Nefrotoxiciteit van protonpompremmers

Klinische praktijk
Derk C.F. Klatte
Janke S. Wiegersma
Friedo W. Dekker
Ron T. Gansevoort
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:D5534
Abstract

Dames en Heren,

Protonpompremmers, zoals omeprazol en pantoprazol, worden steeds frequenter voorgeschreven. Over het algemeen worden deze geneesmiddelen als veilig beschouwd, maar bij sommige patiënten kunnen ze acute of langzaam progressieve nierinsufficiëntie veroorzaken. Dit is voor veel artsen een onbekende bijwerking. In dit artikel onderstrepen wij het belang van tijdige herkenning van deze bijwerking en bespreken wij alternatieve behandelopties.

Patiënt A, een 74-jarige man, werd door de cardioloog verwezen naar de polikliniek Nierziekten vanwege progressieve chronische nierinsufficiëntie. Hij was onder controle bij de cardioloog vanwege geringe linkerventrikeldisfunctie (ejectiefractie: 43%). Verder vermeldde zijn medische voorgeschiedenis hypertensie (goed gereguleerd) en diabetes mellitus type 2 (vanaf 60-jarige leeftijd), zonder microvasculaire complicaties. Patiënt gebruikte acetylsalicylzuur 80 mg 1 dd, amlodipine 10 mg 1 dd, metoprolol 150 mg 1 dd, ezetimibe 10 mg 1 dd, simvastatine 20 mg 1 dd, insuline en sinds 8 jaar omeprazol 40 mg 1 dd. Patiënt gebruikte geen ACE-remmer, omdat hij vele jaren geleden angio-oedeem had ontwikkeld na gebruik van perindopril. In een periode van 6 jaar was de geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR) gedaald van 57 naar 23 ml/min per 1,73 m2 (figuur 1). Ook had patiënt een matige proteïnurie (0,9 g per 24 h), zonder afwijkingen in het urinesediment.

Figuur 1
Nierfunctie van patiënt A
Figuur 1 | Nierfunctie van patiënt A
Door gebruik van de protonpompremmer omeprazol daalde in een periode van 6 jaar de geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR) van 57 naar 23 ml/min per 1,73 m2. Vanaf het moment dat omeprazol werd vervangen door de H2-receptorantagonist ranitidine (verticale stippellijn), bleef de nierfunctie stabiel.

Bij echografie waren de nieren niet afwijkend. Er…

Auteursinformatie

LUMC, Leiden. Afd. Maag-, Darm- en Leverziekten: drs. D.C.F. Klatte, arts-onderzoeker. Afd. Klinische Epidemiologie: prof.dr. F.W. Dekker, epidemioloog. UMCG, afd. Nefrologie, Groningen: drs. J.S. Wiegersma, internist-nefroloog; prof.dr. R.T. Gansevoort, nefroloog.

Contact D.C.F. Klatte (d.c.f.klatte@lumc.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Derk C.F. Klatte ICMJE-formulier
Janke S. Wiegersma ICMJE-formulier
Friedo W. Dekker ICMJE-formulier
Ron T. Gansevoort ICMJE-formulier
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Farmacotherapie

Gerelateerde artikelen

Reacties

Menno
Bakker

Wellicht ook goed om op te merken dat in ieder geval de eerste patiënt geen indicatie leek te hebben voor het gebruik van een protonpompremmer (de voorgeschiedenissen vermelden geen ulcus of reflux) én beiden de protonpompremmer in een te hoge dosering gebruikten.

Bij acetylsalicylzuur is maagbescherming pas geïndiceerd bij een leeftijd > 80 jaar, of > 70 jaar in combinatie met risicomedicatie (VKA, DOAC, LMWH, TAR, SSRI, NSAID, spironolacton). Behandeling met acenocoumarol is geen indicatie voor gebruik van een protonpompremmer, pas indien er sprake is van meerdere risicofactoren, zoals ulcus in de voorgeschiedenis, hoge leeftijd, andere risicomedicatie en ernstige comorbiditeit (invaliderende artritis, hartfalen, diabetes).

Zie de NHG-behandelrichtlijn Preventie van maagcomplicaties door geneesmiddelgebruik.

De geregistreerde dosering voor maagbescherming is voor zowel omeprazol als pantoprazol 20 mg.

In de STOPP-START criteria is gebruik van een protonpompremmer in therapeutische dosering (> 20 mg d.d.) langer dan acht weken dan ook een reden om te stoppen en te verlagen naar de therapeutische dosering.

https://richtlijnen.nhg.org/behandelrichtlijnen/preventie-van-maagcompl…

https://richtlijnendatabase.nl/gerelateerde_documenten/f/11821/STOP%20S…

Menno Bakker, apotheker, Zorgapotheek