Prenataal vastgestelde orofaciale schisis
Open

Stand van zaken
20-05-2009
Niek Exalto, Titia E. Cohen-Overbeek, Leon N.A. van Adrichem, Gretel G. Oudesluijs, A.J.M. (Jeanette) Hoogeboom en Hajo I.J. Wildschut
  • In toenemende mate zouden zwangerschappen worden afgebroken na prenatale detectie van orofaciale schisis tijdens het structureel echoscopisch onderzoek.

  • Na analyse van de getallen en literatuuronderzoek blijkt het hier om incidenten te gaan.

  • Bij de interpretatie van prenatale detectiecijfers moet men onderscheid maken tussen de geïsoleerde en de veelvoorkomende geassocieerde vorm, waarbij andere, bijkomende, veelal ernstige structurele of chromosomale afwijkingen worden gezien. De echoscopische detectiekans van de geïsoleerde vorm is laag en varieert in de literatuur van 18-56%.

  • In samenspraak met alle centra voor prenatale geneeskunde is met betrekking tot orofaciale schisis een zorgplan opgesteld voor diagnostiek (aan de hand van geavanceerd echoscopisch onderzoek en karyotypering), begeleiding (door klinisch-genetische consulten, plastische chirurgie en psychosociale hulpverlening) en behandeling (aan de hand van een perinataal beleidsplan). Wanneer er bijkomende ernstige aangeboren afwijkingen zijn, kan afbreking vóór de 24e week van de zwangerschap worden overwogen.