Slapeloosheid in het ziekenhuis

Klinische praktijk
Josephine M.J. Stoffels
Abel Thijs
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2018;162:D1546
Abstract
Download PDF

Toets voor nascholing (verlopen)

Aan dit leerartikel was een toets gekoppeld waarmee je nascholingspunten kon verdienen.

Bekijk de toets

Samenvatting

  • Elke nacht worden artsen in Nederlandse ziekenhuizen geconfronteerd met slapeloosheid onder opgenomen patiënten en staan ze voor de keuze om een slaapmiddel voor te schrijven.
  • Toch is niet goed onderzocht hoe nadelig slapeloosheid is voor opgenomen patiënten en welke gevolgen slapeloosheid heeft voor de ziekenhuisopname.
  • Uit een recente systematische review blijkt dat het niet bekend is of slapen onder invloed van slaapmedicatie, zoals melatonine of benzodiazepinen, een gunstige of ongunstige invloed heeft op klinische uitkomsten. Dit geldt ook voor niet-medicamenteuze interventies.
  • De bijwerkingen van melatonine zijn niet goed kwantitatief onderzocht. Het gebruik van benzodiazepinen is gerelateerd aan potentieel ernstige bijwerkingen zoals vallen, luchtweginfecties en een risico op verslaving.
  • Totdat betrouwbare wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn adviseren we terughoudendheid bij het voorschrijven van slaapmedicatie aan opgenomen patiënten.
Leerdoelen
  • Slapeloosheid bij opgenomen patiënten is een symptoom waarvan niet zeker is of het behandeld moet worden.
  • Van slaapmedicijnen, zoals melatonine en benzodiazepinen, is niet goed onderzocht of ze effectief zijn in het behandelen van slapeloosheid bij opgenomen patiënten en of ze een gunstig of ongunstig effect hebben op klinische uitkomsten van een opname.
  • Gebruik van benzodiazepinen geeft frequent bijwerkingen die ernstig kunnen zijn, zoals luchtweginfecties en vallen met botbreuken.
  • Omdat het nut en de veiligheid van slaapmedicatie bij opgenomen patiënten niet vaststaan, lijkt het verstandig om deze alleen bij wijze van uitzondering voor te schrijven.

artikel

Tijdens uw nachtdienst in het ziekenhuis wordt u gebeld door een verpleegkundige. Vanmiddag is een 53-jarige vrouw, zonder medische voorgeschiedenis, opgenomen vanwege erysipelas. Ze gebruikte in de thuissituatie geen medicatie. Omdat patiënte nu de slaap niet kan vatten, verzoekt de verpleegkundige u om temazepam voor te schrijven. Geeft u gehoor aan dit verzoek?

In dit artikel willen wij stilstaan bij slapeloosheid onder acuut opgenomen patiënten in het ziekenhuis. In de Engelse literatuur spreekt men onder andere van ‘acute insomnia’ of ‘sleep disturbances’; we kozen hier voor de term ‘acute slaapstoornis’. We bespreken wat er bekend is over de definitie en omvang van dit probleem. Ook proberen we vanuit een klinische invalshoek de voor- en nadelen van de verschillende behandelopties op een rij te zetten. Er zijn echter weinig goed opgezette, klinisch relevante onderzoeken over dit specifieke onderwerp. We komen toch tot een behandeladvies, maar staan daarom ook nadrukkelijk stil bij de kansen voor toekomstige onderzoekers.

Onze zoekstrategie naar relevante literatuur is weergegeven in de figuur.

Acute slaapstoornis bij opgenomen patiënt

Lijdt de slapeloze patiënt uit de casus aan het begin van dit artikel aan een acute slaapstoornis? Deze vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden omdat een eenduidige definitie van een acute slaapstoornis ontbreekt. Er is één klinische richtlijn over dit onderwerp voor ouderen die zijn opgenomen in een zieken- of verpleeghuis. In deze Nederlandse richtlijn worden elementen benoemd die een dergelijke slaapstoornis moet bevatten: het slaapprobleem moet nieuw zijn of acuut verergeren als begeleidend verschijnsel bij een opname, het moet van korte duur zijn en de patiënt moet het zelf ook als een slaapprobleem ervaren.1

De wijze waarop deze elementen worden vastgesteld is divers. Vaak wordt uitgegaan van parameters van ‘normale’ slaap, die aan het lichaam van de patiënt worden gemeten of door de patiënt of verpleegkundige worden gerapporteerd via vragenlijsten (zie uitleg).

Het ontbreken van een precieze definitie is een van de redenen dat er geen cijfers zijn over hoe vaak dit probleem voorkomt in Nederlandse ziekenhuizen. In- of doorslapen in het ziekenhuis is voor een meerderheid van de opgenomen patiënten wel moeilijker dan thuis, zo blijkt uit verschillende vragenlijstonderzoeken in het buitenland.2,3 Een belangrijk deel van de patiënten krijgt in het ziekenhuis ook voor het eerst slaapmedicatie voorgeschreven, meestal benzodiazepinen. In een Canadese studie gebeurde dit bij 29%,3 maar volgens een andere, veelgeciteerde studie geldt dit voor tot 88% van de opgenomen patiënten.4 We weten niet precies hoe vaak in ons land slaapmedicatie wordt voorgeschreven voor dit probleem.

Hoe nadelig is acute slaapstoornis voor opgenomen patiënt?

Er zijn verschillende typen nadelige gevolgen van een acute slaapstoornis te onderscheiden. Ten eerste is er de onprettige ervaring voor de patiënt van het wakker liggen in een ziekenhuis. Deze beleving is vermoedelijk de aanleiding voor de verpleegkundige uit de casus om de dienstdoende arts te bellen. Wij konden in wetenschappelijk onderzoek geen gegevens vinden over de impact die de belevenis van een slapeloze nacht heeft op de patiënt.

Verder is het belangrijk te weten of de patiënte uit de casus een groter risico heeft op een gecompliceerd beloop van haar erysipelas als ze niet goed slaapt. Ook over dit aspect ontbreken onderzoeksgegevens, zeker met betrekking tot klinische uitkomsten.

Daarnaast is het vaak moeilijk om een onderscheid te maken tussen patiënten die slecht slapen door omgevingsfactoren, zoals het lawaai van apparaten en personeel, of door hun ziekte. Het lijkt er bijvoorbeeld op dat er een relatie is tussen slaapdeprivatie en het optreden van complicaties, zoals het ontstaan van een delier, maar het is niet duidelijk of slaapdeprivatie de veroorzaker is van het delier of een uiting van dit ziektebeeld.5

In een ander bekend onderzoek vond men dat patiënten met brandwonden die een acute slaapstoornis hadden de volgende dag meer pijn ervoeren en hogere doseringen pijnmedicatie kregen dan patiënten met een goede nachtrust.6 Ook voor deze relatie geldt dat niet is uitgesloten dat de acute slaapstoornis een teken was van de pijn zelf. Inderdaad concludeerden de auteurs op basis van een prospectief onderzoek onder ouderen dat een gestoord slaappatroon een voorspeller is van mortaliteit, wat illustreert dat een slaapstoornis een manifestatie kan zijn van een onderliggende ziekte.7

Kortom, het is niet duidelijk of we de ziekenhuisopname van de patiënte uit de casus gunstig of – wellicht – ongunstig beïnvloeden als we ervoor kiezen haar acute slaapstoornis te behandelen. Mochten we hier toch toe overgaan, welke behandelopties zijn er dan?

Behandeling

Ontspanningstechnieken en lichttherapie

Er zijn verschillende vormen van niet-medicamenteuze behandeling van slapeloosheid bij opgenomen patiënten onderzocht, maar vrijwel alle studies over dit onderwerp zijn van lage kwaliteit, met een gebrek aan randomisatie, blindering en objectieve uitkomstmaten. Dit blijkt uit een systematische review uit 2013.8 Hierin werden niet-medicamenteuze behandelmogelijkheden voor een acute slaapstoornis in het ziekenhuis ingedeeld in drie groepen: (a) ontspanningstechnieken; (b) lichttherapie overdag ter bevordering van het natuurlijke dag-nachtritme; en (c) maatregelen om slaaphygiëne en ononderbroken slaap te bevorderen, bijvoorbeeld door geluidsoverlast door zorgactiviteiten te beperken. In de review werd hooguit een laag niveau van bewijs gevonden voor de effectiviteit van de verschillende interventies.8

Met name voor een ontspanningsprogramma met onder andere een rugmassage bestaan bescheiden aanwijzingen voor effectiviteit: de kwaliteit van slaap verbeterde in de interventiegroep (111 patiënten) volgens een zelfevaluatie.9 Ook kan lichttherapie met helder kunstlicht tot een iets langere slaapduur leiden.10

Onlangs werd een gerandomiseerd onderzoek gepubliceerd over het gebruik van slaapbevorderende maatregelen onder patiënten op een hartbewakingsafdeling. Patiënten die deze maatregelen gebruikten – een oogmasker, oordoppen en een machine met rustgevende geluiden – voelden zich overdag minder moe.11

De onderzoeken naar niet-medicamenteuze behandelopties zijn dus klein, niet goed opgezet en hanteren zelden klinisch relevante uitkomstmaten. Het is daarom de vraag of we de genoemde interventies zouden moeten toepassen op de patiënte met erysipelas uit de casus.

Slaapmedicatie

Heeft de patiënte inderdaad baat bij een slaaptablet, zoals de verpleegkundige uit de casus suggereerde? Recent is een systematische review gedaan naar medicamenteuze interventies om de slaap van opgenomen patiënten te verbeteren.12 Hierin werden 15 onderzoeken geïncludeerd onder 861 patiënten die waren opgenomen op de IC of op algemenere ziekenhuisafdelingen. De bestudeerde therapieën verschilden onderling ook sterk van elkaar: van dexmedetomidine-, propofol- of midazolampompen via verschillende oraal toegediende benzodiazepinen tot melatonine in variabele doseringen. Dit verhinderde meta-analyse voor de meeste interventies, evenals de lage kwaliteit van de meeste onderzoeken. Het enige positieve gepoolde effect betrof het gebruik van melatonine. Uit de meta-analyse bleek namelijk dat onder een kleine groep IC-patiënten die met een tracheacanule aan het ontwennen (‘weaning’) waren van beademing, inname van melatonine leidde tot 8% meer slaap gedurende de nacht.13,14 Deze patiëntengroep was echter niet representatief voor de gemiddelde opgenomen patiënt. Ook sliepen deze patiënten gemiddeld kort, namelijk 2,5 uur.13,14

Opvallend genoeg vond men in deze review ook geen positief gepoold effect van benzodiazepinen op slaapparameters.12 Dit is opvallend omdat benzodiazepinen bekend staan om hun slaapinducerend vermogen, ook al betreft dit vooral de oppervlakkige slaapstadia,15 en ze regelmatig worden voorgeschreven als slaapmiddel in het ziekenhuis. Het ontbrekende effect van benzodiazepinen wordt waarschijnlijk vooral veroorzaakt doordat de onderzoeken onderling zo sterk verschilden in welke benzodiazepine en welke doseringen werden gebruikt.

De richtlijn over slaapstoornissen bij opgenomen oudere patiënten adviseert om melatonine te gebruiken als middel van eerste keuze, als er een wens is om een slaapstoornis medicamenteus te behandelen.1 Dit advies is grotendeels gebaseerd op één klein onderzoek met als belangrijkste uitkomstmaat een vragenlijst over de kwaliteit van de eigen slaap.16

Nadelen van slaapmedicatie

Welke nadelige gevolgen kunnen we verwachten als we de patiënte uit de casus behandelen met een slaaptablet? En wat is de ernst hiervan?

Het belangrijkste praktische nadeel van melatonine is dat dit middel 1-2 uur vóór het slapengaan dient te worden ingenomen. Melatonine kan dus alleen worden gebruikt als op slapeloosheid wordt geanticipeerd. Veelvoorkomende bijwerkingen van melatonine – 0,1-1% volgens het Farmacotherapeutisch Kompas – zijn stemmingsklachten, duizeligheid, hoofdpijn, huidreacties en gastro-intestinale bijwerkingen.17 Ook wordt gewaarschuwd voor invloed op het reactie- en concentratievermogen de dag erna. De incidentie van deze bijwerkingen onder opgenomen patiënten in het ziekenhuis is niet bekend.

Het is ook niet precies bekend hoe groot de nadelige effecten zijn van incidenteel gebruik van een benzodiazepine tijdens een ziekenhuisopname. Er is wel een meta-analyse gedaan naar de gevolgen van kortdurend gebruik van benzodiazepinen voor een slaapstoornis bij mensen van 60 jaar of ouder uit de algemene populatie.18 Onder de samengevoegde gegevens van 2220 deelnemers vonden de auteurs van deze meta-analyse een ‘number needed to harm’ van 6 patiënten met een klein 95%-betrouwbaarheidsinterval (5-7). De bijwerkingen waren onder andere slaperigheid, moeheid, hoofdpijn, nachtmerries en gastro-intestinale bijwerkingen. In een subgroep van 1016 patiënten waarin ongelukken werden bijgehouden, resulteerde dit in 7 ernstige incidenten (6 valincidenten en 1 motorongeluk), waarvan 3 leidden tot botbreuken. Het positieve effect van benzodiazepinen was in deze analyse opvallend klein vergeleken met dat in andere studies. De auteurs wijten dit zelf aan een minder gunstige farmacodynamiek bij ouderen.18

Bij oudere mensen uit de algemene populatie komen bijwerkingen dus relatief vaak voor en soms resulteren deze in ernstige gebeurtenissen, zoals vallen. Er zijn weinig harde gegevens over of dit ook geldt voor opgenomen patiënten, hoewel dit niet onlogisch lijkt. In algemene zin is wel bekend dat het gebruik van sedativa bijdraagt aan zorggerelateerde schade. Dit blijkt uit een steekproef onder 4048 opgenomen patiënten in Nederlandse ziekenhuizen waarin 0,6% van de medicatiegerelateerde vermijdbare schade werd toegeschreven aan het gebruik van sedativa en hypnotica.19

In de klinische richtlijn wordt specifiek gewaarschuwd voor het risico op vallen, vooral bij gebruik van benzodiazepinen met een halfwaardetijd van langer dan 12 uur.1 Ook wordt terughoudendheid geadviseerd bij patiënten met een ernstige longaandoening vanwege het risico op ademdepressie.

Naast bovengenoemde bijwerkingen lijkt de relatie tussen het gebruik van een benzodiazepine en het oplopen van een infectie relevant om mee te wegen bij de behandelkeuze in het ziekenhuis. Ook deze relatie is echter alleen onderzocht onder eerstelijnspatiënten. In een retrospectief onderzoek van een grote database van eerstelijnspatiënten werd gevonden dat patiënten met een pneumonie in de 30 dagen daaraan voorafgaand significant vaker benzodiazepinen hadden gebruikt; de relatie had een oddsratio van 1,54 (95%-BI: 1,42-1,67).20

Een meta-analyse van placebogecontroleerde studies van hypnotica, inclusief andere middelen dan benzodiazepinen, vond dat 1 op de 15 gebruikers van een hypnoticum een infectie kreeg tegenover 1 op de 22 gebruikers van een placebo gedurende een blootstelling van gemiddeld 36 dagen.21 Temazepam en lorazepam, die in Nederland vaak worden voorgeschreven, werden echter niet specifiek onderzocht, en de behandelduur lijkt gemiddeld langer dan die tijdens een opname.

Ten slotte is er een risico op afhankelijkheid bij ten minste een deel van de benzodiazepinegebruikers na blootstelling gedurende enkele weken tot maanden.22 Hoe snel opgenomen patiënten dit risico lopen en in welke mate is niet bekend. Ook ontbreken gegevens over hoe vaak benzodiazepinen worden gecontinueerd in de thuissituatie na een ziekenhuisopname.

Vervolg casus

Bij de patiënte uit de casus zou het wat ons betreft verstandig zijn om af te wegen of ze lijdt aan een slaapstoornis door verstoringen op de afdeling of als uiting van een onderliggende ziekte, zoals pijn of een delier, die een andere behandeling behoeft. Daarnaast is het goed om te realiseren dat er ook niet-medicamenteuze behandelopties zijn, ook al zijn deze net zo min bewezen effectief als medicamenteuze. Bij aanhoudende slaapproblemen tijdens de opname kan hierop geanticipeerd worden door melatonine voor te schrijven. Het voorschrijven van een benzodiazepine is daarmee een alternatief voor andere behandelopties.

Conclusie

Elke dag worden we in Nederlandse ziekenhuizen geconfronteerd met een acute slaapstoornis onder opgenomen patiënten en zijn we genoodzaakt een behandelkeuze te maken, zoals we illustreerden met de casus. Harde gegevens over hoe frequent slaapmedicatie wordt voorgeschreven ontbreken, maar uit een rondvraag in ons eigen ziekenhuis krijgen we de indruk dat in dergelijke situaties regelmatig gekozen wordt voor medicamenteuze behandeling met een benzodiazepine.

Het is echter niet zeker of slapeloosheid een symptoom is dat we moeten bestrijden. We weten ook niet of slapen onder invloed van slaapmedicatie een gunstige of ongunstige invloed heeft op klinische uitkomsten. Daarentegen zijn er wel enige gegevens over de nadelige effecten van slaapmedicatie, vooral benzodiazepinen, die ernstig kunnen zijn: vallen met botbreuken, een risico op afhankelijkheid en vermoedelijk ook infecties. Voor het maken van een behandelkeuze is het wat ons betreft belangrijk dat artsen zich hiervan bewust zijn en dat zij voorlichting hierover ook geven aan verpleegkundigen; niet zelden is de verpleegkundige degene die het initiatief neemt om een slaapmedicijn te overwegen.

Om ons collectieve gebrek aan kennis over dit onderwerp te verhelpen zijn goed opgezette observationele studies en interventiestudies noodzakelijk. In dergelijke onderzoeken zou ‘slaap’ op meerdere manieren gemeten moeten worden, zowel met biologische parameters als met zelfevaluaties. Interventiestudies zouden idealiter niet-medicamenteuze behandelingen, melatonine en benzodiazepinen moeten onderzoeken. In dergelijke onderzoeken zou naast aandacht voor het acute probleem van de slapeloosheid nadrukkelijk ook aandacht moeten zijn voor andere klinische uitkomsten, zoals opnameduur en het risico op complicaties. Bij de huidige stand van zaken blijft het advies om terughoudend te zijn met het voorschrijven van slaapmedicatie aan opgenomen patiënten.

Literatuur
  1. Evidence-based richtlijn nieuwe of verergerende slaapproblemen bij acuut opgenomen ouderen in het ziekenhuis of verpleeghuis. Utrecht: Nederlandse Internisten Vereniging; 2015.

  2. Southwell MT, Wistow G. Sleep in hospitals at night: are patients’ needs being met? J Adv Nurs. 1995;21:1101-9. Medlinedoi:10.1046/j.1365-2648.1995.21061101.x

  3. Frighetto L, Marra C, Bandali S, Wilbur K, Naumann T, Jewesson P. An assessment of quality of sleep and the use of drugs with sedating properties in hospitalized adult patients. Health Qual Life Outcomes. 2004;2:17. Medlinedoi:10.1186/1477-7525-2-17

  4. Flaherty JH. Insomnia among hospitalized older persons. Clin Geriatr Med. 2008;24:51-67. doi:10.1016/j.cger.2007.08.012

  5. Weinhouse GL, Schwab RJ, Watson PL, et al. Bench-to-bedside review: delirium in ICU patients - importance of sleep deprivation. Crit Care. 2009;13:234. Medlinedoi:10.1186/cc8131

  6. Raymond I, Ancoli-Israel S, Choinière M. Sleep disturbances, pain and analgesia in patients hospitalized for burn injuries. Sleep Med. 2004;5:551-9. Medline

  7. Manabe K, Matsui T, Yamaya M, et al. Sleep patterns and mortality among elderly patients in a geriatric hospital. Gerontology. 2000;46:318-22. Medlinedoi:10.1159/000022184

  8. Tamrat R, Huynh-Le MP, Goyal M. Non-pharmacologic interventions to improve the sleep of hospitalized patients: a systematic review. J Gen Intern Med. 2014;29:788-95. Medlinedoi:10.1007/s11606-013-2640-9

  9. McDowell JA, Mion LC, Lydon TJ, Inouye SK. A nonpharmacologic sleep protocol for hospitalized older patients. J Am Geriatr Soc. 1998;46:700-5. Medlinedoi:10.1111/j.1532-5415.1998.tb03803.x

  10. Wakamura T, Tokura H. Influence of bright light during daytime on sleep parameters in hospitalized elderly patients. J Physiol Anthropol Appl Human Sci. 2001;20:345-51. Medlinedoi:10.2114/jpa.20.345

  11. Farrehi PM, Clore KR, Scott JR, Vanini G, Clauw DJ. Efficacy of sleep tool education during hospitalization: a randomized controlled trial. Am J Med. 2016;129:1329.e9-17. Medlinedoi:10.1016/j.amjmed.2016.08.001

  12. Kanji S, Mera A, Hutton B, et al. Pharmacological interventions to improve sleep in hospitalised adults: a systematic review. BMJ Open. 2016;6:e012108. Medlinedoi:10.1136/bmjopen-2016-012108

  13. Bourne RS, Mills GH, Minelli C. Melatonin therapy to improve nocturnal sleep in critically ill patients: encouraging results from a small randomised controlled trial. Crit Care. 2008;12:R52. Medlinedoi:10.1186/cc6871

  14. Ibrahim MG, Bellomo R, Hart GK, et al. A double-blind placebo-controlled randomised pilot study of nocturnal melatonin in tracheostomised patients. Crit Care Resusc. 2006;8:187-91 Medline.

  15. Young JS, Bourgeois JA, Hilty DM, Hardin KA. Sleep in hospitalized medical patients, part 1: factors affecting sleep. J Hosp Med. 2008;3:473-82. Medlinedoi:10.1002/jhm.372

  16. Andrade C, Srihari BS, Reddy KP, Chandramma L. Melatonin in medically ill patients with insomnia: a double-blind, placebo-controlled study. J Clin Psychiatry. 2001;62:41-5. Medlinedoi:10.4088/JCP.v62n0109

  17. Melatonine. Farmacotherapeutisch Kompas. www.farmacotherapeutischkompas.nl, geraadpleegd op 11 februari 2017.

  18. Glass J, Lanctôt KL, Herrmann N, Sproule BA, Busto UE. Sedative hypnotics in older people with insomnia: meta-analysis of risks and benefits. BMJ. 2005;331:1169-73. Medlinedoi:10.1136/bmj.38623.768588.47

  19. Langelaan M, et al. Monitor zorggerelateerde schade 2011/2012. Dossieronderzoek in Nederlandse ziekenhuizen. Utrecht: NIVEL; 2013.

  20. Obiora E, Hubbard R, Sanders RD, Myles PR. The impact of benzodiazepines on occurrence of pneumonia and mortality from pneumonia: a nested case-control and survival analysis in a population-based cohort. Thorax. 2013;68:163-70. Medlinedoi:10.1136/thoraxjnl-2012-202374

  21. Joya FL, Kripke DF, Loving RT, Dawson A, Kline LE. Meta-analyses of hypnotics and infections: eszopiclone, ramelteon, zaleplon, and zolpidem. J Clin Sleep Med. 2009;5:377-83 Medline.

  22. Wat is verkeerd aan het voorschrijven van slaapmiddelen? Geneesmiddelenbulletin. 2005;39:73-9.

  23. Kushida CA, Littner MR, Morgenthaler T, et al. Practice parameters for the indications for polysomnography and related procedures: an update for 2005. Sleep. 2005;28:499-521. Medlinedoi:10.1093/sleep/28.4.499

  24. Lauderdale DS, Knutson KL, Yan LL, Liu K, Rathouz PJ. Self-reported and measured sleep duration: how similar are they? Epidemiology. 2008;19:838-45. Medlinedoi:10.1097/EDE.0b013e318187a7b0

Auteursinformatie

VUmc, afd. Interne Geneeskunde, Amsterdam.

Dr. J.M.J. Stoffels, arts-assistent interne geneeskunde; dr. A. Thijs, internist.

Contact dr. J.M.J. Stoffels (j.stoffels@vumc.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Verantwoording

René Otten, medisch informatiespecialist, Vrije Universiteit Amsterdam, hielp bij het opstellen van de zoekstrategie.

Auteur Belangenverstrengeling
Josephine M.J. Stoffels ICMJE-formulier
Abel Thijs ICMJE-formulier
Uitlegkader

Gerelateerde artikelen

Reacties

Sjanne
Bosman

Zoals het artikel “Slapeloosheid in het ziekenhuis” duidelijk en goed beschrijft is het lastig om te beslissen wat je gaat doen als een opgenomen patiënt niet kan slapen. Meestal wordt  op verzoek van de verpleegkundige, gestart met een medicamenteuze behandeling. Dit is met name een probleem bij kwetsbare oudere opgenomen patiënten, die veel sneller bijwerkingen van (sederende)medicatie ervaren. De vraag is natuurlijk of er een veiligere alternatief bestaat dan benzodiazepines. Melatonine lijkt, ondanks wat in het artikel beschreven staat, wel een veilig alternatief zonder ernstige bijwerkingen (1). Maar er is onvoldoende literatuur over of deze medicatie daadwerkelijk effectief is  in de ziekenhuispopulatie.

In de laatste alinea staat beschreven dat er goed opgezette studies noodzakelijk zijn om het collectieve gebrek aan kennis over slaapproblemen te verbeteren.  Juist deze week is een multicenter randomized clinical trial (RCT) gestart, de trial gaat uitgevoerd worden in 4 Nederlandse ziekenhuizen.  Deze studie vergelijkt de werkzaamheid en veiligheid van melatonine, temazepam en placebo bij acuut in het ziekenhuis opgenomen ouderen: de MATCH-studie (NTR 6908). In dit onderzoek wordt naar de ervaren kwaliteit van slaap van de patiënten gekeken en met een actiwatch wordt de fragmentatie van slaap en de slaapefficiëntie gemeten. Aan de hand van de resultaten van deze studie zou in de toekomst een advies kunnen worden geven over  wat nu de beste behandeling is acute slaapstoornissen bij ouderen in het ziekenhuis.

  1. Buscemi N, Vandermeer B, Hooton N, et al. The efficacy and safety of exogenous melatonin for primary sleep disorders. A meta-analysis. J Gen Intern Med 2005;20:1151–8.

Drs. Sjanne Bosman, arts-onderzoeker, Universitair Centrum Ouderengeneeskunde, UMCG

Drs. Fiona Stenveld, arts-onderzoeker, Universitair Centrum Ouderengeneeskunde, UMCG

Prof.dr. Sophia E. de Rooij, Universitair Centrum Ouderengeneeskunde, UMCG

Josephine
Stoffels


Wij willen collega’s Bosman, Stenveld en De Rooij vriendelijk bedanken voor hun waardevolle aanvullingen. Zoals opgemerkt, beschrijft de geciteerde systematische review de effecten van melatonine op patiënten buiten het ziekenhuis. Hoewel er geen aanwijzingen zijn voor ernstige bijwerkingen in de literatuur die voor deze review werd bestudeerd, valt op dat de totale groep patiënten slechts klein is (222 patiënten). Daarom moet, zoals in de review zelf ook wordt opgemerkt, rekening gehouden worden met onderraportage van bijwerkingen. We kijken mede hierom uit naar de resultaten van het onderzoek dat deze collega’s gaan uitvoeren, waarin ook bijwerkingen onderzocht zullen worden.
Daarnaast beschrijven wij ook in ons artikel, dat de uitkomstmaten van onderzoek naar een acute slaapstoornis lastig te definiëren zijn. Kwaliteit van slaap is een belangrijke uitkomstmaat die kan worden gemeten met zelfrapportage en objectieve parameters. Ook opnameduur kan een relevante uitkomstmaat zijn. Wellicht zijn ook de gevolgen van een acute slaapstoornis op het ziektebeloop belangrijk om te meten. Verder is het optimaliseren van niet-farmacologische behandelmogelijkheden geen sinecure. We zien uit naar de uitkomsten van het genoemde onderzoek, en gaan er vanuit dat enkele van de vragen rondom acute slaapstoornissen in het ziekenhuis hiermee beantwoord zullen worden.

namens de auteurs,

Josephine Stoffels, aios interne geneeskunde, VU Medisch Centrum