Thiamine bij een alcoholstoornis en Wernicke-encefalopathie

Stand van zaken
20-02-2017
David J. Brinkman, Jessica K. Bekema, Marianne A. Kuijvenhoven, Jan W. Wijnia, Marieke J.H.J. Dekker en Michiel A. van Agtmael
  • Bij patiënten met een alcoholstoornis komt een thiaminedeficiëntie regelmatig voor.
  • Een potentieel levensbedreigende complicatie van een thiaminedeficiëntie is een Wernicke-encefalopathie.
  • Een Wernicke-encefalopathie is klinisch lastig te herkennen en wordt daarom vaak niet adequaat behandeld.
  • Vroegtijdige thiaminesuppletie is cruciaal om irreversibele neurologische schade te voorkomen.
  • Er zijn verschillen tussen de Nederlandse richtlijnen voor thiaminesuppletie bij een alcoholstoornis en Wernicke-encefalopathie.
  • Er zijn geen harde, evidencebased adviezen over de beste dosering, toedieningsvorm en duur van thiaminesuppletie bij een alcoholstoornis en Wernicke-encefalopathie.
  • Bij patiënten met een alcoholstoornis is het farmacologisch gezien beter om oraal 4 maal daags 25 mg thiamine te geven dan 2 maal daags 50 mg.
  • Bij een verhoogd risico op Wernicke-encefalopathie dient de patiënt direct thiamine intraveneus of intramusculair te krijgen; bij een vermoeden van Wernicke-encefalopathie heeft intraveneuze toediening de voorkeur.
  • Een anafylactische reactie bij parenterale toediening van thiamine is zeldzaam en is geen reden om terughoudend te zijn met parenterale toediening.