Artikel
Inleiding
Dankzij het pionierswerk van de Amerikaanse arts-epidemioloog John Wennberg is al ruim 45 jaar bekend dat er aanzienlijke variaties zijn in de inrichting van zorg tussen patiënten, hulpverleners, ziekenhuizen en regio’s.1 Deze verschillen worden veelal gedreven door demografische variaties, verschillen in opvattingen over optimale diagnostiek en therapie, en…




Bepaling luesreacties bij dementering nog routine?
Is het nog wel routine om bij dementering luesreacties te bepalen, in bloed en in de liquor? Ik kreeg 20 jaar geleden, toen ik nog werkte, wel eens de indruk dat dit niet consequent werd gedaan, bv. door geriaters. Ik mis het in het artikel.
Bij voorbaat dank voor uw aandacht.
Wim Feikema, gepensioneerd neuroloog
reactie auteur
Beste collega Feikema,
In de eerdere en huidige richtlijnen voor dementie is de antistofbepaling van neurolues inderdaad niet standaard opgenomen. Wel adviseert de commissie om in specifieke gevallen (e.g. een snel progressief beloop, visuele hallucinaties, vroege gedragsveranderingen, risicoanamnese) om lues serologie te bepalen. In het huidige onderzoek hadden wij helaas geen gegevens beschikbaar over verrichte laboratorium diagnostiek, waardoor ik u het antwoord op de vraag ‘hoe vaak’ dit in de huidige praktijk uitgevoerd wordt schuldig moet blijven.
Hartelijke groet,
Melanie Hafdi, arts-onderzoeker
vervolg
Beste collega Hafdi,
Dank voor uw antwoord op mijn reactie op het artikel ‘Praktijkvariatie in aanvullend onderzoek bij dementie’.
Lues blijft een verraderlijke ziekte waar we steeds op bedacht moeten blijven, vooral omdat bij tijdige ontdekking therapie met penicilline zeer succesvol kan zijn. Van belang om te weten is ook dat de verschijnselen van het zg. primaire en secundaire stadium zeer gering kunnen zijn en soms zelfs geheel kunnen ontbreken. De late stadia van vasculaire lues met cardiale symptomen en neurovasculaire verschijnselen treden pas op na 10 jaar en de late neurologische ziekten als tabes dorsalis en dementia paralytica nog later (na 15 à 20 jaar). Dat betekent dat wanneer iemand bv. op 55 jarige leeftijd lues oploopt en dat mogelijk nooit heeft geweten, zij of hij rond 70 jaar kan gaan dementeren als gevolg van lues. Het is duidelijk dat die diagnose zo vroeg mogelijk moet worden gesteld. Uit fig.1 van het artikel blijkt dat gemiddeld maar in ong. 7 % van de gevallen liquor-onderzoek is gedaan. Het werd waarschijnlijk dus alleen op indicatie gedaan zoals u in uw antwoord ook lijkt te suggereren. Hoe vaak zou die indicatie vermoeden op lues zijn geweest? En wat waren eventuele andere redenen?
Bij ons was het routine bij elk onderzoek van de liquor behalve celgetal, eiwit, eiwitspectrum en cytologie, ook de luesreacties te laten onderzoeken.
Ik herinner mij een geval waarbij deze bij verrassing positief waren en ook een geval van een man met klinische verschijnselen van dementia paralytica waar dit, eigenlijk vanzelfsprekend, ook het geval was.
Ik vrees toch dat het met de tegenwoordige dominantie van neuropsychologisch en beeldvormend onderzoek en de geringe kennis van de nu zo zeldzame vormen van neurosyfilis de kans niet zo klein is dat deze diagnose wordt gemist en dat het bewustzijn hiervan bij de artsen onder de oppervlakte blijft.
Met hartelijke groet,
Wim Feikema