Sterfte door roken in Nederland: 1,2 miljoen tabaksdoden tussen 1950 en 2015
Open

Onderzoek
13-05-2003
L.G.A. Bonneux, C.W.N. Looman en J.W. Coebergh

Doel.

Kwantificeren van de medische gevolgen van tabaksgebruik in het verleden en de nabije toekomst.

Opzet.

Theoretische studie op basis van de landelijke sterfteregistratie en bekende risico's naar doodsoorzaak van tabaksgebruik.

Methode.

De waargenomen longkankersterfte (1950-1999) werd met een statistisch model (volgens Peto) gerelateerd aan geboortecohort en leeftijd en geprojecteerd op de nabije toekomst. Schattingen van door roken veroorzaakte sterfte – naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak – werden verkregen op basis van de rookintensiteit (dat is het verschil tussen longkankersterfte indien niemand rookt en de waargenomen longkankersterfte) en bekende risico's voor overige rokengerelateerde aandoeningen.

Resultaten.

In 1999 was van alle sterfte vóór het 70e jaar 18 (bij vrouwen) en 32 (bij mannen) toe te rekenen aan roken. Indien nooit gerookt was, zou de levensverwachting 3 (mannen) en 1 jaar (vrouwen) hoger zijn. Tussen 1950 en 1999 kon 13 van alle sterfgevallen de doodsoorzaak toegeschreven worden aan roken, de meerderheid (> 90) bij mannen. In de jaren 2000-2015 vallen iets meer doden door roken (14), waarvan nog 62 bij mannen. In 2015 hebben de vrouwen de mannen ingehaald wat betreft longkankersterfte.

Conclusie.

Van de voortijdige sterfte was circa een kwart door roken veroorzaakt. In de nabije toekomst bereiken de vrouwen van de geboortegolf de middelbare leeftijd en de hoogste (relatieve) risico's van roken. Voor de klinische praktijk is het belangrijk bij rokende vrouwen op middelbare leeftijd rekening te houden met een verhoogd risico op ziekte.