Psychiatrische morbiditeit onder volwassenen in Nederland: het NEMESIS-onderzoek. I. Doelstellingen, opzet en methoden
Open

Onderzoek
16-12-1997
R.V. Bijl, G. van Zessen, A. Ravelli, C. de Rijk en Y. Langendoen

Doel.

Vaststellen van prevalentie, incidentie en beloop van psychiatrische stoornissen bij niet in instellingen verblijvende Nederlandse volwassenen.

Opzet.

Prospectief en transversaal.

Plaats.

Trimbos-instituut, Utrecht.

Methode.

In 1996 werden, via steekproeven van achtereenvolgens gemeenten en huishoudens, 7076 mannen en vrouwen van 18-64 jaar thuis geïnterviewd. Het belangrijkste diagnostische instrument was de ‘Composite international diagnostic interview’ (CIDI), waarmee wordt vastgesteld of (ooit) stoornissen volgens de Diagnostic and statistical manual of mental disorders, 3e herziene druk (DSM-III-R), aanwezig zijn (geweest). De diagnostische categorieën waren: stemmingsstoornissen, angststoornissen, eetstoornissen, schizofrenie en andere niet-affectieve psychotische stoornissen, en afhankelijkheid en misbruik van psychoactieve middelen. Bij de analyse werd poststratificatiecorrectie uitgevoerd door middel van een weging voor sekse, leeftijd, burgerlijke staat en stedelijkheid op grond van achtergrondgegevens over de bevolking.

Resultaten.

De resultaten van de eerste meting (1996) staan in het volgende artikel (1997:2453-60). De respons op de eerste meting was 64,2. Er waren geen aanwijzingen dat de psychiatrische morbiditeit van de non-responders afweek van die van de respondenten. In 1997 (12 maanden na de eerste meting) zal een tweede meting bij dezelfde groep respondenten worden uitgevoerd en in 1999 (36 maanden na de eerste meting) een derde.