Artikel
Inleiding
Zie ook de artikelen op bl. 1723 en 1726.
In de jaren negentig van de vorige eeuw kwamen vanuit de VS berichten over een sterke toename van het gebruik van methylfenidaat, met name voor aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis (ADHD).1 2 Er werd tussen 1990 en 1995 ruim een verdubbeling van…




Betere gezondheidszorg mogelijk voor kinderen en adolescenten met aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis
Rotterdam, oktober 2005,
Met belangstelling las ik het artikel van Donker et al. (2005:1742-7) en het commentaar in hetzelfde tijdschrift van collega’s Klasen en Verhulst (2005:1723-5) over medicatie bij kinderen met aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis (ADHD). Het gebruik van methylfenidaat is inderdaad, deels door achterstallige diagnostiek, snel opgelopen. Vanzelfsprekend zijn diagnostiek en behandeling van ADHD gebaseerd op het best voorhanden zijnde onderzoek. Er is in Nederland consensus over het te volgen beleid: diagnostiek volgens de richtlijnen van de DSM IV en zo mogelijk multimodale behandeling. De basis van de behandeling van kinderen met ADHD is psycho-educatie aangevuld met medicatie bij kinderen die disfunctioneren door hun stoornis.
Klasen en Verhulst komen op voor de kinderen uit lagere inkomensgroepen die niet even ruim gebruik kunnen maken van evidence-based gedragsinterventies als kinderen uit rijkere gezinnen. Er moet een eigen bijdrage betaald worden die niet voor iedereen is op te brengen, waardoor de mogelijkheid bestaat dat eerder wordt gegrepen naar medicatie. Zij schrijven dat gedragsinterventies op dit moment niet voor iedereen vergoed worden, terwijl medicatie gratis is. Het beeld is echter nog zorgelijker dan zij stellen: weliswaar wordt methylfenidaat in alle gevallen vergoed, maar dit is zeker niet zo bij het preparaat met gereguleerde afgifte, dat bij ongeveer 40% van de kinderen wordt voorgeschreven en door de meeste verzekeraars niet wordt vergoed.
Met het nieuwe anti-ADHD-middel atomoxetine is het nog droeviger gesteld: dit middel wordt slechts bij uitzondering vergoed, terwijl het voor de meeste mensen niet is op te brengen. Veel kinderartsen durven het nauwelijks ter sprake te brengen, omdat zij de ouders niet in verlegenheid willen brengen. Voor de eerste maal in 50 jaar is er een nieuw geregistreerd middel op de markt dat niet voor de meeste patiënten blijkt te zijn weggelegd. Hiermee is er in feite een tweedeling in de zorg ontstaan die een nog grotere impact heeft dan het gesignaleerde probleem van de niet-vergoede gedragsinterventies alleen.
Ik hoop dat de minister er, net als bij andere chronische ziekten, rekening mee houdt dat een slecht ingesteld kind met ADHD, net als een slecht ingestelde patiënt met diabetes of epilepsie, veel grotere kosten met zich meebrengt voor de gezondheidszorg dan de investering in langwerkende middelen.