Ranke en de moderne heelkunde in Groningen

Perspectief
Jan van Gijn
Joost P. Gijselhart
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A5160
Abstract
Download PDF

In de tweede helft van de 19e eeuw maakt de geneeskunde een snelle groei door – voor Nederland soms té snel. Het woord ‘specialist’ duikt in 1883 voor het eerst op in de vaderlandse annalen, maar specialistenregisters komen pas 50 jaar later.1 Bij de benoeming van hoogleraren in nieuwe en veranderende disciplines zoals de heelkunde moeten de medische faculteiten daarom nogal eens op zoek buiten de landsgrenzen, in het bijzonder in Duitsland en Oostenrijk. Daar bevindt zich dan het zwaartepunt van de medische wetenschap, zoals Parijs dat in de eerste helft van de 19e eeuw was. Vooral de heelkunde kent een stormachtige ontwikkeling, door zowel technische veranderingen als de opkomst van de anesthesie (vanaf 1846) en de antisepsis (vanaf 1867).

In Groningen heeft de chirurgie een nieuwe impuls nodig door de ziekte van Jan Hissink Jansen (1816-1886). Deze hoogleraar chirurgie, benoemd in 1850, doceert aanvankelijk ook fysiologie, pathologische anatomie en histologie. Na 1860 is hij door zwakte steeds minder in staat om te opereren, laat staan de nodige vernieuwingen in te voeren.2 Zo komen de Groningse curatoren terecht bij Hans Rudolph Ranke, een 29-jarige, nog ongehuwde assistent van de beroemde Richard von Volkmann (1830-1889), in de universiteitskliniek te Halle (Saksen-Anhalt). Ranke is in 1849 geboren in Kaiserswerth – tussen Duisburg en Düsseldorf –, heeft ook in Halle gestudeerd en is er in 1873 gepromoveerd.3 Vervolgens publiceert hij over het effect op bacteriegroei van wondverband dat volgens de methode van Joseph Lister (1827-1912) is gedrenkt in carbolzuur (tegenwoordig fenylalcohol of fenol genoemd).4 Vermoedelijk is het vooral dit werk dat in Nederland de aandacht trekt.

Figuur 1

In 1878 wordt Ranke benoemd in Groningen (figuur 1). Hij treft in de kliniek met 57 bedden slechts 1 geopereerde patiënt aan, mede door een recente sluiting vanwege een epidemie van erysipelas (figuur 2).2,5 Infectieziekten teisteren nog regelmatig de stadsbevolking (40.000 inwoners), al is de kwaliteit van het drinkwater verbeterd na de invoering van het zogenaamde tonnensysteem. De functie van waarnemend hoofd van de afdeling Chirurgie is tot dan toe vervuld door een 73-jarige ‘chirurg’, oorspronkelijk assistent van een dierenarts. Het hulppersoneel bestaat uit ongeschoolde knechts, onder wie voormalige soldaten of gevangenen; zij moeten ook voor de schoonmaak zorgen. Voor de wondverzorging zijn patiënten vaak op zichzelf of op familieleden aangewezen, al gaat in datzelfde jaar 1878 in Noord-Holland de eerste opleiding voor vrouwelijke verpleegkundigen van start.

Figuur 2

Ranke voert direct de antiseptische methode in. Overigens gebeurt dit min of meer gelijktijdig in andere Nederlandse ziekenhuizen, te beginnen in 1874 te Amsterdam, door prof.dr. C.L. Wurfbain (1837-1904). Voor elke operatie vindt desinfectie met fenol plaats van de kamer, het operatieterrein, de instrumenten en de operateurs; als de wond niet goed te spoelen is, bijvoorbeeld bij een laparotomie, wordt tijdens de operatie nog een keer of twee het operatieterrein besproeid.5 Voor het desinfecteren van het wondverband is Ranke al in Halle thymol gaan gebruiken. Deze stof, weliswaar iets kostbaarder dan fenol, heeft niet de nadelen van een sterke vochtafscheiding uit de wond en de onaangename geur. De methode was niet onomstreden, al werd deze ook door anderen in Duitsland toegepast.6 Ranke is zeer tevreden over het thymolverband: hij meldt dat geen enkele nieuwe infectie is opgetreden bij 97 achtereenvolgende mastectomieën en 43 poliklinische incisies wegens hydrocele.5 Dit telt des te meer omdat de kliniek niet strikt aseptisch is, zoals de kliniek in Halle; de Nederlandse overheid verplicht namelijk tot de opname van patiënten met infectieziekten en isolatie is nauwelijks mogelijk. Ranke’s maatregelen voorkómen veel wondinfecties; alleen tegen tetanusinfecties is geen kruid gewassen.

Al spoedig groeit het aantal operaties naar 250 per jaar; naast mastectomieën gaat het vooral om amputaties van ledematen en resecties van gewrichten.5 Daarnaast worden dagelijks 20 tot 30 patiënten poliklinisch behandeld. Tragisch genoeg sterft Ranke in januari 1887, 37 jaar oud, 8 jaar na zijn komst naar Nederland. Hij wordt 2 jaar later opgevolgd door de Nederlander C.F.A. Koch (1859-1950), die meer dan zijn voorganger zal samenwerken met internisten. Het overlijdenscertificaat van Ranke vermeldt longoedeem en nierontsteking.2 Zijn bibliotheek vermaakt hij aan de Groningse Universiteit. De stad heeft een straat naar hem vernoemd, niet ver van het Universitair Medisch Centrum aan de Oostersingel.

Literatuur
  1. Juch A. De medische specialisten in de Nederlandse gezondheidszorg. Hun manifestatie en consolidatie, 1890-1941. Rotterdam: Erasmus publishing; 2000.

  2. Klasen HJ. Hans Rudolph Ranke, professor of surgery at Groningen, and the conditions in which he worked 100 years ago. Arch Chir Neerl. 1978;30:191-7 Medline.

  3. Ranke HR. Über Beugungsluxation der Lendenwirbel. Halle: Plötz; 1873.

  4. Lister J. On the antiseptic principle in the practice of surgery. BMJ. 1867;2:246-8 Medline. doi:10.1136/bmj.2.351.246

  5. Ranke HR. Ueber die die antiseptische Wirksamkeit des Thymol-Gaze-Verbandes nach Versuchen in der Groninger chirurgischen Klinik. Arch Klin Chir. 1883;28:526-47.

  6. Hanlo J. De rotting en gistingwerende werking van het thymol (referaat). Ned Tijdschr Geneeskd. 1875;19:696-7.NTvG

Auteursinformatie

Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, Amsterdam.

Prof.dr. J. van Gijn, curator medisch-historische bibliotheek; drs. J.P. Gijselhart, cultuurfilosoof en bibliothecaris.

Contact prof.dr. J. van Gijn (jan@vangijn.com)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: J.P. Gijselhart heeft een deeltijdaanstelling bij de Vereniging Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.
Aanvaard op 6 september 2012

Gerelateerde artikelen

Reacties

Jan
van den Dungen

Met belangstelling heb ik de bijdrage over Professor Ranke,hoogleraar in de Heelkunde in Groningen gelezen. De auteurs stellen dat hij werd opgevolgd door Carel Koch.

Met als bron het gedenkboek Academia Groningana uit 1914 meen ik dat Ranke werd opgevolgd door Johan Korteweg. Korteweg werd geboren op 13 augustus 1851 in s’Hertogenbosch en studeerde in Leiden wis en natuurkunde en daarna geneeskunde. In 1875 werd hij arts en in 1877 doctor in de Geneeskunde met een dissertatie Over de oorzaken der breukbeklemming. Hij gaf na het overlijden van Polano   kortdurend leiding aan de Leidse Heelkundige kliniek.  Daarna was hij van 1879 tot 1887 werkzaam in het Israëlitisch ziekenhuis in Amsterdam.

Op 24 maart 1887 aanvaardde Korteweg het hoogleraarsambt aan de Rijksuniversiteit Groningen met de rede: Heelkunde een wetenschap? Al in 1889 keerde Korteweg als hoogleraar naar Amsterdam terug. In 1901 keerde Korteweg terug naar de Leidse kliniek om van Iterson op te volgen. Korteweg werd in Groningen opgevolgd door zijn voormalig assistent C.F.A.Koch.

Jan van den Dungen, chirurg, UMCG

Referentie:
Academia Groningana MDCXIV-MCMXIV Gedenkboek ter gelegenheid van het derde eeuwfeest der Universiteit te Groningen uitgegeven in opdracht van den Academischen Senaat. Drukkerij P.Noordhoff MCMXIV

Jan
van Gijn

Collega van den Dungen heeft gelijk. Tussen het overlijden van Ranke en de benoeming van Koch is Korteweg twee jaar hoogleraar heelkunde in Groningen geweest, voor hij weer terug ging naar het Westen.

Jan van Gijn