Onduidelijkheden in de diagnostiek van hartfalen

Commentaar
09-03-2011
Ingrid A.W. van Rijsingen, Yigal M. Pinto en Wouter E.M. Kok

In de recent uitgebrachte herziening van de NHG-standaard ‘Hartfalen’,1 die inhoudelijk gelijk is aan de vernieuwde multidisciplinaire richtlijn Hartfalen 2010’,2 hebben de opstellers getracht de diagnostiek van hartfalen eenvoudig en vooral eenduidig te maken. Zo zijn er afkapwaardes voor N-terminaal pro-breinnatriuretisch peptide (NT-proBNP) voor chronisch en acuut hartfalen toegevoegd en wordt gesteld dat een huisarts echocardiografie dient aan te vragen bij een verhoogde uitslag daarvan of een afwijkend ecg. Wij hebben waardering voor de in onze ogen goede aanpak van deze vernieuwde aanbevelingen.

Wel willen wij hier een paar kanttekeningen plaatsen om te komen tot een betere en efficiëntere samenwerking tussen de eerste en tweede lijn. Juist omdat het bij hartfalen vaak om oudere en kwetsbare patiënten gaat, is het zaak om aan de ene kant overdiagnostiek en aan de andere kant vertraging in het diagnostische en therapeutische ...