Ontwikkelingen op het gebied van hoorhulpmiddelen

Klinische praktijk
A.W. van Drongelen
G.W.M. Peters-Volleberg
A. van den Berg Jeths
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2001;145:2417-21
Abstract

Samenvatting

- Bij de behandeling van slechthorendheid en doofheid zijn in de laatste 10-15 jaar verschillende technieken ontwikkeld en verfijnd.

- De omvang van hoortoestellen is gereduceerd en de geluidsbewerking is geavanceerder geworden. In de toekomst zal de geluidsbewerking nog aanzienlijk verbeteren. De omvang zal niet veel verder afnemen, maar de technische mogelijkheden van de kleinere hoortoestellen zullen wel sterk toenemen. De huidige beperkingen van de hoortoestellen zullen door de geschetste ontwikkelingen grotendeels worden opgeheven.

- De functionaliteit van cochleaire implantaten is sterk verbeterd, met name door verbetering van de geluidsbewerking. De verwachting is dat de komende twintig jaar vooral deze geluidsbewerking nog verder zal verbeteren.

- Bij de toepassing van beengeleidingsimplantaten zijn de apparatuur en de operatietechnieken sterk verbeterd. In de komende twintig jaar zullen hier waarschijnlijk nog kleine verbeteringen plaatsvinden.

- Als gevolg van groei en vergrijzing van de bevolking zal het aantal gebruikers van hoortoestellen naar verwachting toenemen van 380.000 in 2000 tot 523.000 in 2020. Het aantal personen met implantaten zal in de komende twintig jaar waarschijnlijk verveelvoudigen. Het leeuwendeel van de kosten voor hoorhulpmiddelen bestaat uit de kosten voor de verstrekking van hoortoestellen en deze verdeling van de kosten zal waarschijnlijk niet veranderen.

Auteursinformatie

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Postbus 1, 3720 BA Bilthoven.

Laboratorium voor Geneesmiddelen en Medische Hulpmiddelen: ir. A.W.van Drongelen, scheikundig technoloog; mw.drs.G.W.M.Peters-Volleberg, gezondheidswetenschapper.

Centrum voor Volksgezondheid Toekomst Verkenningen: mw.drs.A. van den Berg Jeths, beleidswetenschapper.

Contact ir.A.W.van Drongelen

Ook interessant

Reacties

Amsterdam, december 2001,

Het overzicht van Van Drongelen et al. over de ontwikkelingen op het gebied van hoorhulpmiddelen (2001:2417-21) behoeft op een aantal punten enige verbetering en actualisering.

Zo stellen de auteurs dat er een begin gemaakt zou zijn met het onderdrukken van achtergrondgeluid. Dat doet tekort aan de enorme vooruitgang in techniek die is gemaakt. Al jaren geleden kwamen hoortoestellen met twee microfoons op de markt. Die verbeterden de signaal-ruisverhouding aanzienlijk, meer dan het gegeven alleen dat een hoortoestel ‘digitaal’ is.1-3 Inmiddels zijn er adaptieve systemen verschenen die stoorbronnen in een soort militaire ‘search-and-destroy’-missie lokaliseren en uitschakelen. Inmiddels is gerapporteerd dat een groep slechthorenden daarmee in rumoer beter verstaat dan normaalhorenden zonder hoortoestellen.4

Ten onrechte stellen Van Drongelen et al. dat rondzingen tot de grootste tekortkomingen van hoortoestellen behoort. Een goede afsluiting door een passend oorstukje en het goed inbrengen van het oorstukje door de slechthorende spelen hier een minstens zo belangrijke rol. Volgens de auteurs zal het automatische hoortoestel dat zelf het programma kiest dat het beste bij de luistersituatie past sterk verbeteren. Thans is er slechts één hoortoestellenlijn die in staat is zelf het programma te kiezen bij de akoestische omstandigheden. 80% van de gebruikers vindt dat een nuttige tot zeer nuttige eigenschap van het hoortoestel.5 Ruimte voor ‘sterke’ verbetering is er derhalve niet.

Enkele belangrijke ontwikkelingen worden niet genoemd: verschillende fabrikanten besteden de laatste jaren veel aandacht aan het design van hoortoestellen. Strak vormgegeven zilverkleurige hoortoestellen verdringen langzaamaan de steunkouskleurige banaantjes achter het oor. De emancipatie van een beige hoorprothese tot een hightech trendy sieraad is het equivalent van de ontwikkeling van de bril en het montuur de laatste jaren.

Een andere belangrijke ontwikkeling is die van hoortoestel tot compleet communicatiesysteem. Integratie van miniatuur-FM-ontvangers in hoortoestellen maakt het volgen van onderwijs, het deelnemen aan vergaderingen, het volgen van rondleidingen in musea, het meedoen op feestjes, het gesprekken kunnen voeren op drukke recepties en in restaurants voor menig (ernstig) slechthorende weer mogelijk. FM-zenders die automatisch het signaal van televisie of telefoon doorgeven aan het hoortoestel maken het dagelijks leven thuis en op het werk een stuk gemakkelijker.

De bedieningsmogelijkheden van hoortoestellen zijn ook toegenomen de laatste jaren. Daar waar aan de eerste hoortoestellen niets viel af te stellen, hebben de modernste versies meerdere programma's die naar gelieven met een schakelaar op het toestel zelf gekozen kunnen worden, of met een draadloze afstandsbediening, die tegenwoordig zelfs in een horloge geïntegreerd verkrijgbaar is. Veelbelovend is de belangrijke ontwikkeling van digitaal geproduceerde schaaltjes voor de in-het-oor-toestellen. Deze techniek (NemoTech, New Earmould Technology) digitaliseert de afdruk van de gehoorgang met een laserscan. Met geavanceerde software wordt het toestel eerst virtueel beoordeeld en gemanipuleerd, en vervolgens in een bak met polyamidepoeder gesynthetiseerd door laserbestraling. Een betere pasvorm, betere biocompatibiliteit, sterkere en kleinere schaaltjes en eenvoudige reproductie bij verlies zijn enkele van de vele voordelen. In de Verenigde Staten lopen al circa 2000 hoortoestelgebruikers rond met door NemoTech geproduceerde schaaltjes.

Tot slot gaan de auteurs uit van een percentage van 25 voor tweezijdige aanpassingen. Een audiologisch verantwoorde revalidatie bestaat echter uit een binaurale aanpassing en slechts bij uitzondering uit een monaurale. In de VS wordt geadviseerd om patiënten die slechts één hoortoestel willen een informed consent te laten ondertekenen waarmee zij alle negatieve gevolgen van een monaurale aanpassing accepteren.6

H.E. Mülder
Literatuur
  1. May A. Multi-microphone instruments, DSP and hearing-in-noise. The Hearing Review 1998;5:42-5.

  2. Lurquin Ph, Rafhay S. Intelligibility in noise using multimicrophone hearing aids. Acta Otorhinolaryngol Belg 1996;50:103-9.

  3. Pumford JM, Seewald RC, Scollie SD, Jenstad LM. Speech recognition with in-the-ear and behind-the-ear dual-microphone hearing instruments. J Am Acad Audiol 2000;11:23-35.

  4. Kühnel V, Checkley PC. Advantages of an adaptive multi-microphone system. The Hearing Review 2000;7:58-74.

  5. Büchler M. How good are automatic program selection features? The Hearing Review 2001;8:50-484.

  6. Hurley RM. Recovery from the unaided ear effect. The Hearing Journal 1999;52:35-40.

A.W.
van Drongelen

Bilthoven, januari 2002,

Wij danken Mülder voor zijn reactie, die bestaat uit opmerkingen over ontwikkelingen die door ons gemist zouden zijn en ontwikkelingen die door hem anders gewaardeerd en geïnterpreteerd worden dan door ons.

Wat betreft de gemiste ontwikkelingen: de in een hoortoestel geïntegreerde FM-ontvanger en de digitale productiemethode van oorschaaltjes zijn zeer recente ontwikkelingen waarover wij tijdens ons onderzoek geen informatie hebben gevonden (afsluiting dataverzameling voorjaar 2000) en ook de door ons geïnterviewde deskundigen hebben ons hierop niet gewezen.

Aan de cosmetische aspecten van hoortoestellen is door ons inderdaad geen aandacht besteed in het artikel; wel wezen wij op het belang van de cosmetische aspecten bij de volledig implanteerbare implantaten.

De ontwikkelingen op het gebied van het onderdrukken van achtergrondgeluid en het automatisch kiezende hoortoestel zijn inderdaad aanzienlijk, maar het is de verwachting dat er nog belangrijke verdere verbeteringen zullen plaatsvinden. Het waarderen van de huidige en toekomstige ontwikkelingen blijkt aanleiding te hebben gegeven tot interpretatieverschillen.

Het belang van een goed passend en goed geplaatst oorstukje onderschrijven wij als mogelijkheid voor het deels voorkomen van rondzingen, maar er is blijkbaar een interpretatieverschil over de zwaarte van de tekortkomingen van de huidige generaties hoortoestellen op dit punt.

In het artikel hebben wij de ontwikkeling van meerdere programma's in hoortoestellen genoemd en hebben wij aangegeven dat de keuze tussen de programma's zowel handmatig als automatisch kan gebeuren, maar inderdaad niet hoe de handmatige keuze plaats kan vinden.

Het percentage van 25 tweezijdige aanpassingen is gebaseerd op gegevens van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport uit 1998. In het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu(RIVM)-rapport waarop ons artikel is gebaseerd, wordt het belang van de tweezijdige aanpassing ook aangegeven en staat vermeld dat dit percentage verder kan toenemen. Dit RIVM-rapport kan worden gedownload via www.rivm.nl (RIVM-rapport nr. 605910003).

A.W. van Drongelen
G.W.M. Peters-Volleberg
A. van den Berg Jeths

Vught, februari 2002,

Over de inhoud van het samenvattend artikel over hoorhulpmiddelen van collegae Van Drongelen et al. heb ik niets op te merken, maar wel over hetgeen in dit overzicht niet vermeld wordt, namelijk het nut van de ‘hoorslang’ (2001:2417-21). Rudy Kousbroek vroeg zich enkele jaren geleden in een column in NRC Handelsblad af: ‘Hoe komt het dat kno-artsen en gehoorapparaat-specialisten hun klanten niet vertellen dat er zoiets bestaat?’. Een hoorslang kost vrijwel niets en is eenvoudig te maken met een stethoscoopslang met aan het ene eind een oordopje en aan het andere eind een plastic trechtertje. Een beperking is weliswaar dat het apparaat alleen geschikt is voor een tête-à-têtegesprek, maar dat kan gevoerd worden over een tafel of een bureau heen en er zijn geen achtergrondgeluiden. Met mijn moeder die de laatste vijf jaar van haar leven op hoge leeftijd sterk gehoorgestoord was, heb ik op deze wijze vrijwel tot haar overlijden goed kunnen communiceren. Vooral voor oudere mensen die om welke reden dan ook niet in aanmerking komen voor commerciële apparatuur kan dit hulpmiddel een uitkomst betekenen, ook tijdens het contact met hun arts.

J.B. Lips
A.W.
van Drongelen

Bilthoven, februari 2002,

Wij danken collega Lips voor zijn opmerking over ons artikel. Inderdaad hebben wij in ons artikel geen aandacht geschonken aan de gehoorslang, omdat deze nog zelden wordt toegepast. Wij onderschrijven dat de gehoorslang in een aantal gevallen uitkomst kan bieden.

In het rapport ‘Hoorhulpmiddelen: historische ontwikkelingen en toekomstverwachtingen’ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, rapportnummer 605910003) hebben wij wel aandacht besteed aan de hoorslang. In het overzicht van overige hulpmiddelen voor slechthorenden staat over de hoorslang het volgende: ‘Het gaat hierbij om een “trechter waaraan een tuinslang is gemaakt”. Hoorslangen worden op beperkte schaal nog gebruikt. Voor oudere mensen die of niet met een gehoorapparaat overweg kunnen of dit niet kunnen dragen, is dit een goedkope oplossing (minder dan 25 gulden), die tegenwoordig nog zelden wordt toegepast’.

A.W. van Drongelen