Nadelige effecten van een afwijkend screeningsmammogram op kwaliteit van leven en angstbeleving*

Onderzoek
24-06-2011
Claudia M.G. Keyzer-Dekker, Jolanda de Vries, Jan A. Roukema en Alida F.W. van der Steeg

Doel

Analyse van de nadelige psychosociale gevolgen van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker, met name de effecten van een fout-positief screeningsmammogram op angstbeleving en kwaliteit van leven.

Opzet

Prospectieve, longitudinale cohortstudie.

Methoden

In september 2002-december 2006 werden 385 vrouwen met een afwijkend screeningsmammogram geïncludeerd. Van hen hadden 152 borstkanker (BK) en 233 een fout-positief screeningsmammogram (FP). Vragenlijsten betreffende angst (‘State and trait anxiety inventory’) en kwaliteit van leven (‘World Health Organization quality of life assessment instrument 100’) werden ingevuld voordat de diagnose bekend was en gedurende de follow-up na 1, 3, 6 en 12 maanden.

Resultaten

In de FP-groep waren de vrouwen jonger (57 versus 60 jaar; p < 0,001) en bij hen werd vaker een biopsie voor histologisch onderzoek verricht (p < 0,001). De karaktertrek ‘angst’ was sterk geassocieerd met de kwaliteit van leven (KvL). Vrouwen in de FP-groep met de karaktertrek ‘angst’ hadden de laagste score voor KvL op alle meetmomenten (p < 0,001). Deze groep vrouwen scoorden ook meer angstbeleving dan vrouwen in de FP-groep zonder de karaktertrek ‘angst’ en dan de vrouwen in de BK-groep (p < 0,001) met een lage score op de karaktertrek ‘angst’.

Conclusie

Vrouwen hadden na een fout-positief screeningsmammogram een slechtere KvL en meer angst, met name vrouwen met de karaktertrek ‘angst’. Het is daarom belangrijk vrouwen beter voor te lichten over de mogelijke nadelige psychologische effecten van het bevolkingsonderzoek, zodat zij beter geïnformeerd kunnen beslissen om er al dan niet aan deel te nemen.