzuren dan controlepersonen,15-18 maar andere konden dit niet bevestigen.1920 In 3 prospectieve onderzoeken ging de inname van transvetzuren samen met een verhoogde kans op coronaire hartziekten.21-23 Ook in het Framingham-onderzoek was er een verband tussen de consumptie van transvetzuurrijke margarine aan het begin van het onderzoek en het optreden van hartziekten in de volgende 20 jaar.24 Epidemiologisch onderzoek kan niet definitief aantonen dat transvetzuren hartziekten veroorzaken, want een voeding rijk aan transvetzuren kan deel uitmaken van een leefstijl die op andere wijze de kans op coronaire hartziekten verhoogt. Een dergelijke verstrengeling (‘confounding’) van risicofactoren is vaak moeilijk uit te sluiten. De ongunstige effecten van transvetzuren op de serumlipoproteïnen staan echter buiten kijf. In combinatie met de waarnemingen uit epidemiologisch onderzoek lijkt een causaal verband tussen de inname van transvetzuren en de kans op coronaire hartziekten daarom aannemelijk.

transvetzuren in de voeding

Er zijn geen betrouwbare metingen van de transvetzuurinname in Nederland. Volgens schattingen lag de gemiddelde inname in westerse landen rond 1980 tussen 5 en 15 g per dag, zo'n 2 tot 5 van de totale energie-inname.2526 Een deel is afkomstig van zuivelproducten en rund- en schapenvlees; zo'n 3 tot 8 van de vetzuren in deze producten bevat transdubbele bindingen. 27 Ze worden gevormd uit plantaardige vetzuren in de voormagen van deze herkauwers. Grotere hoeveelheden kunnen gevormd worden bij de industriële harding van plantaardige oliën, die gebruikt worden voor de productie van spijsvetten; het transvetzuurgehalte van margarines en bak- en braadvetten kon in de jaren tachtig tot 50 bedragen, afhankelijk van soort en merk.28 De West-Europese voedingsmiddelenindustrie heeft inmiddels adequaat gereageerd op de berichten uit de onderzoekswereld en anno 1996 bevatten de meeste margarines en andere spijsvetten die aan particulieren verkocht worden niet meer dan 1-2 g transvetzuren per 100 g product. De transvetzuren die oorspronkelijk in deze producten zaten, zijn deels vervangen door verzadigde vetzuren die het LDL-cholesterolniveau even ongunstig beïnvloeden maar deels ook door onverzadigde cisvetzuren. Het netto-effect is dus een gunstigere samenstelling van deze vetten (figuur 3); de som van verzadigde vetzuren en transvetzuren is met ongeveer 10-15 gedaald.29 Dieetmargarines zijn altijd vrij geweest van transvetzuren. Ook het gehalte aan transvetzuren in frituurvetten voor particulieren is de afgelopen jaren flink gedaald: van gemiddeld meer dan 20 in 1990 naar minder dan 10 in 1996 (figuur 4).29 Deze veranderingen in voedingsvetten hebben ongetwijfeld een gunstige uitwerking gehad op de gemiddelde inname van transvetzuren in Nederland en daarmee op het risico op coronaire hartziekten in de bevolking.30

De samenstelling van harde frituurvetten ten behoeve van de horeca is de afgelopen jaren echter niet of nauwelijks veranderd: gemiddeld bevatten deze in 1996 nog ruim 30 transvetzuren (zie figuur 4). 29 Als gevolg hiervan is ook het gehalte in frites uit snackbars en fastfoodrestaurants hoog; iemand die dagelijks een portie frites eet, zal hieruit alleen al 7 tot 8 g transvetzuren binnenkrijgen. Producten als cake, stroopwafels en gevulde koeken bevatten per 100 g 1 tot 4 g transvetzuren als gevolg van het gebruik van vetgrondstoffen met een transgehalte van circa 10 (zie figuur 4).29 Het is duidelijk dat hoewel de gemiddelde inname in Nederland omlaaggegaan moet zijn een hoge inname van transvetzuren op individueel niveau nog steeds mogelijk is.

conclusies

Onverzadigde transvetzuren in de voeding verhogen het LDL-cholesterol- en het Lp(a)-niveau in het serum en verlagen het HDL-cholesterolniveau. De Europese voedingsmiddelenindustrie heeft op deze informatie adequaat gereageerd door het transvetzuurgehalte in haar producten voor particulieren drastisch te verlagen. Het zou gewenst zijn als ook de producenten van frituurvetten voor de horeca en van bakkerijvetten hun producten zoveel mogelijk ontdoen van transvetzuren.

Wij danken mw.T.G.Kosmeijer-Schuil voor haar analysen. Het onderzoek waarnaar in dit artikel wordt verwezen, werd financieel ondersteund door de Stichting Zuivel, Voeding en Gezondheid (SZVG), de Stichting Onderzoek Voeding en Gezondheid (SOVG) en de Nederlandse Hartstichting (nummer 602.350.2).

Literatuur
  1. Mensink RP, Katan MB. Effect of dietary trans fatty acidson high-density and low-density lipoprotein cholesterol levels in healthysubjects. N Engl J Med 1990;323:439-45.

  2. Zock PL, Katan MB. Hydrogenation alternatives: effects oftrans fatty acids and stearic acid versus linoleic acid on serum lipids andlipoproteins in humans. J Lipid Res 1992;33:399-410.

  3. Nestel P, Noakes M, Belling B, McArthur R, Clifton P,Janus E, et al. Plasma lipoprotein lipid and Lpa changes withsubstitution of elaidic acid for oleic acid in the diet. J Lipid Res1992;33:1029-36.

  4. Lichtenstein AH, Ausman LM, Carrasco W, Jenner JL, OrdovasJM, Schaefer EJ. Hydrogenation impairs the hypolipidemic effect of corn oilin humans. Hydrogenation, trans fatty acids, and plasma lipids. ArteriosclerThromb 1993;13:154-61.

  5. Judd JT, Clevidence BA, Muesing RA, Wittes J, Sunkin ME,Podczasy JJ. Dietary trans fatty acids: effects on plasma lipids andlipoproteins of healthy men and women. Am J Clin Nutr 1994;59:861-8.

  6. Aro A, Jauhiainen M, Partanen R, Salminen I, Mutanen M.Stearic acid, trans fatty acids, and diary fat: effects on serum andlipoprotein lipids, apolipoproteins, lipoprotein(a), and lipid transferproteins in healthy subjects. Am J Clin Nutr 1997;65:1419-27.

  7. Sundram K, Ismail A, Hayes KC, Jeyamalar R, PathmanathanR. Trans (elaidic) fatty acids adversely affect the lipoprotein profilerelative to specific saturated fatty acids in humans. J Nutr 1997;127:514S-20S.

  8. Mensink RP, Katan MB. Effect of dietary fatty acids onserum lipids and lipoproteins. A meta-analysis of 27 trials. ArteriosclerThromb 1992;12:911-9.

  9. Zock PL, Katan MB, Mensink RP. Dietary trans fatty acidsand lipoprotein cholesterol letter. Am J Clin Nutr1995;61:617.

  10. Almendingen K, Jordal O, Kierulf P, Sandstad B, PedersenJI. Effects of partially hydrogenated fish oil, partially hydrogenatedsoybean oil, and butter on serum lipoproteins and Lpa in men. JLipid Res 1995;36:1370-84.

  11. Mensink RP, Zock PL, Katan MB, Hornstra G. Effect ofdietary cis and trans fatty acids on serum lipoproteina levels inhumans. J Lipid Res 1992;33:1493-501.

  12. Zock PL, Blijlevens RA, Vries JH de, Katan MB. Effects ofstearic acid and trans fatty acids verus linoleic acid on blood pressure innormotensive women and men. Eur J Clin Nutr 1993;47:437-44.

  13. Mensink RP, Louw MH de, Katan MB. Effects of dietarytrans fatty acids on blood pressure in normotensive subjects. Eur J Clin Nutr1991;45:375-82.

  14. Troisi R, Willett WC, Weiss ST. Trans-fatty acid intakein relation to serum lipid concentrations in adult men. Am J Clin Nutr1992;56:1019-24.

  15. Siguel EN, Lerman RH. Trans-fatty acid patterns inpatients with angiographically documented coronary artery disease. Am JCardiol 1993;71:916-20.

  16. Thomas LH. Ischaemic heart disease and consumption ofhydrogenated marine oils in England and Wales. J Epidemiol Community Health1992;46:78-82.

  17. Tzonou A, Kalandidi A, Trichopoulou A, Hsieh CC,Toupadaki N, Willett W, et al. Diet and coronary heart disease: acase-control study in Athens, Greece. Epidemiology 1993;4:511-6.

  18. Ascherio A, Hennekens CH, Buring JE, Master C, StampferMJ, Willett WC. Trans-fatty acids intake and risk of myocardial infarction.Circulation 1994;89:94-101.

  19. Aro A, Kardinaal AF, Salminen I, Kark JD, Riemersma RA,Delgado-Rodriguez M, et al. Adipose tissue isomeric trans fatty acids andrisk of myocardial infarction in nine countries: the EURAMIC study. Lancet1995;345:273-8.

  20. Roberts TL, Wood DA, Riemersma RA, Gallagher PJ, LampeFC. Trans isomers of oleic and linoleic acids in adipose tissue and suddencardiac death. Lancet 1995;345:278-82.

  21. Ascherio A, Rimm EB, Giovannucci EL, Spiegelman D,Stampfer M, Willett WC. Dietary fat and risk of coronary heart disease inmen: cohort follow up study in the United States. BMJ1996;313:84-90.

  22. Hu FB, Stampfer MJ, Manson JE, Rimm E, Colditz GA, RosnerBA, et al. Dietary fat intake and the risk of coronary heart disease inwomen. N Engl J Med 1997;337:1491-9.

  23. Pietinen P, Ascherio A, Korhonen P, Hartman AM, WillettWC, Albanes D, et al. Intake of fatty acids and risk of coronary heartdisease in a cohort of Finnish men. The Alpha-Tocopherol, Beta-CaroteneCancer Prevention Study. Am J Epidemiol 1997;145:876-87.

  24. Gillman MW, Cupples LA, Gagnon D, Posner BM, Ellison C,Castelli WP. Margarine intake and subsequent heart diseaseabstract. Circulation 1995;91:925.

  25. British Nutrition Foundation's Task Force. Transfatty acids. Londen: The British Nutrition Foundation, 1987:5-7.

  26. Enig MG, Atal S, Keeney M, Sampugna J. Isomeric transfatty acids in the US diet. J Am Coll Nutr 1990;9:471-86.

  27. Pfalzgraf A, Timm M, Steinhart H. Gehalte vontrans-Fettsäuren in Lebensmitteln. Z Ernährungswiss1994;33:24-43.

  28. Rice EE, Weiss TJ, Mattil KF. Composition of modernmargarines. J Am Diet Assoc 1962;41:319-22.

  29. Hulshof PJM, Zock PL, Kosmeijer TG, Bovenkamp P van de,Katan MB. Trans-vetzuurgehalte en vetzuursamenstelling van spijsvetten, koeken snacks. Voeding ter perse.

  30. Katan MB. Exit trans fatty acids. Lancet1995;346:1245-6.

Auteursinformatie

Landbouwuniversiteit Wageningen, afd. Humane Voeding en Epidemiologie, Bomenweg 2, 6703 HD Wageningen.

Dr.ir.P.L.Zock, dr.ir.R.Urgert, ir.P.J.M.Hulshof en prof.dr.M.B.Katan, voedingskundigen.

Contact dr.ir.P.L.Zock

Gerelateerde artikelen

Reacties