Neuroschistosomiasis
Open

Een onverwachte bevinding bij een Nederlandse vrouw
Casuïstiek
19-06-2009
Jolande W. Bouwhuis, Andre J.A.M. van der Ven, Johanna M.M. Gijtenbeek, Pieter Wesseling, Robert W. Sauerwein en Pieter J.A. Beckers

Een 67-jarige Nederlandse vrouw zocht medische hulp omdat zij sinds enige maanden neurologische klachten had. Bij MRI-onderzoek werden afwijkingen gezien in het cerebrum. Een hersenbiopt uit het afwijkende gebied toonde een granulomateuze ontsteking met resten van wormeieren. In de feces werden eieren van Schistosoma mansoni gevonden en serologisch onderzoek naar Schistosoma had een positieve uitslag. Uit de aanvullende anamnese werd duidelijk dat patiënte schistosomiasis had opgelopen toen zij jaren tevoren Brazilië bezocht. Zij werd behandeld met praziquantel en corticosteroïden. Neuroschistosomiasis is een zeldzame, maar ernstige complicatie van een Schistosoma-infectie. Aan deze diagnose moet gedacht worden bij patiënten die gereisd hebben in of afkomstig zijn uit gebieden waar schistosomiasis endemisch is.

Inleiding

Het gebeurt zelden dat schistosomiasis gepaard gaat met aantasting van het centrale zenuwstelsel. Bij autochtone Nederlanders ziet men vooral acute schistosomiasis, opgelopen tijdens een verblijf in een gebied waar Schistosoma endemisch is. Wij bespreken hier de ziektegeschiedenis van een Nederlandse patiënte met neurologische verschijnselen die achteraf veroorzaakt bleken te zijn door een Schistosoma-infectie.

Ziektegeschiedenis

Patiënt A, een 67-jarige, voorheen gezonde vrouw, consulteerde de huisarts in verband met toenemend krachtsverlies in de rechter voet, dat ze vooral bemerkt had tijdens het fietsen. Zij had geen pijn of gevoelsstoornissen. Wel had zij enkele aanvallen van kramp in het rechter been gehad; ook had zij het gevoel gehad flauw te vallen. De huisarts verwees haar naar de neuroloog in een ziekenhuis elders. Daar werd de diagnose ‘idiopathische N.-peroneusneuropathie’ gesteld. Patiënte werd behandeld met fysiotherapie.

Na 6 maanden ontstond krachtsvermindering in de linker voet. Patiënte had geen bewustzijnsverlies of koorts. Zij werd 8 maanden na het begin van de klachten voor een second opinion verwezen naar de polikliniek Neurologie van het Universitair Medisch Centrum St Radboud. Bij lichamelijk onderzoek zagen wij een vrouw die geen zieke indruk maakte; zij had een voetheffersparese, links meer dan rechts, zwakte van de M. gastrocnemius beiderzijds, en een bipiramidaal syndroom aan de benen met hyperreflexie en voetzoolreflexen volgens Babinski beiderzijds. Er waren geen sensibiliteitsstoornissen.

Laboratoriumonderzoek had de volgende uitslagen: leukocyten: 7,0 × 109/l; geringe eosinofilie (10%); C-reactieve proteïne (CRP): < 5 mg/l. Aanvullend onderzoek middels een elektromyogram (EMG) en een MRI-scan van de wervelkolom bracht geen afwijkingen aan het licht. Een MRI-scan van het cerebrum toonde evenwel hoog pariëtaal beiderzijds in de cortex en subcorticaal een vlekkige aankleuring met oedeem (figuur 1).

Bij onderzoek van liquor en CT-scanonderzoek van thorax en abdomen werden geen afwijkingen gevonden. Histopathologisch onderzoek van het hersenbiopt toonde een granulomateuze ontsteking met daarin resten van wormeieren, mogelijk Schistosoma-eieren (figuur 2).

Bij aanvullende anamnese vertelde patiënte dat ze 5, 8 en 10 jaar geleden telkens 1 maand op vakantie was geweest in het noordoosten van Brazilië. Daar had zij meerdere keren in zoet water gezwommen. Ook had ze al enkele jaren zeurende pijn links in de bovenbuik, met een overigens normaal ontlastingspatroon. Bij fecesonderzoek werden levende Schistosoma mansoni-eieren gevonden en ook het serologische onderzoek naar Schistosoma had een sterk positieve uitslag (titer anti-worm en anti-ei: 1:512).

Patiënte werd gedurende enkele dagen behandeld met praziquantel en gedurende enkele weken met prednison. Bij poliklinische controle 1 maand nadien was de uitslag van het fecesonderzoek negatief. Na 2 maanden was bij het neurologisch onderzoek verbetering te zien, al liep patiënte nog steeds met een rollator. De MRI-scan toonde dat de hersenafwijkingen aanmerkelijk kleiner waren geworden.

Beschouwing

Epidemiologie

Schistosomiasis is wereldwijd een veelvoorkomende parasitaire infectie die veroorzaakt wordt door trematoden. Er worden 5 soorten bij de mens gevonden: Schistosoma mansoni, S. japonicum, S. intercalatum, S. mekongi en S. haematobium. Deze laatste soort veroorzaakt vooral ontstekingen in de blaas. De overige soorten veroorzaken een intestinale infectie. S. mansoni is endemisch in Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara, in enkele landen in het Midden-Oosten, in Zuid-Amerika (voornamelijk in Brazilië en de kuststreken van Venezuela en Suriname) en op enkele Caribische eilanden.1

Pathogenese

Besmetting met Schistosoma bij de mens treedt op via cercariёn die de intacte huid kunnen penetreren (figuur 3).2 Deze cercariën verspreiden zich via de bloedbaan, waarna in de lever volwassen wormen gevormd worden, die een zeer lange levensduur hebben. Deze begeven zich naar de mesenteriale vaten of, in geval van S. haematobium, naar de vaten rond de blaas. Ze produceren eieren die de darm- of blaaswand kunnen doordringen en die worden uitgescheiden via feces of urine. Als dat gebeurt in de buurt van stilstaand of traag stromend zoet water kunnen de miracidiёn uit deze eieren zich vestigen in specifieke soorten zoetwaterslakken. Deze vormen vervolgens weer cercariёn.

Neuroschistosomiasis is het gevolg van wormen en eieren die via de kleploze paravertebrale veneuze plexus (plexus van Batson) de spinale venen bereiken. Dit gebeurt meestal ter hoogte van de lumbosacrale overgang, omdat de veneuze verbinding daar het best functioneert. De Schistosoma-eieren blijven hier steken en kunnen een radiculomyelopathie veroorzaken. Via het spinale kanaal kunnen eieren het cerebrum en cerebellum bereiken. Dit komt relatief vaak voor bij infecties met S. japonicum, waarschijnlijk doordat deze soort kleinere eieren heeft; maar ook bij de overige soorten kan neuroschistosomiasis optreden.3-5

Symptomen

Besmetting met S. mansoni door penetratie van cercariën gaat vaak gepaard met een papuleuze huidreactie. Vervolgens heeft de patiënt gedurende een korte periode symptomen zoals koorts, urticaria, diarree, hoesten en spierpijn, ook wel ‘katayama-syndroom’ genoemd.6 Daarna kan men langdurig in wisselende mate last hebben van buikpijn en van diarree met eventueel bloed of slijm. Bloedonderzoek toont vaak geringe eosinofilie.

Door de aanwezigheid van wormeieren met een ontstekingsreactie en granuloomvorming in de lever kan portale fibrose ontstaan. In de longen kan deze ontstekingsreactie leiden tot pulmonale fibrose en hypertensie.7 Bij schistosomale radiculomyelopathie krijgen patiënten vaak snel rugpijn en neurologische uitval, soms resulterend in een dwarslaesie. Als de eieren het cerebrum of cerebellum bereiken, kunnen epileptische aanvallen optreden, evenals focale neurologische uitval en tekenen van verhoogde intracraniёle druk.3,5

Therapie

Met een eenmalige dosis praziquantel geneest 60-90% van de patiënten met schistosomiasis. Men moet de feces of urine nakijken op wormeieren om het effect van de behandeling te controleren. Serologisch onderzoek is hiervoor ongeschikt omdat de uitslagen maanden tot jaren positief kunnen blijven na de behandeling. Er wordt geadviseerd om de patiënt een tweede keer te behandelen als deze vitale Schistosoma-eieren blijft uitscheiden.7

Neuroschistosomiasis wordt eveneens behandeld met praziquantel, gecombineerd met hoge doses prednison om lokale zwelling ten gevolge van de immuunreactie tegen te gaan. Vroegtijdige behandeling geeft een goed resultaat, dus snelle diagnostiek is geïndiceerd om irreversibele schade te voorkomen. Over de duur van de behandeling en de dosering bij neuroschistosomiasis bestaat geen consensus. Bij schistosomale radiculomyelopathie adviseert men over het algemeen om 3-5 dagen praziquantel te geven in een dosering van 60 mg/dag of 25 mg 2 dd. De dosering prednison is 1 mg/kg/dag; deze medicatie kan na 3-5 dagen worden verminderd en na weken tot maanden gestopt.3-5

Bij cerebrale of cerebellaire schistosomiasis wordt vaak dezelfde behandeling geadviseerd als bij een spinale infectie. De duur van de behandeling met corticosteroïden kan hierbij korter zijn. Vermindering van neurologische symptomen kan al optreden 48-72 h nadat de patiënt met corticosteroïden begonnen is, maar een complete respons treedt vaak pas na 2-3 maanden op, afhankelijk van de ernst van de neurologische schade. Cerebrale schistosomiasis heeft over het algemeen een betere prognose dan schistosomale radiculomyelopathie.3,5,8

Conclusie

Neuroschistosomiasis is een relatief zeldzame complicatie van een Schistosoma-infectie. Men moet aan deze complicatie denken bij patiënten die gereisd hebben in of afkomstig zijn uit gebieden waar schistosomiasis endemisch is, aldaar met zoet water in contact zijn geweest en neurologische symptomen hebben. Bij onbegrepen neurologische klachten hoort men in de anamnese te vragen naar reizen. Het laagdrempelig screenen op schistosomiasis door middel van serologisch onderzoek en, indien de uitslag positief is, middels feces- of urineonderzoek kan bij patiënten met deze ziekte of met neuroschistosomiasis invasievere diagnostiek en complicaties op lange termijn voorkomen.

Literatuur

  1. Drummond SC, Silva LC, Amaral RS, Sousa-Pereira SR, Antunes CM, Lambertucci JR. Morbidity of Schistosomiasis mansoni in the state of Minas Gerais, Brazil. Mem Inst Oswaldo Cruz. 2006;101 Suppl 1:37-44.

  2. Kager PA, Schipper HG. Koorts en eosinofilie, al dan niet met urticaria, na een reis door Afrika: acute schistosomiasis. Ned Tijdschr Geneeskd. 2001;145:220-5.

  3. Ferrari TC, Moreira PR, Cunha AS. Clinical characterization of neuroschistosomiasis due to Schistosoma mansoni and its treatment. Acta Trop. 2008;108:89-97.

  4. Lambertucci JR, Silva LC, do Amaral RS. Guidelines for the diagnosis and treatment of schistosomal myeloradiculopathy. Rev Soc Bras Med Trop. 2007;40:574-81.

  5. Carod-Artal FJ. Neurological complications of Schistosoma infection. Trans R Soc Trop Med Hyg. 2008;102:107-16.

  6. Bomers MK, Veenstra J. Diagnose in beeld (391). Een man met koorts en urticaria na een reis door Uganda. Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152:2232.

  7. Ross AG, Bartley PB, Sleigh AC, Olds GR, Li Y, Williams GM, et al. Schistosomiasis. N Engl J Med. 2002;346:1212-20.

  8. Fowler R, Lee C, Keystone JS. The role of corticosteroids in the treatment of cerebral schistosomiasis caused by Schistosoma mansoni: case report and discussion. Am J Trop Med Hyg. 1999;61:47-50.