Methoden voor laboratoriumonderzoek naar LAV/HTL-V-III-infectie en de betrouwbaarheid van uitslagen

Klinische praktijk
R. van den Akker
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1986;130:1269-72

Zie ook de artikelen op bl. 1264 en 1285.

Inleiding

Nadat uit epidemiologisch onderzoek duidelijk was geworden dat het acquired immune deficiency syndrome (AIDS) het gevolg is van een infectie, werd gericht gezocht naar het oorzakelijke agens. In 1983 slaagden Montagnier en medewerkers erin een tot dan toe onbekend retrovirus te isoleren uit het bloed van een patiënt met lymfadenopathie en met dit virus de relatie te leggen met AIDS.1 Zij noemden het virus lymphadenopathy-associated virus (LAV). Een jaar later gelukte het een groep onder leiding van Gallo een T-lymfocyten-cellijn persisterend te infecteren met een aan LAV identiek isolaat: het human T-lymphotropic virus type III (HTLV-III).2 Hierdoor werd het mogelijk het AIDS-virus LAV HTLV-III op grote schaal te kweken. Met behulp van LAVHTLV-III-eiwitten werden tests ontwikkeld voor het aantonen van antistoffen. Aanwezigheid van deze antistoffen in het serum van een persoon is het bewijs voor besmetting met…

Auteursinformatie

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, Laboratorium voor Virologie, Postbus 1, 3720 BA Bilthoven.

Drs.R.van den Akker, microbioloog.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties