Artikel
Inleiding
Jaarlijks vindt in Nederland bij ruim 400 patiënten een doorsnijding van de N. medianus of N. ulnaris plaats ten gevolge van een ongeval.1 Bij een dergelijk zenuwletsel verwacht men een specifiek uitvalspatroon van de intrinsieke handmusculatuur; de N. medianus innerveert immers de M. opponens pollicis, de M. abductor…




(Geen onderwerp)
Abcoude, juli 2001,
Het heldere en goed gedocumenteerde artikel van Botman en Mulder (2001:1316-20) bewijst eens te meer hoe belangrijk het is alert te zijn op het bestaan van anatomische anomalieën. De auteurs beschrijven in hun casuïstische mededeling aberrant verlopende zenuwen in het ellebooggebied en de betekenis daarvan voor diagnostiek en behandeling bij doorsnijding. Daarnaast moet niet vergeten worden dat in dit gebied ook bloedvaten een afwijkend verloop kunnen hebben met mogelijk belangrijke klinische consequenties. Het onbedoeld aanprikken van een elleboogarterie in plaats van een vene kan desastreuze gevolgen hebben.1 Naast klinische relevantie en didactische waarde heeft het artikel van Botman en Mulder mijns inziens ook betekenis op een ander terrein. In de huidige geprotocolleerde tijd heerst de macht van het getal. Het medisch handelen lijkt vooral bepaald door de resultaten bij grote onderzoeksgroepen. De waarneming van een enkel geval wordt dikwijls minder belangrijk geacht en afgedaan als ‘casuïstiek’. Botman en Mulder hebben met hun bijdrage aangetoond hoe belangrijk de individuele waarneming kan zijn. Zij laten zien dat een heldere casuïstische mededeling de macht van het getal overstijgt.
Moerman N, Taat CW. Gangreen na intra-arteriële injectie. [LITREF JAARGANG="1981" PAGINA="1877-82"]Ned Tijdschr Geneeskd 1981;125:1877-82.[/LITREF]
(Geen onderwerp)
Amsterdam, juli 2001,
Wij danken collega Moerman voor deze constructieve bijdrage waarin ook gewezen wordt op de variabiliteit in het circulatiepatroon van de bovenste extremiteit met klinische consequenties.