Onmisbaar in de verbetercyclus na een incident

Peer support

Perspectief
Martijn P. Heringa
Anneke M. Tiemersma
Jan Jaap H.M. Erwich
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2020;164:D4480
Abstract

Zorgprofessionals blijken na een patiëntveiligheidsincident veel te hebben aan collegiale steun of ‘peer support’. Het draagt niet alleen bij aan hun eigen welzijn, maar ook aan meer openheid en een veiliger zorg. Daarom zou het in elke zorgorganisatie geborgd moeten zijn.

Samenvatting

Patiëntveiligheidsincidenten laten de betrokken zorgprofessionals niet onberoerd. Velen van hen kampen na zo’n incident langdurig met negatieve emoties en verminderd professioneel functioneren. Om die reden pleitte Shapiro in 2016 voor het aanbieden van collegiale steun of ‘peer support’ direct na een incident. Vanaf 2016 hebben 5 umc’s samengewerkt bij de invoering van peer support. Een beschrijvende evaluatie van de ervaringen in die umc’s laat zien dat peer support breed wordt toegepast, voorziet in een behoefte, wordt gewaardeerd door collega’s en merkbaar bijdraagt aan een meer open cultuur. Peer support helpt aangeslagen professionals hun rol te blijven vervullen, ook in de verbetercyclus na een patiëntveiligheidsincident. De betekenis van peer support is wel merkbaar, maar slecht meetbaar. Daarom is het een goed onderwerp voor het nieuwe, meer kwalitatieve ‘anders verantwoorden’ van de inzet van personeel en middelen voor de kwaliteit van zorg, opdat borging ervan blijvend bestuurlijk wordt gesteund.

Auteursinformatie

Contact UMC Utrecht, directie Kwaliteit en Patiëntveiligheid: dr. M.P. Heringa, adviseur, gynaecoloog. Amsterdam UMC, locatie VUmc, Amsterdam, afd. Zorgsupport (j.j.h.m.erwich@umcg.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: er zijn mogelijke belangen gemeld bij dit artikel. ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Verantwoording

Verbetercluster Peer Support van het NFU consortium Kwaliteit van Zorg bestond uit de auteurs en mr.dr. Marjel J. van Dam, UMC Utrecht; drs. Ankie C.F. Groenenboom, Erasmus MC; dr. Loes Schouten, NFU en dr. Philomeen T.M. Weijenborg, Leiden UMC.

Auteur Belangenverstrengeling
Martijn P. Heringa ICMJE-formulier
Anneke M. Tiemersma ICMJE-formulier
Jan Jaap H.M. Erwich ICMJE-formulier

Gerelateerde artikelen

Reacties