Richtlijn 'Melanoom' (3e herziening)
Open

Richtlijnen
19-08-2005
J.J.E. van Everdingen, H.J. van der Rhee, C.C.E. Koning, O.E. Nieweg, W.H.J. Kruit, J.W.W. Coebergh en D.J. Ruiter

– De 3e herziene richtlijn ‘Melanoom’ heeft een evidence-based karakter. Een aantal uitkomsten wordt in dit artikel samengevat.

– Dermatoscopie verdient een vaste plaats te krijgen in de klinische diagnostiek van gepigmenteerde huidafwijkingen.

– De pathologische bevindingen na een diagnostische excisie dienen zorgvuldig te worden vastgelegd, zoals: de anatomische lokalisatie, de aard van de ingreep, de excisiemarge, de diagnose, de Breslow-dikte en de volledigheid van de verwijdering.

– De schildwachtklieringreep dient gereserveerd te blijven voor patiënten die zo goed mogelijk geïnformeerd willen zijn over hun prognose. De procedure behoort niet tot de standaarddiagnostiek.

– Bij het onderzoek van de schildwachtklier dienen kleuringen op specifieke markers plaats te vinden en op meerdere niveaus.

– Bij de therapeutische reëxcisie van een melanoom worden de volgende marges van niet-afwijkende huid aanbevolen: in-situmelanoom: 0,5 cm; bij een Breslow-dikte tot en met 2 mm: 1 cm; bij een Breslow-dikte van meer dan 2 mm: 2 cm.

– Het pathologisch onderzoek van een reëxcisiepreparaat hangt af van de volledigheid waarmee de eerste afwijking is verwijderd.

– Systemische adjuvante behandeling van melanoompatiënten wordt, buiten studieverband, niet aanbevolen.

– Patiënten met een gemetastaseerd melanoom worden bij voorkeur in studieverband behandeld. Bij behandeling buiten studieverband is dacarbazine aangewezen.

– Er is geen onderzoek waaruit blijkt dat de overlevingskansen verbeteren door frequente follow-up. Follow-up kan echter nuttig zijn voor de informatiebehoefte van patiënten en de zorgbehoefte van artsen.

Ned Tijdschr Geneeskd 2005;149:1839-43