Een landelijk overzicht

Praktijkvariatie in aanvullend onderzoek bij dementie

Onderzoek
Abstract
Melanie Hafdi
Edo Richard
Sophie E. van Gool
Eric P. Moll van Charante
W.A. (Pim) van Gool
Dossier
Gezonde Zorg
Leestijd
14 minuten
Citeren

Artikel

Inleiding

Dankzij het pionierswerk van de Amerikaanse arts-epidemioloog John Wennberg is al ruim 45 jaar bekend dat er aanzienlijke variaties zijn in de inrichting van zorg tussen patiënten, hulpverleners, ziekenhuizen en regio’s.1 Deze verschillen worden veelal gedreven door demografische variaties, verschillen in opvattingen over optimale diagnostiek en therapie, en…

Auteursinformatie

Amsterdam UMC, locatie AMC, Amsterdam. Afd. Neurologie: M. Hafdi, MSc, arts-onderzoeker. Afd. Public and Occupational Health: prof.dr. E. Richard, neuroloog (tevens: Radboudumc, afd. Neurologie, Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour, Nijmegen); prof.dr. E.P. Moll van Charante, huisarts-senior onderzoeker (tevens: Afd. Huisartsgeneeskunde); prof.dr. W.A. van Gool, neuroloog. Moonshot, Amsterdam: S.E. van Gool, MSc, econoom.

Contact M. Hafdi (m.hafdi@amsterdamumc.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Verantwoording

Henri van den Pol, MSc, senior data-analist, en dr. Ronald Luijk, consultant (beiden: Vektis, Zeist), leverden een waardevolle bijdrage in de totstandkoming van de database.

Auteur Belangenverstrengeling
Melanie Hafdi ICMJE-formulier
Edo Richard ICMJE-formulier
Sophie E. van Gool ICMJE-formulier
Eric P. Moll van Charante ICMJE-formulier
W.A. (Pim) van Gool ICMJE-formulier
Reacties

Is het nog wel routine om bij dementering luesreacties te bepalen, in bloed en in de liquor? Ik kreeg 20 jaar geleden, toen ik nog werkte, wel eens de indruk dat dit niet consequent werd gedaan, bv. door geriaters. Ik mis het in het artikel.
Bij voorbaat dank voor uw aandacht.

Wim Feikema, gepensioneerd neuroloog

Beste collega Feikema,

In de eerdere en huidige richtlijnen voor dementie is de antistofbepaling van neurolues inderdaad niet standaard opgenomen. Wel adviseert de commissie om in specifieke gevallen (e.g. een snel progressief beloop, visuele hallucinaties, vroege gedragsveranderingen, risicoanamnese) om lues serologie te bepalen. In het huidige onderzoek hadden wij helaas geen gegevens beschikbaar over verrichte laboratorium diagnostiek, waardoor ik u het antwoord op de vraag ‘hoe vaak’ dit in de huidige praktijk uitgevoerd wordt schuldig moet blijven.

Hartelijke groet,
Melanie Hafdi, arts-onderzoeker

Beste collega Hafdi,

Dank voor uw antwoord op mijn reactie op het artikel ‘Praktijkvariatie in aanvullend onderzoek bij dementie’.

Lues blijft een verraderlijke ziekte waar we steeds op bedacht moeten blijven, vooral omdat bij tijdige ontdekking therapie met penicilline zeer succesvol kan zijn. Van belang om te weten is ook dat de verschijnselen van het zg. primaire en secundaire stadium zeer gering kunnen zijn en soms zelfs geheel kunnen ontbreken. De late stadia van vasculaire lues met cardiale symptomen en neurovasculaire verschijnselen treden pas op na 10 jaar en de late neurologische ziekten als tabes dorsalis en dementia paralytica nog later (na 15 à 20 jaar). Dat betekent dat wanneer iemand bv. op 55 jarige leeftijd lues oploopt en dat mogelijk nooit heeft geweten, zij of hij rond 70 jaar kan gaan dementeren als gevolg van lues. Het is duidelijk dat die diagnose zo vroeg mogelijk moet worden gesteld. Uit fig.1 van het artikel blijkt dat gemiddeld maar in ong. 7 % van de gevallen liquor-onderzoek is gedaan. Het werd waarschijnlijk dus alleen op indicatie gedaan zoals u in uw antwoord ook lijkt te suggereren. Hoe vaak zou die indicatie vermoeden op lues zijn geweest? En wat waren eventuele andere redenen?
Bij ons was het routine bij elk onderzoek van de liquor behalve celgetal, eiwit, eiwitspectrum en cytologie, ook de luesreacties te laten onderzoeken.
Ik herinner mij een geval waarbij deze bij verrassing positief waren en ook een geval van een man met klinische verschijnselen van dementia paralytica waar dit, eigenlijk vanzelfsprekend, ook het geval was.
Ik vrees toch dat het met de tegenwoordige dominantie van neuropsychologisch en beeldvormend onderzoek en de geringe kennis van de nu zo zeldzame vormen van neurosyfilis de kans niet zo klein is dat deze diagnose wordt gemist en dat het bewustzijn hiervan bij de artsen onder de oppervlakte blijft.

Met hartelijke groet,

Wim Feikema

 

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026