Academisch Ziekenhuis, Beatrix Kinderkliniek, afd. Kindergeneeskunde, sectie Kinderlongziekten, Postbus 30.001, 9700 RB Groningen.
Prof.dr.E.J.Duiverman en B.L.Rottier, kinderartsen-pulmonologen.
Catharina-ziekenhuis, afd. Kindergeneeskunde, Eindhoven.
Dr.H.J.L.Brackel, kinderarts-pulmonoloog.
Erasmus Medisch Centrum, locatie Sophia Kinderziekenhuis, afd. Kindergeneeskunde, onderafd. Kinderlongziekten, Rotterdam.
Dr.P.J.F.M.Merkus, kinderarts-pulmonoloog.
Isala Klinieken, afd. Kindergeneeskunde, Zwolle.
Dr.P.L.P.Brand, kinderarts-pulmonoloog.
(e.j.duiverman@bkk.azg.nl).
Verantwoording
Namens de sectie Kinderlongziekten van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde; degenen die bij deze richtlijn waren betrokken, staan aan het eind van dit artikel vermeld.
(Geen onderwerp)
Groningen, oktober 2003,
Recent werd de herziene richtlijn ‘Astmabehandeling bij kinderen’ gepubliceerd in dit tijdschrift (2003:1909-13). Uit verschillende reacties is gebleken dat er verwarring ontstaan is over de begrippen ‘intermitterend’ en ‘persisterend’ astma. Er wordt van intermitterend astma gesproken als er minder dan 1 maal per week in verband met kortdurende klachten een kortwerkende luchtwegverwijder nodig is, terwijl de patiënt verder klachtenvrij is. In dit geval zijn er ook perioden waarin helemaal geen klachten aanwezig zijn. Er is geen indicatie voor onderhoudsbehandeling (stap 1). Er wordt van persisterend astma gesproken als er frequent (> 1 maal per week) astmaklachten zijn, met daarnaast regelmatig exacerbaties. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in een lichte vorm (< 1 exacerbatie per maand), een matige vorm (1 exacerbatie per maand tot 1 per week) en een ernstige vorm (1 of meerdere exacerbaties per week). In deze gevallen is er een indicatie voor onderhoudsbehandeling met inhalatiesteroïden (stap 2-4) en mogelijk tevens voor behandeling met een langwerkende luchtwegverwijder en/of een leukotrieenreceptorantagonist (stap 3-4).