Praktische leidraad voor gebruik van colistine

Anneke C. Dijkmans
Erik B. Wilms
Ingrid M.C. Kamerling
Willem Birkhoff
Cees van Nieuwkoop
Henri A. Verbrugh
Daan J. Touw
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:A7445
Abstract
Download PDF

Samenvatting

  • Colistine (polymyxine E) bindt zich aan de celwand van gramnegatieve bacteriën, waarop osmotische destructie van de bacterie volgt.
  • Colistine is sinds de introductie in 1959 weinig gebruikt vanwege het frequent optreden van nefrotoxiciteit en, in mindere mate, neurotoxiciteit.
  • Het gebruik bleef beperkt tot bestrijding van Pseudomonas aeruginosa bij patiënten met cystische fibrose. Daarnaast is oraal colistine onderdeel van het recent geïntroduceerde regime voor selectieve darmdecontaminatie bij patiënten op de intensive care.
  • Intraveneuze toediening van colistine wordt tegenwoordig steeds vaker toegepast voor de bestrijding van multiresistente micro-organismen. Monotherapie met colistine kan leiden tot resistentievorming. Daarom wordt alleen combinatietherapie geadviseerd.
  • De prodrug colistinemethaatnatrium is minder toxisch en wordt in vivo deels omgezet tot de actieve stof colistine; colistine wordt renaal geklaard.
  • De praktijk wordt gehinderd door gebrek aan uniformiteit en standaardisatie in gebruikte namen, doseringseenheden, doseringsadviezen en methoden van concentratie- en gevoeligheidsbepalingen.
Leerdoelen
  • Colistine is een bactericide antibioticum dat in de jaren 70 in onbruik raakte na meldingen van nefrotoxiciteit en neurotoxiciteit.
  • Colistine is mogelijk minder toxisch dan aanvankelijk werd gedacht, maar de dosering moet wel worden aangepast op geleide van de nierfunctie.
  • Voor ernstig zieke patiënten die lijden aan infecties met multiresistente bacteriën is colistine soms het laatste redmiddel.
  • Colistine moet in combinatie met andere antimicrobiële middelen worden gegeven om ontwikkeling van resistentie te voorkomen.

Colistine werd in 1949 voor het eerst geïsoleerd uit Bacillus polymyxa var. colistinus en kwam in 1959 op de markt.1 Al snel bleek dat colistine identiek was aan polymyxine E.2 In de jaren 60 werd veel onderzoek gedaan naar de diverse vormen van polymyxines (A tot en met E), waaronder colistine. Vanwege vermeende nefrotoxiciteit en neurotoxiciteit raakte het middel in de jaren 70 in onbruik. Tegenwoordig is colistine soms het laatste redmiddel voor ernstig zieke patiënten die lijden aan infecties met multiresistente bacteriën. Het is cruciaal dat colistine zorgvuldig wordt ingezet.

In dit artikel gaan wij in op het werkingsmechanisme, de farmacologische aspecten, de indicaties en de toxiciteit van colistine.

Werkingsmechanisme

Colistine zelf is een mengsel van polypeptiden waarvan colistine A (= polymyxine E1) en colistine B (= polymyxine E2) de hoofdcomponenten vormen. De verhouding tussen colistine A en colistine B verschilt per producent. De meeste studies naar het werkingsmechanisme zijn verricht met polymyxine B; het werkingsmechanisme van andere polymyxines, inclusief colistine, wordt geacht hetzelfde te zijn.2

De polymyxines binden aan en beschadigen de lipopolysacharide(LPS)-component van de buitenmembraan van gramnegatieve bacteriën.3 Door de binding van polymyxines aan het lipide-A-gedeelte van LPS gaat de LPS-structuur verloren en neemt de permeabiliteit van de celenvelop toe. Daardoor lekt de celinhoud weg en sterft de bacterie.4-6 Dit proces heet osmotische destructie. Grampositieve bacteriën bezitten geen LPS in hun celwand en zijn daarom niet gevoelig voor polymyxines.

Polymyxines penetreren het cytoplasma, gaan een interactie aan met kernmateriaal en ribosomen, en doden de bacterie ook op deze manier.7 De bactericide activiteit van polymyxines kan verstoord worden door fysiologische concentraties van calcium en magnesium.8 Dit fenomeen verstoort de in-vitrobepaling van de gevoeligheid voor colistine en is een van de redenen waarom de bepaling van de gevoeligheid voor colistine nog niet gestandaardiseerd is.

Verschillende namen, verschillende sterktes

Colistine bestaat in 2 vormen: colistinesulfaat en colistinemethaatnatrium. Deze laatste is een prodrug die wordt omgezet in een complex mengsel van gedeeltelijk gesulfamethyleerde derivaten en deels in het antibiotisch werkzame colistine. Colistinemethaatnatrium is minder toxisch dan colistine, zowel bij intraveneuze toediening als bij inhalatie.9,10 Colistinemethaatnatrium wordt ook wel aangeduid als colistinepentanatriummesilaat, natriumcolistinemethaansulfaat of colistinesulfomethaatnatrium. In de literatuur worden de termen ‘colistine’, ‘colistinesulfaat’ en ‘colistinemethaatnatrium’ door elkaar gebruikt, maar de stoffen zijn niet identiek.

Niet alleen wordt de benaming inconsistent gebruikt, ook de vergelijkbaarheid in de klinische praktijk wordt bemoeilijkt doordat per land verschilt in welke eenheden colistinemethaatnatriumproducten worden uitgedrukt. Zo gebruikt men in Europa vooral de internationale eenheid (IE), terwijl in Amerika, Australië en Oost-Azië ‘milligram colistinebase-activiteit’ (CBA) wordt gebruikt.11 De volgende omrekenfactoren kunnen worden gebruikt: 1 mg colistine komt overeen met 1,5 mg colistinesulfaat en met 2,4 mg colistinemethaatnatrium. In internationale eenheden komt 1 mg colistinesulfaat overeen met minimaal 19.000 IE en 1 mg colistinemethaatnatrium met minimaal 11.500 IE.12 Het in Nederland geregistreerde preparaat Tadim (colistinemethaatnatrium) rekent met 1 MIE (1.000.000 IE; 80 mg). Tabel 1 geeft een overzicht van de in Nederland geregistreerde preparaten met colistinemethaatnatrium.

Farmacokinetiek

Colistinemethaatnatrium wordt in het lichaam zowel perifeer als in de lever gehydrolyseerd tot het werkzame colistine.11,13,14 Met analytische methoden die op chromatografie gebaseerd zijn is men tegenwoordig beter dan voorheen in staat de plasmaconcentraties van colistinemethaatnatrium en colistine te onderscheiden en kan een realistischer beeld van de farmacokinetiek worden verkregen.15

Bij gezonde mensen heeft colistinemethaatnatrium een gemiddelde halfwaardetijd van 0,7 h en colistine een halfwaardetijd van 4,0 h. Bij herhaalde toediening veranderen de gemiddelde halfwaardetijden van colistinemethaatnatrium en colistine in respectievelijk 0,5 en 5,0 h.16

Na intraveneuze toediening van colistinemethaatnatrium wordt het grootste gedeelte onveranderd renaal geklaard. Een deel (circa 7-16%) wordt gehydrolyseerd tot colistine. Bij een goede nierfunctie wordt colistine voor het grootste deel renaal geklaard; een klein deel wordt extensief in de renale tubulus gereabsorbeerd.15,17

Bij ernstig zieke patiënten met een niet-afwijkende nierfunctie neemt de halfwaardetijd toe tot gemiddeld 4,6 h voor colistinemethaatnatrium en gemiddeld 9,1 h voor colistine, mogelijk door toename van het verdelingsvolume bij ernstige ziekte.17 In dat laatste geval wordt de effectieve concentratie later bereikt en is een oplaadregime nodig om snel een adequate concentratie te bereiken. Bij een slechte nierfunctie wordt minder colistinemethaatnatrium renaal uitgescheiden en is meer colistinemethaatnatrium beschikbaar voor omzetting in het actieve colistine.17 Hiermee moet rekening worden gehouden als colistine wordt toegediend bij ernstig zieke patiënten, bijvoorbeeld op de intensive care (tabel 2).

Na intraveneuze toediening van colistinemethaatnatrium wordt de maximale concentratie colistine na 2 h bereikt.16 De verdeling van het middel in het lichaam wordt het best benaderd met een tweecompartimenten model voor colistinemethaatnatrium en een ééncompartimentmodel voor colistine.17 Colistine bindt aan albumine en aan alfa-1-zure glycoproteïnen; bij ernstig zieke patiënten bleek de mate van eiwitbinding te variëren van 6 tot 72%.19 In principe is de vrije concentratie de effectieve concentratie.20

Colistine wordt na orale toediening nauwelijks geabsorbeerd. Dit is van belang voor lokale toepassing zoals bij selectieve darmdecontaminatie. Na pulmonale toediening is de mate van resorptie variabel en afhankelijk van de gebruikte vernevelaar en de toestand van de longen. Bij vrijwilligers en patiënten werden concentraties van 0 tot maximaal 4 mg/l gemeten; ter vergelijking: na intraveneuze infusie werden concentraties tot 23 mg/l gemeten.18

Weefselpenetratie

Colistine verspreidt zich niet evenredig over verschillende weefsels. Colistine passeert nauwelijks de bloed-hersenbarriere,21 waardoor het niet geschikt lijkt voor het behandelen van patiënten met meningitis. Goede gegevens over het intrathecaal toedienen van colistinemethaatnatrium ontbreken. Over de penetratie in longweefsel worden verschillende resultaten gemeld; er zijn zowel hogere als lagere alveolaire concentraties dan plasmaconcentraties van colistine beschreven na intraveneuze toediening.22,23 In de praktijk kan een patiënt met pneumonie succesvol worden behandeld met colistinemethaatsulfonaatnatrium,11 met zowel intraveneuze toediening als toediening per inhalatie.

Over de penetratie van colistine in oogvocht is weinig bekend. In een oude dierexperimentele studie werd aangetoond dat colistine in het oogvocht kan penetreren wanneer het topicaal, subconjuctivaal of intramusculair wordt toegediend.24

Indicaties

Colistinemethaatnatrium wordt gebruikt bij patiënten met cystische fibrose voor de eradicatie van een eerste besmetting met Pseudomonas aeruginosa, om de kolonisatiegraad te beperken en om exacerbaties van longinfecties met P. aeruginosa te behandelen. Hierbij wordt colistinemethaatnatrium pulmonaal toegediend en bij exacerbaties gecombineerd met intraveneuze anti-Pseudomonas-therapie. Er zijn verschillende inhalatiepreparaten geregistreerd (zie tabel 1).

Intraveneus colistinemethaatnatrium wordt bij patiënten met cystische fibrose toegepast als de verwekker resistent is tegen de gebruikelijke intraveneuze anti-Pseudomonas-antibiotica. Verder wordt intraveneus colistinemethaatnatrium toegepast bij patiënten zonder cystische fibrose als zij geïnfecteerd zijn met multiresistente micro-organismen.

Colistinesulfaat is onderdeel van regimes voor selectieve darmdecontaminatie. Door het aanbrengen van colistinesulfaat in combinatie met tobramycine en een antifungaal middel in het maag-darmkanaal – in de vorm van mondpasta, drank of zetpil – wordt bij beademde patiënten op de intensive care het aantal potentieel pathogene micro-organismen gereduceerd. Vanuit het maag-darmkanaal wordt colistinesulfaat niet geresorbeerd. Als de darmflora wordt blootgesteld aan colistine, leidt dat tot snelle resistentievorming.25 Nu colistine weer als therapeutisch antibioticum wordt gebruikt, zou een alternatief middel in darmdecontaminatieschema’s moeten worden opgenomen.

Colistinesulfaat wordt ook lokaal gebruikt in combinatie met bacitracine en hydrocortison bij de behandeling van otitis externa.

Dosering en toediening

Inhalatie van colistinemethaatnatrium kan zowel met een verneveloplossing als met droog poeder. Bij chronische kolonisatie van de long met P. aeruginosa bij volwassen patiënten met cystische fibrose wordt de oplossing geïnhaleerd in een dosering van 1.000.000-2.000.000 IE 2 dd. Bij kinderen vanaf 2 jaar is de dosering 1.000.000 IE 2 dd. Bij frequent recidiverende longinfectie met P. aeruginosa wordt dezelfde dosis 3 dd geïnhaleerd gedurende een periode van maximaal 3 maanden.

Voor de inhalatie van droog poeder wordt bij volwassenen en kinderen van 6 jaar en ouder een dosering van 1.660.000 IE 2 dd aangehouden.26 Voor jongere kinderen is de veiligheid hiervan niet vastgesteld. De intraveneuze dosering bedraagt voor volwassenen en voor kinderen > 60 kg 1.000.000-2.000.000 IE elke 8 h, maximaal 6.000.000 IE in 24 h. Bij kinderen ≤ 60 kg wordt een dosering van 16.000-25.000 IE/kg 3 dd toegepast.18 De kinderdosering kan vanaf de tweede levensmaand worden gegeven.27

Colistinemethaatnatrium kan per infuus toegediend worden via een kortlopend infuus (30 min) waarbij de te geven dosis wordt opgelost in 50-100 ml NaCl 0,9%. Daarnaast kan een dosis tot 2.000.000 IE in 10 ml water voor injectie worden toegediend in 5 min via een implanteerbaar toedieningssysteem.18

Het is belangrijk dat zowel het infuus als de inhalatieoplossing kort voor toediening bereid wordt, want ook in oplossing wordt colistinemethaatnatrium gehydroliseerd tot vrij colistine. Colistine heeft een hogere toxiciteit dan colistinemethaatnatrium en de toepassing van een lang bewaarde, gehydrolyseerde inhalatieoplossing heeft tot een fataal verlopen longbeschadiging geleid.10,28 Bij intraveneuze thuisbehandeling worden ook wel kant-en-klare spuiten met NaCl 0,9% meegegeven en voegt de patiënt of de ouder kort voor het toedienen zelf de vereiste dosis colistinemethaatnatrium toe.

Speciale situaties

Bij verminderde nierfunctie wordt het doseerinterval aangepast, zoals beschreven staat in tabel 2.

Bij patiënten met ernstige infecties op de intensive care worden hogere doseringen toegepast: een oplaaddosering van 9.000.000 IE om direct adequate concentraties te bereiken, gevolgd door 4.500.000 IE 2 dd. Deze dosering wordt aangepast aan de nierfunctie. Bij een geschatte creatinineklaring van 20-50 ml/min wordt het doseerinterval verlengd tot 4.500.000 IE eenmaal per 24 h en bij een klaring < 20 ml/min tot 4.500.000 IE eenmaal per 48 h.29,30

Bij continue veno-veneuze hemofiltratie (CVVH) als nierfunctievervangende behandeling worden zowel colistinemethaatnatrium als colistine aanzienlijk geklaard en er treedt ook adsorptie aan het hemofilter op, zodat gedoseerd moet worden als bij een niet-afwijkende nierfunctie.17,31,32 Bij intermitterende hemodialyse treedt eveneens een aanzienlijke toename van de klaring op; bij patiënten die deze behandeling ondergaan luidt het advies om 2.000.000 IE 2 dd te geven.33

Bij continue ambulante peritoneale dialyse worden colistinemethaatnatrium en colistine nauwelijks extra uitgescheiden, zodat een aanpassing aan de dosering niet noodzakelijk is en gedoseerd moet worden als bij een terminale nierfunctiestoornis.34

De eigenschappen en doseringen van colistine voor intraveneus gebruik bij verschillende patiëntengroepen staan samengevat in tabel 3 en 4.

Is colistine wel veilig?

De veiligheid van colistine is een belangrijk onderwerp, zeker gezien de beperkt beschikbare informatie over de intraveneuze toediening en de bijwerkingen, waardoor het middel destijds in onbruik is geraakt.

Toxiciteit

Colistine is vooral in de vergetelheid geraakt door zijn nefrotoxische en ook neurotoxische bijwerkingen.35 Recente studies laten echter een genuanceerder beeld zien.

In een studie uit 2011 waarbij gezonde vrijwilligers 75.000 IE/kg colistinemethaatnatrium kregen toegediend, werden geen significante tekenen van nefrotoxiciteit of neurotoxiciteit gezien.16 In een onderzoek bij ernstig zieke patiënten, die een oplaaddosis van 9.000.000 IE en een onderhoudsdosering van 4.500.000 IE 2 dd kregen, werd bij 18% acute nierschade gezien. Deze was echter niet ernstig, verdween snel en leidde niet tot discontinueren van de toediening van colistinemethaatnatrium.29

In andere studies, waarin patiënten iedere 8 h 3.000.000 IE colistinemethaatnatrium intraveneus kregen toegediend, werden incidenties van nefrotoxiciteit gerapporteerd van 14,3 en 18,6%.36,37 In een studie waarin ernstig zieke patiënten gemiddeld dagelijks 4.500.000 IE colistinemethaatnatrium i.v. toegediend kregen gedurende gemiddeld 21 dagen, werd bij 8% van de patiënten nefrotoxiciteit gerapporteerd.38

Afhankelijk van de dosis, formulering, duur van de therapie, populatie en definitie van de nierinsufficiëntie, wordt bij circa 10 tot 50% van de patiënten al dan niet reversibele nefrotoxiciteit gerapporteerd. Risicofactoren voor het optreden van nierinsufficiëntie zijn leeftijd en comedicatie met andere nefrotoxische middelen, zoals vancomycine.39,40

In vergelijking met andere veelgebruikte antibiotica lijkt de nierschade door colistine relatief gering. De nefrotoxiciteit van bijvoorbeeld imipenem is tot 2 maal zo hoog bij vergelijkbare patiënten.41

Wij denken dat de bijwerkingen van colistine in werkelijkheid minder ernstig zijn dan aanvankelijk werd gedacht in de jaren 70. Een mogelijke verklaring voor de geringere ernst van de bijwerkingen is dat de ondersteunende therapie gedurende de behandeling is verbeterd, de nierfunctie beter in de gaten wordt gehouden en dat er minder andere nefrotoxische medicijnen in combinatie worden gebruikt. Daarnaast is niet geheel duidelijk welke formulering van colistine indertijd is gebruikt.9

Resistentie tegen colistine

In een recent rapport van de European Medicines Agency (EMA) wordt gewaarschuwd voor de toenemende resistentie voor colistine, met name in Zuid-Europese landen waar colistine veelvuldig wordt gebruikt in de dierhouderij.42 Een andere hypothese voor het toenemen van de resistentie is dat dit ook samenhangt met te lage doseringen.43 Zo leveren hoge concentraties colistine een lager percentage resistente isolaten op dan lage concentraties.44 Ook kan het doseringsschema een factor zijn bij het ontstaan van colistine-resistentie.45

Het mechanisme van resistentievorming tegen colistine is waarschijnlijk een modificatie van het lipide-A-gedeelte van de LPS-structuur.46 Daarmee verdwijnt de bindingsplaats van colistine op de bacterie, met resistentie als gevolg. Een tweede hypothese is dat het zogenoemde ‘PmrA/PmrB’-regelsysteem van de bacterie verandert; hierbij treden verschillen op tussen colistine-gevoelige en colistine-resistente stammen in de DNA-volgorde van de genen die coderen voor PmrA en PmrB.47

Deze theoretische bevindingen kunnen aanknopingspunten bieden om resistentie tegen colistine te voorkomen dan wel te bestrijden op een andere manier dan met de huidige antimicrobiële strategieën. Monotherapie met colistine leidt tot de selectie van colistine-resistente stammen. De kans op resistentie neemt af als colistine in combinatie met andere antimicrobiële middelen wordt gegeven, zoals carbapenems, tigecycline, rifampicine, amikacine, fosfomycine, azitromycine, vancomycine en teicoplanine.45,48,49 Het interessante is dat middelen die alleen werkzaam zijn op grampositieve bacteriën, toch ingezet kunnen worden bij gramnegatieve bacteriën in combinatie met colistine, omdat colistine de celmembraan permeabel maakt voor deze antibiotica.

Conclusie

Voor ernstig zieke patiënten die lijden aan infecties met multiresistente bacteriën is colistine soms het laatste redmiddel. Het is cruciaal dat colistine zorgvuldig wordt ingezet. Het gebruik van colistine als onderdeel van selectieve darmdecontaminatie zou kritisch moeten worden geëvalueerd.

De bijwerking nefrotoxiciteit blijkt minder ernstig te zijn dan aanvankelijk gedacht werd.36,50 Ook is de nefrotoxiciteit reversibel gebleken.16 We dienen de dosering aan te passen aan de nierfunctie en altijd markers voor beginnende nierschade te bepalen als colistine wordt toegediend.51 Colistine moet in combinatie met andere antimicrobiële middelen worden gegeven.

De geregistreerde dosering van 2.000.000 IE 3 dd is mogelijk niet optimaal voor patiënten met een ernstige infectie met een resistent micro-organisme. In plaats hiervan adviseren we een oplaaddosering van 9.000.000 IE gevolgd door 4.500.000 IE 2 dd. Deze dosering is echter gebaseerd op zeer beperkte onderzoeksgegevens.29,30 Om te voorkomen dat te laag wordt gedoseerd, kan men overwegen om gevoelige en specifieke bepalingen van de colistineconcentratie uit te voeren. Er zijn enkele ziekenhuizen in Nederland die dat kunnen. Voor de keuze welke monsters dienen te worden afgenomen en de interpretatie van de uitslag dient deskundig advies te worden gezocht.

Om het in onbruik geraakte colistine veilig en zinvol te kunnen inzetten is naast deze aanbevelingen ook klinisch en wetenschappelijk onderzoek nodig. Recent is een ZonMw-project van start gegaan waarbij de toepassing in de praktijk wordt onderzocht. Maar er is ook aanvullend klinisch farmacologisch onderzoek nodig bij gezonde vrijwilligers om de kinetische parameters bij ernstig zieke patiënten beter te kunnen interpreteren. Op basis hiervan kunnen veilige intraveneuze doseringen voor verschillende patiëntengroepen vastgesteld worden. Ten slotte is onderzoek nodig naar nieuwe antibacteriële middelen die met colistine gecombineerd kunnen worden om het risico op multipele resistentie te verminderen.

Literatuur
  1. De Geus JP. Behandeling van infecties door gram-negatieve bacteriën met colistine (Colimycine). Ned Tijdschr Geneeskd. 1961;105:669.

  2. Yahav D, Farbman L. Colistin: new lessons on an old antibiotic. Clin Microbiol Infect. 2012;18:18-29. doi: 10.1111/j.1469-0691.2011.03734.x/full

  3. Velkov T, Thompson P. Structure-activity relationships of polymyxin antibiotics. J Med Chem. 2010;53:1898-916. Medline

  4. Zhang L, Dhillon P, Yan H. Interactions of bacterial cationic peptide antibiotics with outer and cytoplasmic membranes of pseudomonas aeruginosa. Antimicrob Agents Chemother. 2000;44:3317-21. doi: 10.1128/AAC.44.12.3317-3321.2000

  5. Newton B. The properties and mode of action of the polymyxins. Bacteriol Rev. 1956;20:14-27. Medline

  6. Peterson A, Hancock R, McGroarty E. Binding of polycationic antibiotics and polyamines to lipopolysaccharides of Pseudomonas aeruginosa. J Bacteriol. 1985;164:1256-61. Medline

  7. Schindler P, Teuber M. Action of polymyxin B on bacterial membranes: morphological changes in the cytoplasm and in the outer membrane of Salmonella typhimurium and Escherichia coli B. Antimicrob agents Chemother agents Chemother. 1975;8:95-104. doi: 10.1128/AAC.8.1.95

  8. Davis S. Activity of colistin against Pseudomonas aeruginosa: inhibition by calcium. J Infect Dis. 1971;124:610-2 doi: 10.1093/infdis/124.6.610

  9. Bergen PJ, Landersdorfer CB, Lee HJ, Li J, Nation RL. ‘Old’ antibiotics for emerging multidrug-resistant bacteria. Curr Opin Infect Dis. 2012;25:626-33. Medline

  10. Westerman EM, Le Brun PPH, Touw DJ, Frijlink HW, Heijerman HGM. Effect of nebulized colistin sulphate and colistin sulphomethate on lung function in patients with cystic fibrosis: a pilot study. J Cyst Fibros. 2004;3:23-8. Medline

  11. Li J, Nation RL, Turnidge JD, et al. Colistin: the re-emerging antibiotic for multidrug-resistant Gram-negative bacterial infections. Lancet Infect Dis. 2006;6:589-601 Medline. doi:10.1016/S1473-3099(06)70580-1

  12. Informatorium Medicamentorum. Den Haag: KNMP; 2013.

  13. Marchand S, Lamarche I, Gobin P, Couet W. Dose-ranging pharmacokinetics of colistin methanesulphonate (CMS) and colistin in rats following single intravenous CMS doses. J Antimicrob Chemother. 2010;65:1753-8. doi: 10.1093/jac/dkq183

  14. Li J, Nation RL, Milne RW, Turnidge JD, Coulthard K. Evaluation of colistin as an agent against multi-resistant Gram-negative bacteria. Int J Antimicrob Agents. 2005; 25:11-25. Medline

  15. Li J, Milne RW, Nation RL, Turnidge JD, Smeaton TC, Coulthard K. Use of high-performance liquid chromatography to study the pharmacokinetics of colistin sulfate in rats following intravenous administration. Antimicrob Agents Chemother. 2003;47:1766-70. doi: 10.1128/AAC.47.5.1766-1770.2003

  16. Mizuyachi K, Hara K, Wakamatsu A, Nohda S, Hirama T. Safety and pharmacokinetic evaluation of intravenous colistin methanesulfonate sodium in Japanese healthy male subjects. Curr Med Res Opin. 2011;27:2261-70. Medlinedoi:10.1185/03007995.2011.626557

  17. Garonzik SM, Li J, Thamlikitkul V, et al. Population pharmacokinetics of colistin methanesulfonate and formed colistin in critically ill patients from a multicenter study provide dosing suggestions for various categories of patients. Antimicrob Agents Chemother. 2011;55:3284-94. Medlinedoi: 10.1128/AAC.01733-10

  18. Samenvatting van de produktkenmerken. Tadim Colistinemethaatnatrium poeder voor infusie 1 MIE; RVG 109891. Clinchester: Profile Pharma Ltd; 2011.

  19. Chen G, Thamlikitkul V, Jacob J, et al. Plasma protein binding of colistin in critically-ill patients receiving intravenous colistin methanesulfonate. ICAAC; 2011.

  20. Bergen P, Landersdorfer C, Zhang J. Pharmacokinetics and pharmacodynamics of ‘old’ polymyxins: what is new? Diagn Microbiol Infect Dis. 2012;74:213-23. doi:10.1016/j.diagmicrobio.2012.07.010

  21. Markantonis S, Markou N. Penetration of colistin into cerebrospinal fluid. Antimicrob Agents Chemother. 2009;53:4907-10 doi: 10.1128/AAC.00345-09

  22. Markou N, Fousteri M, Markantonis SL, Boutzouka E, Tsigou E, Baltopoulo G. Colistin penetration in the alveolar lining fluid of critically ill patients treated with IV colistimethate sodium. Chest. 2011;139:232-3. doi:10.1378/chest.10-1860

  23. Imberti R, Cusato M, Villani P, et al. Steady-state pharmacokinetics and BAL concentration of colistin in critically Ill patients after IV colistin methanesulfonate administration. Chest. 2010;138:1333-9. Medline

  24. Pryor JG, Apt L, Leopold IH. Intraocular penetration of colistin. Arch Ophthalmol. 1962;67:612-5. doi:10.1001/archopht.1962.00960020612016

  25. Halaby T, al Naiemi N. Emergence of colistin resistance in Enterobacteriaceae after the introduction of selective digestive tract decontamination in an intensive care unit. Antimicrob Agents Chemother. 2013;57:3224-9. doi: 10.1128/AAC.02634-12

  26. Samenvatting van de produktkenmerken. Colobreathe Colistinemethaatnatrium inhalatiepoeder 1,66 MIE per capsule. Dartford: Forest Laboratories Ltd; 2011. Geraadpleegd via www.ema.europa.eu op 16 januari 2014.

  27. Nederlands Kenniscentrum voor Farmacotherapie bij Kinderen. Colistine (penta-Na-mesilaat). Geraadpleegd via www.Kinderformularium.nl op 2 juni 2014.

  28. Wallace SJ, Li J, Nation RL, Prankerd RJ, Velkov T, Boyd BJ. Self-assembly behavior of colistin and its prodrug colistin methanesulfonate: implications for solution stability and solubilization. J Phys Chem B. 2010;114:4836-40. doi: 10.1021/jp100458x

  29. Dalfino L, Puntillo F, Mosca A, et al. High-dose, extended-interval colistin administration in critically ill patients: is this the right dosing strategy? A preliminary study. Clin Infect Dis. 2012;54:1720-6. doi: 10.1093/cid/cis286

  30. Chen L, Mediavilla JR, Endimiani A, et al. Multiplex real-time PCR assay for detection and classification of Klebsiella pneumoniae carbapenemase gene (bla KPC) variants. J Clin Microbiol. 2011;49:579-85. doi: 10.1128/JCM.01588-10

  31. Markou N. Colistin pharmacokinetics in intensive care unit patients on continuous venovenous haemodiafiltration: an observational study. J Antimicrob Chemother. 2012;67:2459-62. doi: 10.1093/jac/dks257

  32. Karvanen M, Plachouras D. Colistin methanesulfonate and colistin pharmacokinetics in critically ill patients receiving continuous venovenous hemodiafiltration. Antimicrob Agents Chemother. 2013;57:668-71. doi: 10.1128/AAC.00985-12

  33. Marchand S, Frat J-P, Petitpas F, et al. Removal of colistin during intermittent haemodialysis in two critically ill patients. J Antimicrob Chemother. 2010;65:1836-7. Medline

  34. Koomanachai P. Pharmacokinetics of Colistin Methanesulfonate and Formed Colistin in End-Stage Renal Disease Patients Receiving Continuous Ambulatory Peritoneal Dialysis. Antimicrob Agents Chemother. 2014;58:440-6. doi: 10.1128/AAC.01741-13

  35. Koch-Weser J. Adverse Effects of sodium colistimethate. Ann Intern Med. 1970;72:857-68. doi:10.7326/0003-4819-72-6-857

  36. Markou N, Apostolakos H. Intravenous colistin in the treatment of sepsis from multiresistant Gram-negative bacilli in critically ill patients. Crit Care Med. 2003;7:R78-83. doi:10.1186/cc2358

  37. Michalopoulos AS, Tsiodras S, Rellos K, Mentzelopoulos S, Falagas ME. Colistin treatment in patients with ICU-acquired infections caused by multiresistant Gram-negative bacteria: the renaissance of an old antibiotic. Clin Microbiol Infect. 2005;11:115-21 Medline. doi:10.1111/j.1469-0691.2004.01043.x

  38. Kasiakou SK, Michalopoulos A, Soteriades ES, Samonis G, Sermaides GJ, Falagas ME. Combination therapy with intravenous colistin for management of infections due to multidrug-resistant Gram-negative bacteria in patients without cystic fibrosis. Antimicrob Agents Chemother. 2005;49:3136-46. doi: 10.1128/AAC.49.8.3136-3146.2005

  39. Giamarellou H, Poulakou G. Multidrug-resistant gram-negative infections. Drugs. 2009;69:1879-1901. doi:10.2165/11315690-000000000-00000

  40. Falagas M, Kasiakou S. Toxicity of polymyxins: a systematic review of the evidence from old and recent studies. Crit Care. 2006;10:R27. doi:10.1186/cc3995

  41. Garnacho-Montero J, Ortiz-Leyba C, Jiménez-Jiménez FJ, Barrero-Almodóvar AE, García-Garmendia JL. Bernabeu-WittelI M, et al. Treatment of multidrug-resistant Acinetobacter baumannii ventilator-associated pneumonia (VAP) with intravenous colistin: a comparison with imipenem-susceptible VAP. Clin Infect Dis. 2003;36:1111-8. doi: 10.1086/374337

  42. Use of colistin products in animals within the European Union : development of resistance and possible impact on human and animal health. Londen: European Medicines Agency; 2013.

  43. Lim L, Ly N, Anderson D. Resurgence of colistin: a review of resistance, toxicity, pharmacodynamics, and dosing. J Hum Pharmacol Drug Ther. 2010;30:1279-91. doi: 10.1592/phco.30.12.1279

  44. Cai Y, Li R, Liang B, Bai N. In vitro antimicrobial activity and mutant prevention concentration of colistin against Acinetobacter baumannii. Antimicrob Agents Chemother. 2010;54:3998-9. doi: 10.1128/AAC.00264-10

  45. Cai Y, Chai D, Wang R. Colistin resistance of Acinetobacter baumannii: clinical reports, mechanisms and antimicrobial strategies. J Antimicrob Chemother. 2012;67:1607-15. doi: 10.1093/jac/dks084

  46. Moffatt J, Harper M. Colistin resistance in Acinetobacter baumannii is mediated by complete loss of lipopolysaccharide production. Antimicrob Agents Chemother. 2010;54:4971-7. doi: 10.1128/AAC.00834-10

  47. Adams MD, Nickel GC, Bajaksouzian S, et al. Resistance to colistin in Acinetobacter baumannii associated with mutations in the PmrAB two-component system. Antimicrob Agents Chemother. 2009;53:3628-34. doi: 10.1128/AAC.00284-09

  48. European Society of Clinical Microbiology and Infectious Diseases. www.escmid.org/research_projects/escmid_conferences/reviving_old_antibiotics, geraadpleegd op 2 juni 2014.

  49. AIDA project. www.aida-project.eu/project/general-project-information, geraadpleegd op 2 juni 2014.

  50. Falagas ME, Rizos M, Bliziotis IA, Rellos K, Kasiakou SK, Michalopoulos A. Toxicity after prolonged (more than four weeks) administration of intravenous colistin. BMC Infect Dis. 2005;5:1. Medline

  51. Van Meer L, Moerland M, Cohen AF, Burggraaf J. Urinary Kidney Biomarkers for early detection of nephrotoxicity in clinical drug development. Br J Clin Pharmacol. 2014;77:947-57. Medline

Auteursinformatie

Medisch Centrum Haaglanden, afd. Medisch Microbiologie, Den Haag.

Drs. A.C. Dijkmans, arts-microbioloog en klinisch farmacoloog; prof.dr. H.A. Verbrugh, arts-microbioloog (tevens: Erasmus MC, afd. Medische Microbiologie, Rotterdam).

Apotheek Haagse Ziekenhuizen, Den Haag.

Dr. E.B. Wilms, ziekenhuisapotheker-klinisch farmacoloog.

Centre for Human Drug Research, Leiden.

Dr. I.M.C. Kamerling, medisch bioloog; drs. W. Birkhoff, arts-onderzoeker.

HAGA Ziekenhuis, afd. Interne Geneeskunde, Den Haag.

Dr. C. van Nieuwkoop, internist-infectioloog.

Rijksuniversiteit Groningen, Universitair Medisch Centrum Groningen, afd. Klinische Farmacie en Farmacologie, Groningen.

Prof.dr. D.J. Touw, ziekenhuisapotheker-klinisch farmacoloog/toxicoloog.

Contact drs. A.C. Dijkmans

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: ICMJE-formulieren zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Verantwoording

Dr. Erik B. Wilms en dr. Ingrid M.C. Kamerling droegen in gelijke mate bij aan dit artikel.

Auteur Belangenverstrengeling
Anneke C. Dijkmans ICMJE-formulier
Erik B. Wilms ICMJE-formulier
Ingrid M.C. Kamerling ICMJE-formulier
Willem Birkhoff ICMJE-formulier
Cees van Nieuwkoop ICMJE-formulier
Henri A. Verbrugh ICMJE-formulier
Daan J. Touw ICMJE-formulier

Gerelateerde artikelen

Reacties