Stemmen vóór gezondheid

Johan Mackenbach
Joost Zaat
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:C3390
Download PDF

Bij dit artikel is een infographic gemaakt. Deze infographic toont de standpunten van de politieke partijen op het gebied van gezondheid en zorg, hun stemgedrag in de afgelopen jaren en de doorrekening van hun voornemens voor de nieuwe kabinetsperiode.


Aanstaande woensdag staat u in een hokje in een station of een school met een rood potlood en een halve meter papier met daarop 28 partijen met 1114 namen. De afgelopen weken lonkten die partijen allemaal naar uw stem. Dat deden ze met hun verkiezingsprogramma’s, maar ook in praatprogramma’s en debatten op de televisie, zalen en zaaltjes in het land en via Twitter en Facebook. Vaak ging het daarbij om identiteit en de verhouding van Nederland tot de wereld, of over strategisch stemmen en mogelijke premiers. Wellicht hebt u er uw buik al van vol. Maar of u nu jeugdarts bent in Utrecht Overvecht, specialist ouderenzorg in een verpleeghuis in Rotterdam of neurochirurg in Tilburg, u krijgt onherroepelijk te maken met de beslissingen van politici over de inrichting van de gezondheidszorg en de omstandigheden waaronder uw patiënten leven. Politiek is immers gezondheidszorg op grote schaal.1

Waar kunt u op letten als u uw rode potlood laat sturen door wat goed is voor de gezondheid en de gezondheidszorg in Nederland? Met de 2 grote online-stemwijzers, de StemWijzer en het Kieskompas, komt u er dan niet. Die hebben elk 30 stellingen, waaronder 3 over de gezondheidszorg: één over een Nationaal ZorgFonds, één over het afschaffen van het eigen risico en één over euthanasie bij een voltooid leven.

De zorg is natuurlijk veel ingewikkelder dan dat. Wij brachten daarom in kaart welke standpunten de belangrijkste politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s innemen op punten die, nu of in de toekomst, bepalend zijn voor de gezondheid en de gezondheidszorg in dit land. Vervolgens hielden we deze uitspraken naast het feitelijke stemgedrag van de partijen in de afgelopen regeerperiode, en naast de analyses van de verkiezingsprogramma’s door het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

(webversie infographic)

Verkiezingsprogramma’s

Van alle partijen die nu in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn, selecteerden we uit hun definitieve verkiezingsprogramma’s de teksten die direct of indirect relevant zijn voor gezondheid en gezondheidszorg. Het ging daarbij om: inrichting van het zorgstelsel en zorgethiek, preventie- en gezondheidsbeleid, milieu- en klimaatbeleid, en inkomens- en onderwijsbeleid.

Vervolgens beoordeelden we deze teksten op inhoud. We keken of er concrete voornemens in staan waarvan aannemelijk is dat ze verschil kunnen maken en lieten vage teksten en niet-geconcretiseerde goede bedoelingen voor wat ze zijn. De resultaten ziet u in de infographic. U vindt de letterlijke tekst van de opgeknipte verkiezingsprogramma’s in deze bijlage.

Aandacht genoeg

Een eerste bevinding is dat de meeste politieke partijen behoorlijk wat aandacht besteden aan gezondheid en gezondheidszorg. Dat is ook niet zo gek als je bedenkt dat we in Nederland van alle publiek gefinancierde zaken het meeste geld uitgeven aan de zorg.

Het beknoptst is de PVV. Die partij heeft een verkiezingsprogramma van slechts 185 woorden en besteedt daarvan 2 zinnen (14 woorden) aan de zorg, maar doet wel een paar krachtige, zij het onuitgewerkte uitspraken: ‘eigen risico zorg geheel afschaffen’ en ‘terugdraaien bezuinigingen thuiszorg, ouderenzorg, méér handen aan het bed’. Alle andere partijen wijden een heel hoofdstuk aan de zorg, maar de omvang verschilt behoorlijk. 50PLUS doet het bijvoorbeeld in 228 woorden en in 15 punten die elkaar deels overlappen. De SP zet zorg als tweede hoofdstuk in het programma, ook in 15 punten, maar heeft daar 3 keer zo veel woorden voor nodig (737). Het kan echter nog uitgebreider: de ChristenUnie besteedt 10 pagina’s aan de zorg, met 4045 woorden en 65 concrete punten.

Zorgstelsel

Onderwerpen waarover de emoties de afgelopen tijd hoog zijn opgelopen – en die niet alleen in de verkiezingsprogramma’s worden benoemd, maar ook veel zijn bediscussieerd in publieke debatten en opiniebijdragen – zijn de marktwerking, het eigen risico en de zorg in verpleeghuizen. De afkeer van marktwerking is bij SP, 50PLUS en Partij voor de Dieren inmiddels zo groot dat ze pleiten voor één Nationaal ZorgFonds. Ook de PVV staat daar welwillend tegenover. Volgens de opgave van de SP aan het CPB gaat de implementatie van dat plan tussen de 6 en 10 jaar duren. De meeste andere partijen gaan zo ver niet, maar willen wel de marktwerking terugdringen. Vaak blijft het bij een voornemen tot afschaffing van reclamecampagnes van verzekeraars, blijvende beperking van winstuitkeringen, en een oproep tot minder bureaucratie en meer handen aan het bed. Alleen de VVD en D66 spreken zich niet uit tegen marktwerking in de zorg.

Een vergelijkbare eensgezindheid zien we bij het eigen risico: vrijwel alle partijen willen dit verlagen of zelfs afschaffen, alleen de VVD en D66 niet. Hoe verlaging of afschaffing van het eigen risico gefinancierd moet worden, is bij veel partijen overigens niet duidelijk. Afschaffing kost volgens het CPB 4,1 miljard euro (zie ook www.ntvg.nl/D1392).

Veel partijen wijden warme woorden aan de langdurige zorg. Ouderenzorg krijgt behoorlijk wat aandacht, maar als de geestelijke gezondheidszorg ter sprake komt gaat het toch vaak alleen over overlast gevende, verwarde personen en weinig over toegankelijkheid, kwaliteit van zorg of zorg voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening. Het staat niet in de verkiezingsprogramma’s maar onlangs is door verschillende partijen, onder andere door D66, gepleit voor meer verpleegkundigen. Waar die vandaan moeten komen is niet duidelijk omdat er immers een fors tekort aan hoogopgeleide verpleegkundigen is.

Zorgethiek

Ook een aantal actuele kwesties op het terrein van zorgethiek krijgt in diverse verkiezingsprogramma’s veel aandacht: wel of geen beperkingen opleggen aan prenataal onderzoek, wel of niet terugdringen van abortus provocatus, en wel of niet uitbreiden van mogelijkheden tot euthanasie bij voltooid leven. Op deze punten kunnen de politieke partijen in 3 kampen worden ingedeeld.

Allereerst zijn er de christelijke partijen, die op de meeste of alle genoemde punten een restrictief beleid voorstaan. De ChristenUnie en SGP willen per se geen euthanasie bij voltooid leven en hebben zelfs aangegeven daarvan een breekpunt te zullen maken bij kabinetsonderhandelingen. Het CDA stelt zich wat gematigder op: ‘Wij zijn geen voorstander van een verdere verruiming van de euthanasiewetgeving of een wetsvoorstel dat een recht op levensbeëindiging regelt. Wat ons betreft biedt de huidige wetgeving voldoende ruimte in samenhang met de juiste waarborgen.’

Dan zijn er partijen met een liberaal standpunt op het gebied van zorgethiek: VVD, D66, PvdA en GroenLinks zijn voorstanders van verruiming van mogelijkheden van abortus en euthanasie bij voltooid leven. GroenLinks wil bijvoorbeeld euthanasie geheel uit het wetboek van strafrecht halen en wil, net als de PvdA en D66, een verwijsplicht voor artsen die zelf geen euthanasie willen verrichten.

Ten slotte zijn er ook partijen die in hun verkiezingsprogramma’s geen of nauwelijks aandacht besteden aan zorgethiek: PVV, SP, 50PLUS en Partij voor de Dieren.

Tabak, alcohol, drugs, voeding en beweging

Voor een stevig antirookbeleid – en meer in het algemeen voor een proactief preventiebeleid – moet je niet bij de VVD zijn. Deze partij vindt dat roken en andere vormen van gezond of ongezond gedrag een individuele verantwoordelijkheid zijn: ‘Wat een gezonde leefstijl is, verschilt voor iedereen. Wij vinden dat iedereen zelf mag bepalen hoe hij of zij leeft. De overheid kan zorgen voor goede voorlichting, maar mag uiteindelijk niet bepalen hoe iemand zijn of haar leven leidt. Dat blijft een eigen keuze.’

Roken is veruit de belangrijkste oorzaak van vermijdbare ziekte en sterfte in Nederland. Dat feit heeft echter bij veel politieke partijen nog niet tot krachtige voornemens in verkiezingsprogramma’s geleid. Veel partijen schrijven wel iets over roken, maar maken hun voornemens niet concreet. ‘We maken een plan om te bevorderen dat kinderen geen rokers worden en kiezen voor een gezonde levensstijl’, schrijft bijvoorbeeld de SP. Alleen D66, CDA, ChristenUnie en GroenLinks hebben concrete voorstellen om roken terug te dringen. De ChristenUnie spant de kroon met uitspraken als: ‘Het aantal plekken voor verkoop van alcohol en tabak wordt flink ingeperkt. Tabak wordt alleen verkocht in speciaalzaken. De verkoopleeftijd blijft 18 jaar. Plekken waar jongeren veel komen, zoals scholen, worden rookvrij.’

Ook bij beperken van alcoholgebruik blijft het vaak bij oproepen om voorlichting te geven (D66). De SGP pleit voor het beperken van verkooppunten, streng handhaven van de leeftijdsgrens en zelfs voor het beboeten van jongeren die ‘herhaaldelijk in de fout gaan’.

De 3 christelijke partijen en 50PLUS zijn voorstander van maatregelen die het gebruik van soft drugs kunnen terugdringen, terwijl D66, PvdA, GroenLinks en SP juist een verdere liberalisering voorstaan, waarin ook het verbouwen van wiet wordt gelegaliseerd.

Veel partijen staan een actiever overheidsbeleid op het gebied van suiker, vet en zout voor of een beleid gericht op meer infrastructuur voor gezonde lichaamsbeweging, zoals fietspaden, of beide. Diverse partijen zijn ook voor de invoering van een suiker- of vettaks. De concreetste voornemens vinden we in de verkiezingsprogramma’s van PvdA, 50PLUS en Partij voor de Dieren. Alleen de VVD spreekt zich tegen een aantal van deze maatregelen uit: zij moet niets hebben van een suiker- of vettaks of van ‘betuttelende etikettering’.

Milieu en klimaat

Ook onze leefomgeving is belangrijk voor de gezondheid van de bevolking. GroenLinks heeft op het gebied van milieuverontreiniging en verkeersveiligheid de meest vergaande voorstellen, inclusief een verlaging van de maximumsnelheid op de snelwegen. VVD en SGP zijn juist tegenstanders van langzamer rijden. De ruime aandacht voor verkeersveiligheid in veel verkiezingsprogramma’s is overigens opmerkelijk.

Omdat verdere opwarming van de aarde overal ter wereld negatieve effecten op de volksgezondheid kan hebben, zou tegengaan van klimaatverandering ook een prioriteit voor het gezondheidsbeleid moeten zijn. Vrijwel alle partijen zeggen wel iets over de noodzaak van maatregelen tegen klimaatverandering, maar de mate van uitwerking verschilt aanzienlijk. D66 en GroenLinks willen alle kolencentrales sluiten en alle partijen willen energieneutrale woningen. 5 partijen spreken zich uit voor een klimaatwet of wettelijk vastgelegde doelen voor de reductie van uitstoot van broeikasgassen: D66, ChristenUnie, PvdA, GroenLinks en Partij voor de Dieren.

Inkomen, vermogen, onderwijs en onderzoek

Gezondheid wordt voor een belangrijk deel bepaald door iemands sociaaleconomische positie, dus door opleiding en inkomen.2 Maatregelen om gelijkere kansen in het onderwijs te bevorderen, om armoede terug te dringen en om inkomens- en vermogensverschillen enigszins te dempen kunnen dus helpen bij het verbeteren van de gezondheid van de bevolking. De traditioneel linkse partijen zijn zoals verwacht op deze punten aanzienlijk uitgesprokener dan de rechtse. De VVD wil geen inkomens- en vermogensnivellering. 50PLUS wil, net als de VVD, soepelere regels voor de schenk- en erfbelasting, waardoor vermogensverschillen ook over generaties heen in stand blijven.

Een ander ‘hot issue’ bij deze verkiezingen is de AOW-leeftijd. Een verlaging van de AOW-leeftijd is hét programmapunt van de PVV, SP en 50PLUS. Hoe dit betaald moet worden wordt in de verkiezingsprogramma’s overigens in het midden gelaten. Bij 50PLUS is het een breekpunt bij eventuele coalitieonderhandelingen. Alle andere partijen zijn tegen een verlaging van de AOW-leeftijd.

Aan het onderwijs wordt in de meeste verkiezingsprogramma’s veel aandacht besteed. Verschillende partijen (D66, PvdA, GroenLinks en Partij voor de Dieren) willen de voorschoolse educatie uitbreiden of formaliseren, om daarmee bij de instroom in het basisonderwijs gelijkere kansen te creëren. CDA, ChristenUnie en ook SP, 50PLUS en Partij voor de Dieren willen de basisbeurs weer terug omdat de drempel tot het hoger onderwijs naar hun mening te hoog geworden is.

Slechts weinig partijen bepleiten meer geld voor wetenschappelijk onderzoek. De lobbyisten van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) zijn er kennelijk bij de meeste partijen niet in geslaagd om extra geld voor onderzoek in de verkiezingsprogramma’s te laten reserveren.3 Alleen de PvdA noemt de NWA als leidend instrument voor investeringen in onderzoek.

Stemgedrag

We keken ook hoe partijen de afgelopen kabinetsperiode hebben gestemd. We waren namelijk benieuwd of het feitelijke stemgedrag in overeenstemming was met de beloftes die in de verkiezingsprogramma’s staan. We maakten daarbij gebruik van een recent gelanceerde site van De Correspondent (www.watstemthetparlement.nl). Deze site bevat alle stemmingen over wetten, amendementen en moties vanaf 1995 tot halverwege 2016. We keken hoe partijen sinds 2012, dus tijdens het kabinet-Rutte II, stemden over zorgonderwerpen – wie stemt met wie mee? – en analyseerden stemmingen over roken en alcohol in meer detail.

Tijdens Rutte II waren er 1335 stemmingen over wetten, amendementen en moties op het gebied van zorg. Sommige partijen waren niet erg actief als indiener of mede-indiener. De Partij voor de Dieren en de SGP deden dat het minst, respectievelijk 30 en 90 keer. De SP deed dat wel 517 keer, D66 244 keer en de andere partijen tussen de 143 (GroenLinks) en 213 keer (PvdA).

Sommige partijen stemden vaak met andere mee. Blijkbaar verschilt hun mening dan niet veel van elkaar, hoewel het hierbij natuurlijk ook kan gaan om afspraken tussen regeringspartners. Als de VVD voor een motie stemde, was de PvdA het daarmee bijna altijd eens (94%), en omgekeerd als de PvdA voorstander was, stemde de VVD in 70% mee. De grootste afstand was er tussen de SP en de VVD: was de SP voorstander van een motie, dan stemde de VVD maar in 27% van de situaties mee. Ook in de huidige verkiezingsprogramma’s zien we tussen deze twee partijen de grootste afstand.

Specifiek keken we naar stemgedrag over roken en alcohol. We vonden 33 stemmingen over roken: 29 moties, amendementen of wetsvoorstellen bepleitten maatregelen tegen het roken, bijvoorbeeld tegen rookreclame of roken in de horeca, terwijl 4 moties juist maatregelen bepleitten die gunstiger zouden uitpakken voor de tabaksverkoop of -gebruik (zie infographic). De VVD en PVV stemden consequent tegen beperkende maatregelen; voor de VVD was dit in overeenstemming met het huidige verkiezingsprogramma, terwijl het voor de PVV duidelijk maakt hoe deze partij, die niets over roken in het verkiezingsprogramma heeft staan, denkt. De Partij voor de Dieren, GroenLinks, ChristenUnie, SP en 50PLUS waren in hun stemgedrag tot nu toe voorstanders van een actief antitabaksbeleid (zie supplement). Voor SP, 50PLUS en Partij voor de Dieren was het feitelijke stemgedrag dus activistischer dan uit hun huidige verkiezingsprogramma’s blijkt.

Over alcohol werden veel minder moties ingediend (zie supplement voor het stemgedrag). Er waren 6 moties met voorstellen voor beperkende maatregelen en 8 moties met voorstellen voor verruimende maatregelen, zoals verlaging van accijnzen of compensatie voor winkeliers in grensstreken bij accijnsverhogingen (infographic). Enkele van die pro-alcoholmoties werden bij elke begroting door de PVV en een van haar afsplitsingen opnieuw ingediend. Evenals bij tabaksbeleid waren ook nu de grootste voorstanders van beperkende maatregelen de Partij voor de Dieren, GroenLinks, ChristenUnie, SP en 50PLUS.

Wat zeggen de rekenmeesters?

Het is sinds 1989 de gewoonte dat partijen hun programma’s laten doorrekenen door het CPB. Niet alle partijen doen daaraan mee: de PVV, Partij voor de Dieren en 50PLUS vinden het onzin. Het CPB publiceerde het dikke rapport op 16 februari.4 Het CPB gaat hierbij uit van een zogenaamd basispad, dat is gebaseerd op voortzetting van het huidige beleid, en berekent de afwijkingen ten opzichte van dit basispad die het gevolg zouden zijn van uitvoering van de voornemens in de verkiezingsprogramma’s. Rekendatum is steeds 4 jaar na de verkiezingen, dus in dit geval 2021 (infographic).

Als de voornemens van D66 en de VVD worden uitgevoerd, wordt er ten opzichte van het basispad wat bezuinigd op de zorg; daarentegen gaan PvdA, GroenLinks en vooral de SP juist fors meer uitgeven. Bij de SP zijn de collectieve uitgaven voor de gehele zorg in 2021 zelfs 11 miljard euro hoger dan in het basispad, vooral door de afschaffing van het eigen risico, uitbreiding van het basispakket en meer uitgaven aan langdurige zorg. De resultaten van het CPB bevestigen hiermee voor de meeste partijen het beeld dat ook al uit de verkiezingsprogramma’s oprees, maar er zijn twee opmerkelijke verschillen. Alleen de VVD, SP en GroenLinks gaan echt meer uitgeven aan langdurige zorg. De voornemens met de zorg van de ChristenUnie, die op het oog wel lijken op die van de linkse partijen, blijken bij kwantificering toch heel wat minder radicaal te zijn.

Het CPB bevestigt de verschillen tussen de verkiezingsprogramma’s als het gaat om de effecten op inkomensongelijkheid: de voornemens van de SP leiden tot een forse, en die van GroenLinks en de PvdA tot een beperkte daling van de inkomensongelijkheid, terwijl die van de andere partijen waarvan de programma’s zijn doorgerekend tot een beperkte toename van die ongelijkheid leiden.

Ten slotte hebben enkele politieke partijen hun verkiezingsprogramma ook voorgelegd aan het PBL, dat onder andere het effect van de voorgestelde maatregelen op de reductie van broeikasgassen in 2030 heeft doorgerekend.5 Deelnemende partijen waren VVD, PvdA, SP, D66, ChristenUnie en GroenLinks. Het PBL berekende dat de voornemens van de VVD geen verschil opleveren vergeleken met het huidige beleid, terwijl de voornemens van de andere partijen wel leiden tot extra reducties van broeikasgassen. GroenLinks, ChristenUnie en D66 scoren hierop het beste en zien kans de afspraken die zijn gemaakt in het ‘Klimaatakkoord van Parijs’ (2015) te realiseren.

Conclusie

Een partij die geheel overeenstemt met uw wensen, kunt u vast niet vinden. U moet dus echt kiezen.

  • Wie marktwerking wil terugdringen, het eigen risico wil verlagen of beide heeft een ruime keuze uit partijen. Bij de SP, GroenLinks en PvdA leidt uitvoering van hun voornemens tot een flinke stijging van de collectieve uitgaven aan gezondheidszorg. Alleen de VVD, SP en GroenLinks willen echt meer uitgeven aan langdurige zorg. Vindt u marktwerking juist een goed idee en hoeft het eigen risico voor u niet omlaag, dan blijven VVD en D66 over.
  • Wie een actief overheidsbeleid wil op het gebied van preventie heeft slechts een beperkte keuze. De ChristenUnie doet het op dit punt nog het beste, maar bij die partij krijgt u er een behoudend standpunt op het gebied van ethische vraagstukken bij. De linkse partijen hebben op het gebied van preventie geen overtuigende verkiezingsprogramma’s, maar GroenLinks en de SP waren in de afgelopen jaren in hun feitelijke stemgedrag wel uitgesproken antiroken en antialcohol. Bent u juist voor een terughoudend overheidsbeleid op het terrein van preventie, dan kunt u beter op de VVD stemmen.
  • Wie een ambitieus beleid op het terrein van milieu en klimaat voorstaat kan het beste op GroenLinks, ChristenUnie of D66 stemmen. Ook de SP en de PvdA hebben serieuze voornemens op het gebied van klimaatbeleid, al zijn die niet voldoende om de doelstellingen uit het ‘Klimaatakkoord van Parijs’ te bereiken. Bent u voor een wat afwachtender aanpak, dan kunt u beter op de VVD stemmen.
  • Wie grotere sociaaleconomische gelijkheid, en vooral een gelijkere inkomens- en vermogensverdeling, belangrijk vindt kan het beste op de PvdA, GroenLinks of SP stemmen. Van die partijen heeft de SP de radicaalste voornemens. En terwijl die partij ook een verlaging van de AOW-leeftijd voorstaat, zijn PvdA en GroenLinks, evenals de meeste andere partijen, daar juist tegen. Wilt u sociaaleconomische ongelijkheid vooral via het onderwijs bestrijden, stemt u dan op D66. Bent u tegen nivellering, dan kunt u juist beter gaan voor de VVD of een van de christelijke partijen.
Literatuur
  1. Mackenbach JP. Politiek is niets anders dan geneeskunde op grote schaal. Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:B1336.

  2. Kulhánová I, Hoffmann R, Eikemo TA, Menvielle G, Mackenbach JP. Sociaal-economische verschillen in sterfte naar doodsoorzaak. Eerste Nederlandse gegevens. Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:A8188.

  3. Zaat J. Trekken en duwen; de umc’s in het krachtenveld van onderzoek en zorg, een opera in 3 akten; acte 1, de NWA. Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:C3235.

  4. Keuzes in kaart 2018-2021. Een analyse van elf verkiezingsprogramma’s. Den Haag: Centraal Planbureau; 2017.

  5. Rapport Analyse leefomgevingseffecten verkiezingsprogramma’s 2017-2021. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving; 2017.

Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Journalistiek

Gerelateerde artikelen

Reacties